Ik wacht (84): Marianne de Bruijn uit Garrelsweer

Marianne de Bruijn kan in haar strijd voor schadevergoeding wel wat steun gebruiken. Foto: Jan Zeeman

Een jaar na de aardbeving in Zeerijp wachten nog veel Groningers op een oplossing voor de schade aan hun huis. Ik wacht is een serie over mensen die het wachten zat zijn. Vandaag aflevering 84: Marianne de Bruijn uit Garrelsweer.

Naam: Marianne de Bruijn
Leeftijd: 74 jaar
Woonplaats: Garrelsweer
Beroep: gepensioneerd bibliothecaris
Huis: oude rentenierswoning

Wacht u ook?  We zoeken nog kandidaten voor deze serie. Mail naar 
groningen@dvhn.nl

‘Als je lang genoeg traineert, geven mensen de moed op’

Waar is nou toch die ene mail over de voorgestelde schadevergoeding, die ze kreeg van het Centrum Veilig Wonen? De Bruijns ogen schieten van velletje naar velletje. Wacht. Ze grijpt naar een volgend papier. Ze bedoelt het bericht van de NAM? Of is het de brief van minister Wiebes?

Marianne de Bruijn (74) woelt door een stapel printjes op de tafel in haar keuken. Het is de keuken van een oude rentenierswoning uit 1880 in Garrelsweer. Cultureel erfgoed. Een woning waar Pippi Langkous waarschijnlijk – en elke andere bezoeker zeker – wel zou willen wonen. Een pand ook waar je tussen de kieren van de vensterbanken in de zitkamer met gemak een vinger kunt steken. En waar de stenen trappen die leiden naar de vroegere statige houten voordeur bijna van het huis zijn ‘afgevallen’. Of beter: afgescheurd.

Moegestreden

De Bruijn mag dan tenger van figuur zijn, haar geest heeft spierballen. Ze is een vrouw van het kranige slag. Van uitleg vragen en doorpakken. Van achter mensen aanbellen als ze zelf niet bellen. Van nog maar een e-mail sturen als dingen niet duidelijk zijn. Maar, na zes jaar bevingen, oude en nieuwe scheuren, in rook opgeloste contactpersonen en gesteggel over schadevergoedingen, is ze ook: in de war, moegestreden, uitgeput.

„Als je de boel maar lang genoeg traineert, geven mensen de moed wel op”, zegt ze. „Ik ben een gevalletje: zo lang gerekt dat ik niet meer kan. Ik ben op.”

De schade aan De Bruijns huis valt voor een deel onder de ‘oude gevallen’, de schademeldingen waarvoor het protocol van voor 31 maart 2017 geldt. Gedupeerden uit deze categorie hebben van de NAM voor 1 juli 2018 een aanbod gekregen. Zo ook De Bruijn, die zowel oude als nieuwe schade heeft. „De schade die door de beving van Huizinge in 2012 is veroorzaakt is eerst verholpen. Maar door alle bevingen daarna is alles gewoon opnieuw kapot.”

Moet je nou zien

De Bruijn is intussen voorgegaan door haar huis en toont scheuren in het pleisterwerk van de binnen- en buitenmuren, de vensterbanken waar de scheuren als zwarte riviertjes doorheen kronkelen. „Zo zonde.”

Haar grootste frustratie, zegt ze, is die afgescheurde vroeger zo statige entree. „Op dit trapje zaten we altijd te borrelen”, zegt ze terwijl ze voor de deur neerknielt. „En moet je nou zien.”

Ze slikt twee tranen weg. „Pisnijdig word ik er van. Al dat culturele erfgoed dat zo wordt aangetast. En die wíllekeur van het herstel. Sommige huizen zijn opgeknapt. Voor tonnen. En aan andere wordt niks gedaan. Niks. Hoe kan dat nou?”

Expert die niet kwam opdagen

De trap naar de voordeur is niet de enige trap die is verzakt en losgeraakt van De Bruijns woning. Aan de zijkant van het huis zit eenzelfde stenen trap die hoort bij een andere deur. De schade aan beide trappen is nooit als aardbevingsschade erkend. Dat wil zeggen, niet door expert nummer één. En ook niet door expert nummer twee, die niet kwam opdagen.

Expert nummer drie – of was het vier? – , een bouwkundige, begreep haar zorgen en haar verbazing. En concludeerde: aardbevingsschade, zonder twijfel. Het komt goed, mevrouw. Het komt, goed. Tot ook hij plaats maakte voor een volgende deskundige en de trappen van ellende – niet de bevingen – steeds meer uit elkaar vallen.

De Bruijn schudt haar hoofd. Ze is verstrikt geraakt in haar eigen verhaal. Ze heeft bevingsschade aan haar hoofd.

Cosmetisch

Blij is ze met de hulp van Stut-en-Steun, het steunpunt mijnbouwschade dat onafhankelijke steun biedt aan aardbevingsslachtoffers. Zij kwamen in beeld op het moment dat De Bruijn een tweede, ‘ruimhartige’ – ze maakt een tussen haakjesgebaar – schadevergoeding kreeg aangeboden voor haar oude schade, nadat bleek dat er een fout was gemaakt bij het eerste aanbod.

„Een lang verhaal kort”, zegt De Bruijn, „Het bedrag was zo laag, daar kan ik niks mee. De bedoeling is ook, blijkt nu, dat de trappen ‘cosmetisch’ worden hersteld.”

„Kortom”, voegt De Bruijn toe, ‘Bij een volgende beving ben ik terug bij af. Ze willen er gewoon niet aan dat die verzakkingen en de scheuren die daardoor ontstaan het gevolg zijn van de aardbevingen.”

Moedeloos

En hoe zit het dan eigenlijk met de nieuwe schade? De meest recente scheuren in muren, de loszittende badkamertegels en de gapende kieren in de vensterbanken?

De Bruijn haalt moedeloos haar schouders op. „Ik heb de schade een jaar geleden gemeld. Maar ik heb nog niks gehoord. Ja, een mail met: bedankt voor de melding en hier is uw dossiernummer.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
Ik wacht
menu