Hoe oude bomen pijn doen: gevaarlijk gammele takken of een waardevolle leefomgeving voor 200 soorten planten en dieren?

De één ziet langs de Hunzeboord in Groningen gevaarlijk gammele takken die zomaar afbreken. De ander ziet in de strook een waardevolle habitat voor maar liefst 200 soorten planten en dieren. Wat is nou het beste om te doen met 279 hoogbejaarde bomen?

Een nest torenvalken.

Een nest torenvalken. Foto: DVHN

‘We doen dit echt niet zomaar, maar het moet’

De populieren hebben iets van een groene muur, zoals ze dicht tegen elkaar staan langs de Hunzeboord. Hoge kronen in elkaar gehaakt als armen, met z’n tientallen tegelijk meeruisend met de wind. Vanzelfsprekende bomen, die ogen alsof ze daar altijd al waren en er ook altijd zullen zijn.

Schijn bedriegt.

Henk Jan Hofman, van de bomenploeg van Stadsbeheer in de gemeente Groningen, slentert speurend langs de bomenrij. ,,Kijk, daar’’, wijst hij naar een dikke, kromgebogen tak. ,,En daar. Die daar ziet er ook niet best uit.’’ Hoe langer je kijkt, hoe meer je ze ziet: takken die afbuigen, overhellen en op knappen lijken te staan. Gaten in de groene muur.

Hofmans ploeg zal ‘m dus moeten afbreken. Alle 279 bomen - 180 populieren, 77 essen, 10 esdoorns, 7 wilgen, 3 elzen, één lijsterbes en één ‘onbekend’ - moeten dit najaar geveld.

,,In stedelijk gebied kan een populier een jaar of vijftig, zestig blijven staan’’, legt Hofman uit. ,,Daarna moet je er echt afscheid van nemen.’’ Met de ouderdom komt takbreuk: de overhellende, afbuigende takken vallen naar beneden, soms bovenop de daken en hekken van bedrijven aan de Ulgersmaweg en de Beckerweg.

,,Het gevaarlijke’’, zegt Hofmans collega, beleidsmedewerker Wieteke de Boer, ,,is dat je van tevoren nooit weet welke tak wanneer afbreekt.’’ En wie er op dat moment onder staat.

'Laatst ging het in het weekend zo te keer'

De verzekeraar van de gemeente vindt de bomen zo zorgwekkend dat hij toekomstige schades niet meer dekt. Gert Vos, bedrijfsleider van houthandel PontMeyer aan de Beckerweg, houdt bij iedere storm z’n hart vast. ,,Laatst ging het in het weekend zo te keer’’, zegt hij. ,,Toen was ik wel bang wat ik ‘s maandags aan zou treffen. En blij dat er geen mensen aan het werk waren. Het is echt gevaarlijk.’’

Deze bomen, legt Hofman uit, werden geplant in de jaren ‘60 en ‘70. ,,Toen werkten veel gemeenten met wijkers en blijvers. Populieren zijn typische wijkers.’’ Een wijker schiet snel de lucht in, maar heeft een relatief korte levensduur. De blijver moet juist even op gang komen, maar wordt oeroud en ijzersterk. De ene soort zorgt ervoor dat een groenstrook of plantsoen snel heel wat lijkt, de andere garandeert continuïteit op de lange termijn. Win-winsituatie, dachten ze in de jaren ‘60.

Alleen zijn veel van de wijkers nooit geweken. Tegen de tijd dat ze eigenlijk geveld zouden worden, kwamen juist de boombeschermbewegingen op gang. Lokale overheden schrokken zo van het felle verzet tegen hun kapplannen, dat ze die maar even in de ijskast zetten. ,,En nu staan in het hele land dit soort populieren’’, resumeert Hofman. ,,Zo’n kroon hoort mooi vol te zijn, en hier zie je ze vol gaten zitten. Of nou ja’’, lacht hij schaapachtig. ,,Ik weet niet of je het ziet. Misschien denk je wel: groen is groen.’’

Zo denken veel mensen, weten Hofman en Wieteke de Boer: groen is groen en groene bomen moet je mooi laten staan. Zeker als er, zoals hier in de Hunzezone, vleermuizen wonen en tientallen vogelsoorten nestelen. Er broeden torenvalken in een van de populieren: een beschermde soort, die op de Nederlandse rode lijst staat.

,,Vóórdat we met kappen beginnen, komt er nog een ecologisch onderzoek. Als er dan nog steeds beschermde soorten zitten, wordt er niet gekapt’’, zegt Hofman. ,,We snoeien en inspecteren de bomen, we gaan niet over één nacht ijs. Mensen denken dat wel vaak, merk ik, ze zien ons als een soort boeman.’’ De Boer: ,,Terwijl wij ook hart voor bomen en natuur hebben. Het doet mij óók iets, als zulke grote oude bomen geveld moeten worden.’’

Maar uiteindelijk, wil De Boer maar zeggen, wordt het beter. Op de plaats van de oude, zwakke bomen worden 127 nieuwe, sterke bomen geplant van ongeveer 15 jaar oud. ,,We plaatsen minder terug zodat ze verder uit elkaar kunnen staan. Dat ze genoeg ruimte hebben om gezond oud te worden. Over een jaar of tien zie je hier weer net zo’n groene wand als nu’’, belooft De Boer. ,,Alleen met wat minder stammen.’’

