Hoe een moedige Zeeuwse ridder der Militaire Willems-Orde een graf kreeg in Oudeschans

Op het dodenbastion in Oudeschans rust een man die de hoogste Nederlandse militaire onderscheiding droeg. Historicus Geert Volders heeft onderzocht hoe hij in het dorpje terechtkwam.

Op het dodenbastion in de vesting Oudeschans ligt het graf van Filippus de Korte.

Op het dodenbastion in de vesting Oudeschans ligt het graf van Filippus de Korte. Foto: Huisman Media

Al bijna 150 jaar staat op het dodenbastion in het vestingdorpje Oudeschans een zerk waar de geur van mysterie omheen hangt. Hij is namelijk van Filippus de Korte. Hij leefde van 1794 tot 1864 en was, zoals de grafsteen vermeldt, een ‘Ridder der Militaire Willems-Orde’.

Dat is de oudste en hoogste militaire onderscheiding van Nederland, die maar heel zelden wordt vergeven. ,,Momenteel zijn er slechts drie nog levende Nederlanders die deze onderscheiding dragen’’, zegt Geert Volders.

Buitengewone inzet

Hij is een historicus uit Westerwolde die gefascineerd raakte door het graf en besloot antwoorden te zoeken op de vraag hoe deze dappere man (de Orde krijg je immers voor buitengewone inzet en grote moed) in Oudeschans terechtkwam en waarvoor hij de onderscheiding kreeg.

,,Ik ben in archieven gaan zoeken en kwam zo te weten dat hij werd geboren in Tholen, Zeeland’’, vertelt Volders. ,,Toen hij bijna 20 jaar was, in 1914, werd hij beroepsmilitair. Het Koninkrijk der Nederlanden bestond toen nog maar net. Dat hij een jaar later in Waterloo tegen Napoleon vocht is onwaarschijnlijk. Zijn bataljon staat niet op de lijst van Nederlandse deelnemers aan die slag.’’

Opstandige Belgen

Zeker is volgens Volders wel dat De Korte deelnam aan de Tiendaagse Veldtocht tegen de opstandige Belgen in 1831. ,,In oktober van dat jaar kreeg hij de Militaire Willems-Orde, vermoedelijk dus vanwege zijn inzet tijdens die veldtocht. Heel bijzonder, zou je zeggen. Maar meer dan achthonderd deelnemers aan die strijd kregen de Orde. Toen werd hij kennelijk veel eerder vergeven dan nu.’’

De Korte was toen al getrouwd. Met zijn gezin verhuisde hij later vermoedelijk naar Noord-Deuningen, een dorp bij Denekamp in Overijssel. ,,Uit de overlijdensadvertentie van zijn vrouw, zij stierf in 1849, bleek dat ze daar toen woonden.’’

Baan in Bourtange

Een van zijn zonen was douanier (‘commies’) en kreeg een baan in Bourtange. ,,Hij trouwde er met de dochter van de plaatselijke onderwijzer’’, aldus Volders. ,,De zoon werd overgeplaatst naar Oudeschans en ik ga ervan uit dat vader Filippus, toen al gepensioneerd, ook in dat dorp is gaan wonen om dicht bij zijn zoon te zijn, en niet lang daarna is overleden.’’

Volders, die zijn bevindingen ook in het tijdschrift Terra Westerwolda van de Historische Vereniging Westerwolde heeft gepubliceerd, is blij met de resultaten van zijn speurwerk. ,,Ik weet nu hoe deze man in Oost-Groningen is terechtgekomen. Niet voor 100 procent, maar als je alle gegevens bij elkaar legt, moet het wel zo gegaan zijn.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
menu