Hoerenhondjes uit Groningen: Heel schattig, maar ondertussen...

Het Scheepvaartmuseum in Groningen verzamelt ‘hoerenhondjes’ voor een expositie over prostitutie. Niet alle eigenaren kenden het verhaal achter de beeldjes.

Diny Kool (rechts) brengt haar ‘hoerenhondjes’ bij het Scheepvaartmuseum.

Diny Kool (rechts) brengt haar ‘hoerenhondjes’ bij het Scheepvaartmuseum.

‘Heel gelovig’

Wilma Arnoldus heeft het haar moeder maar niet verteld. Die Engelse porseleinen hondjes stonden altijd te pronken boven op de kast. Ze waren nog van haar grootouders geweest. Moeder was er zó aan gehecht.

Moest ze dan aan het einde van haar leven nog te horen krijgen dat haar lievelingetjes ook wel ‘hoerenhondjes’ werden genoemd? Dat het verhaal gaat dat de Staffordshire hondjes bij prostituees in het raam stonden: met het gezicht naar de straat gericht als de dame beschikbaar was, met het gezicht naar binnen als ze een klant ontving?

Nee, vond Wilma Arnoldus. ,,Mijn moeder was heel gelovig.’’

Expositie

Arnoldus geeft de porseleinen hondjes in bruikleen aan het Noordelijk Scheepvaartmuseum. Het museum bereidt een expositie voor over prostitutie en heeft een oproep aan het publiek gedaan om deze ‘hoerenhondjes’ tentoon te kunnen stellen. Genoeg mensen blijken ze nog thuis te hebben staan.

Diny Kool bijvoorbeeld. Zij brengt twee hondjes mee die flink zijn afgesleten. ,,Ze zijn van mijn schoonmoeder geweest. Die was nogal poetserig.’’ De ooit helemaal zwarte snuitjes zijn aan de punten bijna wit, de oogjes zijn vervaagd, de ooit goudkleurige riempjes bijna onzichtbaar.

Kool weet niet hoe de hondjes ooit in haar familie zijn terecht gekomen. ,,Schoonvader was garnalenvisser in Nieuw-Statenzijl. Die kwam niet in Engeland. De man van mijn schoonzus wel. Die is jong overleden toen hij in het ruim viel. Hij heeft een graf in Beiroet.’’ Over de herkomst van de hondjes is in de familie nooit gesproken.

Souvenir

De porseleinen beeldensetjes, met altijd een linker en een rechter hondje, waren in de hoogtijdagen van koningin Victoria populair bij de Britse middenklasse. Zeelieden uit Noord-Nederland namen de beeldjes mee naar huis als souvenir.

Prostituees zouden de hondjes niet alleen hebben gebruikt om hun beschikbaarheid aan te geven – ze dienden waarschijnlijk ook als dekmantel. Bij controles deden de vrouwen zich voor als souvenirverkoopsters.

‘Mooi van lelijkheid’

Mieke de Vries zag de hondjes als kind bij een herenboer uit haar dorp op de kast staan. ,,Ik vond ze zo schattig dat ik ze later op de rommelmarkt voor mezelf heb gekocht. Ze zijn mooi van lelijkheid, vind ik. Maar eigenlijk afgrijselijk.’’

De expositie in het Scheepvaartmuseum opent begin december. Hij gaat zowel over het romantische beeld van de ‘meisjes van plezier’ als de werkelijkheid van de pas gesloten ramen in het Groningse A-kwartier, de buurt waarin het Scheepvaartmuseum ligt.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
menu