‘Ze beseffen niet dat mensen boos worden en afhaken’

Noël Swennenhuis en Alice Dekker van de Werkgroep Bomen Groningen stemden iedere verkiezing blind hetzelfde. Altijd GroenLinks. ,,Ik nam aan dat die partij het goed geregeld had in Groningen, met de eetbare stad, de Stedelijke Ecologische Structuur, dat soort dingen’’, verklaart Swennenhuis. ,,Ik was er trots op, op míjn groene stad.’’

Schijn bedriegt, vindt ze nu. ,,Hoe verder je je in bomenkap verdiept, hoe meer je verbijsterd raakt.’’

Neem deze strook langs de Hunzeboord. De gemeente wil de bomen vellen en vervangen door nieuwe. Swennenhuis en Dekker maakten bezwaar, mede namens de Stichting Bomenridders.

,,Ja, de populieren hebben last van takbreuk’’, erkent Dekker. Maar hoe gevaarlijk dat nou écht is? Aan de ene kant ligt het fietspad ver buiten schot van de vallende takken. Aan de andere kant staan geen woonhuizen, maar loodsen. ,,En dan nog’’, vindt Dekker, ,,Je kunt de bomen aan de kant van de Ulgersmaweg toch vellen, en ze aan deze kant laten staan?’’

Ze kunnen nog minstens 10 jaar mee, denkt Swennenhuis. ,,In de ecologische crisis waarin we leven, zouden we er alles aan moeten doen om juist oudere bomen te behouden. Aan de andere kant van het Starkenborghkanaal zijn even oude populieren met een wandelpad eronder gekandelaberd (fors teruggesnoeid tot net voor de hoofdstam, red.). Waarom doet de gemeente dat hier niet ook?’’

De gemeente zou er zelfs voor kunnen kiezen om alleen de populieren te kappen en de bijna honderd andere bomen, waaronder de tientallen essen, met rust te laten. ,,Ze zeggen dat de windvang te veel verandert als er een paar bomen verdwijnen en de rest blijft staan’’, zegt Dekker. ,,Maar essen staan er juist om bekend dat ze heel diep wortelen en daardoor haast nooit omwaaien.’’

'Een boom wordt steeds waardevoller naarmate hij ouder wordt'

Het gemeentebestuur benadrukt dat ze veel nieuwe bomen plant, maar Dekker en Swennenhuis zien vooral het bestaande groen teloorgaan. ,,En een boom wordt steeds waardevoller naarmate hij ouder wordt’’, stelt Swennenhuis. ,,Populieren, met name, betekenen zó veel voor de biodiversiteit.’’

Vanaf het terrein van zink- en koperspecialist Jochem Duijts kun je het paartje torenvalken zien, vliegend vanaf de boomtoppen naar hun nestkast en weer terug. Duijts, ooit opgeleid als bioloog, zag geregeld torenvalken vliegen rond zijn bedrijf aan de Beckerweg en besloot vorig jaar een nestkast op te hangen in één van de populieren.

,,Dit jaar hebben ze wel vier jongen’’, zegt Duijts. ,,Dat is best bijzonder. Torenvalken staan op de rode lijst.’’ Dat wil zeggen dat ze gevaar lopen uit te sterven in Nederland, én dat hun nesten ook buiten het broedseizoen beschermd zijn. ,,Er is toegezegd dat de stam met de nestkast kan blijven staan’’, zegt Duijts. Of de torenvalken in één kale, kroonloze stam volgend jaar weer een gezinnetje kunnen stichten, vraagt hij zich ernstig af.

,,Er zijn wel tweehonderd soorten planten en dieren aangetroffen hier’’, gebaart Dekker naar de hoge kruinen. ,,Als je de hele biotoop verandert, waar blijven al die soorten dan? Het gaat nu zo kort door de bocht. Zo rigoureus. En het is de zoveelste aantasting van de ecologische structuur.’’

Groningen werkt met een Gemeentelijke (voorheen Stedelijke) Ecologische Structuur (GES): een netwerk van onderling verbonden groene gebiedjes in de hele gemeente, die groen moeten blijven. Toch krimpt de GES al een aantal jaar in oppervlakte; echt harde bescherming is er namelijk niet voor.

'Eventuele compensatie is niet afdwingbaar'

‘Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is de insteek dat de ecologische kwaliteiten een plek krijgen via een maatwerkoplossing’, schrijft de gemeente Groningen in het meest recente Groenplan. ‘Eventuele compensatie is niet afdwingbaar.’ Oftewel: er mag gemorreld worden aan de GES, als dat voor een ruimtelijk project zo uitkomt. En kennelijk komt het heel vaak zo uit, constateren Dekker en Swennenhuis.

Ze geloven best in de goede bedoelingen van de overheid. ,,Maar het is net of de ambtenaren alleen maar kijken naar losse stukjes tegelijk’’, vreest ze. ,,Dan lijkt het allemaal niet zo vreselijk veel, hè? Hier kap je een stukje, daar moet wat weg. Tot je uitzoomt naar het totaal en ineens ziet: jemig, het gáát maar door.’’

Als ze dat proberen aan te kaarten, worden ze genegeerd, is hun ervaring. Schrijven ze uitgebreide brieven met feedback en alternatieven, en trekt de gemeente toch gewoon haar eigen plan. Swennenhuis: ,,En vervolgens zegt de wethouder in de gemeenteraadsvergadering doodleuk dat de bomenorganisaties inspraak hebben gehad.’’

,,Dan word je moedeloos’’, zegt Dekker. ,,Ik denk echt dat de bestuurders dat onderschatten, hoe boos en gefrustreerd mensen worden. Hoe ze vanwege dit soort dingen uiteindelijk hun vertrouwen in de overheid kwijtraken.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
menu