Hoe ben je het snelst in het centrum van Groningen nu de ringweg er steeds vaker uit ligt? We gingen met de bus, auto en de fiets

Lyanne Levy op de fiets Foto: Peter Wassing

Nu de ringweg van Groningen er door wegwerkzaamheden steeds vaker uit ligt, stapten wij op de fiets, in de auto en de bus om te testen hoe je het snelste in de binnenstad van Groningen komt. Lyanne Levy (fiets), Wouter Hoving (auto) en Bas van Sluis (bus) vertrokken exact om half 2 vanaf P+R Haren langs de A28 naar het UMCG. ,,Wilt u ook een chocolaatje vanwege de ring?”

De fiets:

In Haren ga ik meteen vlot van start. Even flink aanzetten. Alles wat ook maar lijkt op een wedstrijd, wil ik winnen. Even stoppen om een oudere meneer met rollator de weg over te laten steken. Dat moet kunnen. Dan al snel de Rijksstraatweg op, en vanaf dan weet iedereen die ooit de 4mijl heeft gelopen: immer geradeaus .

Vroeger fietste ik hier dagelijks, op weg naar de middelbare school. Nu ben ik er lang niet geweest. Het is behoorlijk veranderd. Grote, nieuwe huizen waar ooit statige oude panden stonden. Vlak voor Helpman begint het drukker te worden. Elektrische fietsers halen me bij de vleet in. Auto’s staan stil voor de stoplichten. Hebben die een andere route genomen nu het Julianaplein dicht is? Stapvoets rijden ze door. Op mijn fiets kan ik er mooi langs.

In het centrum moet ik toch echt vaart minderen. Hier komen alle soorten fietsers samen. De flitsbezorgers die haast hebben, gezinnen met jonge kinderen, studenten op hun swapfiets en de elektrische fietsers. Het Schuitendiep is gelukkig weer open. Op de net aangelegde stenen versnel ik nog even op de laatste meters. Als ik aankom bij het UCMG, zie ik mijn collega’s die de bus en de auto hebben genomen nog niet.

Het is dat ik net een nieuwe fiets heb. Anders had de uitslag van deze test nog wel eens anders kunnen zijn. Maar met de wind in de rug, de zon die zich af en toe liet zien en alle stoplichten mee, was de fietstocht van de P+R in Haren naar het UMCG een van de betere in tijden. Het idee sneller te kunnen zijn dan de bus en de auto hielp ook mee om even een tandje bij te zetten. 6.95 kilometer in 23 minuten en 25 seconden. Dat kon minder.

De auto:

Een mannetje in een geel hesje met naast zich een klein grijs autootje houdt me tegen als ik vanaf P+R Haren de snelweg naar Groningen wil opdraaien. Verrek, hier gaat het al mis. Eerst maar even terug de parkeerplaats op. Google Maps aan, want anders ga ik er niet komen.

De route gaat langs Waterhuizen. Dwars door Haren heen. Drempeltje op, drempeltje af. Voor en achter me rijdt een stroom auto’s. We rijden lekker door, geen oponthoud. Op de A28 – zo geeft Maps intussen aan – staan de auto’s in de file. Zeven minuten vertraging. Een beetje omrijden is niet zo’n gek idee.

De zon schijnt lekker, maar het waait stevig. Ik zit wel lekker warm in mijn auto. Kopje koffie bij de hand. Door de bebouwde kom van Haren heen. Radio hard.

,,Ik moet me wel een beetje aan de snelheid houden, anders is het geen eerlijke race”, mompel ik tegen mezelf, terwijl ik over het stuur van mijn witte Peugeot 308 een 30-kilometerbord zie verschijnen.

Op Qmusic bieden ze ondertussen luisteraars met schade de mogelijkheid om een bonnetje te betalen. De gelukkige is uiteindelijk Laura – aan haar accent te horen – woonachtig rond Den Haag. Ze krijgt 200 euro voor haar omgewaaide schutting. ‘Van de week stond ik ineens in mijn tuin, en ik dacht krijg-nou-wat: de hele schutting was omgewaaid. Dankzij storm Conny. Die kon zich niet inhouden.” De radio-dj’s lachen. ,,Storm Corrie, bedoel je. Die kon-nie inhouden, haha.”

De hele reis verloopt soepel, ik sjees lekker door het open landschap op de slingerachtige Winschoterweg bij Waterhuizen. Als ik in Groningen afsla naar de Europaweg, wordt het wat drukker. Er staan wat meer gele borden. Maar zonder gedoe kom ik aan bij het UMCG. Nog uithijgend zie ik Lyanne voor de ingang staan. Die heeft flink doorgetrapt.

Terwijl mijn derrière nog rustig op de stoelsofa rust en de koffie behaaglijk in mijn buik klotst, concludeer ik dat we vrijwel tegelijkertijd zijn aangekomen. Ik kijk op de klok: 13:53. Ruim 23 minuten onderweg geweest. Maar wel met een kanttekening: had ik dit op dinsdag tussen vier en vijf ’s middags gedaan, dan zouden we een heel ander beeld krijgen. Met de fiets ben je dan sowieso sneller.

De bus:

Een vrolijke mevrouw in een rood-zwarte jas stapt op mij af. ,,Mag ik u wat bonbons aanbieden?” Ze vertelt dat alle busreizigers die vanaf Haren de moeite nemen om – ‘ondanks de werkzaamheden aan de ring’ – naar de stad Groningen te reizen ‘wel een kleine traktatie verdienen’. ,,Als compensatie. Fijne reis mijnheer.”

Hoewel ik mijn collega’s minuten geleden al heb zien vertrekken en ik nog steeds wacht op de bus, maakt het lekkers enigszins goed.

Als de bus ‘Qlink 5’ er dan (‘eindelijk’) is met zes minuten vertraging, stappen ik en dertien medepassagiers in. De hoop om als eerste bij het UMCG aan te komen, heb ik nu al – er is nog geen meter gereden – losgelaten. Hoewel de buschauffeur (zonnebril boven zijn wenkbrauwen en hevig kauwend op zijn gom) in alles uitstraalt: te laat komen, komt niet voor in mijn woordenboek.

Voor een enkele reis naar het UMCG moet ik 2,37 euro betalen. Het is niet heel duur, maar toch verbaast het mij: Waarom maken ze van de bus geen heilig – en vooral gratis - vervoersmiddel in de periode dat de ringweg van Groningen er uit ligt? Het zal een hoop autoverkeer schelen, schat ik zo in.

Een man in reflecterende geel-oranje jas houdt alle auto’s tegen die de A28 op willen draaien. Maar de bus mag wel passeren. Al snel zijn we in de stad Groningen, via Corpus den Hoorn draaien we de Paterswoldseweg op, hoewel de automatische stem in de bus meldt dat we bij bushalte Julianaplein zijn. Maar die halte is, vanwege de werkzaamheden, geschrapt. Net zoals die van het Schuitendiep.

Via de busbaan snellen we langs de rij auto’s die moet wachten voor het rode stoplicht. In no time zijn we bij het hoofdstation en even later draaien we het Zuiderdiep al op. En vanaf dan – we rijden in de Oosterstraat – rijden we vanwege de drukte in de binnenstad stapvoets. Het is tien minuten over twee als ik uitstap voor het UMCG. Mijn totale reistijd – inclusief wachten op de bus – is zo’n veertig minuten, waarvan ik 24 minuten en drie seconden in de bus heb gezeten.

Ik ben de laatste. Met de armen over elkaar wachten de automobilist en fietser mij al op. Ze zeggen niks, maar ik zie het in hun ogen: slome duikelaar.

Nieuws

menu