Ik wacht (18): Harrie van Til en Annet Wilkens uit Ten Post

Annet Wilkens en Harrie van Til hebben weinig bevingsschade maar hun huis moet plat. Foto: Jan Zeeman

Een jaar na de aardbeving in Zeerijp wachten nog altijd veel Groningers op een oplossing voor de schade aan hun huis. DvhN brengt Ik wacht, een serie over Groningers in het bevingsgebied die het zat zijn. Vandaag aflevering 18: Harrie van Til en Annet Wilkens uit Ten Post.

'We waren ontzet toen we hoorden dat het moest worden afgebroken'

Het goede nieuws is dat ze nauwelijks aardbevingsschade hebben. Een paar scheuren zitten in het huis van Harrie van Til (51) en Annet Wilkens (59) uit Ten Post, maar ach.... Tóch moeten ze hun huis uit.

Hun twee-onder-een-kapper uit de jaren zeventig is gebouwd met zogeheten NeHoBo-vloeren. Dat type plafondvloer is niet veilig. ,,Ze kunnen die vloer eruit halen maar dan moet het dak er af en een deel van de voorgevel afgebroken. Dat is duurder dan nieuwbouw. Daarom moet ons huis plat en komen we in aanmerking voor nieuwbouw’’, zegt Van Til. In hun buurt moeten 26 woningen tegen de vlakte en herbouwd.

Helemaal de weg kwijt

,,We gingen een paar jaar geleden naar een informatiebijeenkomst met het idee dat ons huis versterkt moest worden”, zegt Wilkens. ,,Misschien moesten we er tijdelijk uit.” Van Til: ,,We waren ontzet toen we hoorden dat het moest worden afgebroken. Dat iemand zegt: je huis is niet veilig. De eerste weken was ik helemaal de weg kwijt. De kinderen zijn hier geboren en opgegroeid. In april wonen we hier 27 jaar.”

Ze zaten wel in het aardbevingsgebied maar dat was voor hen een beetje een ver-van-mijn-bed-show. Ze hadden immers geen schade. Na die avond zaten ze er opeens middenin.

Sindsdien zitten ze in de molen en dat is wachten, wachten, wachten. ,,Volgens de eerste berichten van het NCG hadden we al in de nieuwe woning moeten zitten. Maar het NCG en Centrum Veilig Wonen zijn zulke stroperige organisaties”, zeggen ze.

,,Zij kunnen het waarschijnlijk ook niet helpen want ze worden door de landelijke overheid aangestuurd en waarschijnlijk tegengewerkt”, vergoelijkt van Til. ,,Maar hun communicatie is zo slecht. Op de informatieavond, zeiden ze: als u vragen hebt: bel ons! Je zit vol vragen want ze gaan je huis slopen. Ik belde de volgende dag, maar ze hadden er een bandje op. Ze hadden het te druk met wat anders, zeiden ze later.” Op een inspectierapport moesten ze een jaar wachten. Wilkens: ,,Na afloop van informatiebijeenkomsten zeggen ze: binnen twee weken heeft u een verslag van deze avond. Maar dat is er dan niet.’’

Vast aanspreekpunt

De ene organisatie of medewerker weet vaak niet wat de ander doet, ervaart Wilkens. ,,Zeggen ze dat de wisselwoningen in ons dorp in december klaar zijn. Op een informatieavond delen ze mede dat dat bijna een jaar later in september wordt. Iedereen natuurlijk verbaasd. En dan, vijf dagen later: zijn ze bezig met de bouw van de wisselwoningen!” Iemand uit de straat belde met de NCG. ,,Dat kan niet”, zei een medewerker. Wij: ,,Kom zelf maar kijken.”

Voor de sloop en herbouw van hun woning hebben ze een bewonersbegeleider, een vast aanspreekpunt. Maar echt helpen doet hen dat niet. ,,Hij moet alles navragen. Het schiet niet op.”

Ze hadden al in hun nieuwe woning moeten zitten, maar Van Til denkt niet dat dat dit jaar nog lukt.

,,Ik wil de zaak graag versnellen maar je loopt tegen een muur. Je bent machteloos. Zo frustrerend.” En dan realiseert hij zich dat hij aan de goede kant van de streep zit, zoals hij het noemt. ,,Ik wil niet ruilen met anderen die het slechter treffen dan wij. Maar wat zit je in een lang traject. Alle mensen hier in onze buurt willen verder, maar kunnen niet verder.”

Nieuws

Meest gelezen

menu