In De Kar in Groningen danste je desnoods met jezelf. 'Het publiek was eigenlijk net als de muziek: heel gemêleerd en het paste nét niet bij de grote massa' | De verdwenen discotheek

Discotheken bepaalden nog niet zo heel lang geleden het uitgaansleven. Veel mensen tussen de 30 en 70 jaar hebben herinneringen aan die oude disco’s. Ze gingen er op stap, maakten vrienden en werden verliefd. Deze zomer zet Dagblad van het Noorden tien bekende discotheken in Drenthe en Groningen in de schijnwerpers. Vandaag Bar Dancing De Kar in Groningen.

Sam Wijnberg bij het pand in de Peperstraat waar vroeger De Kar gevestigd was (en nu Donovan's).

Sam Wijnberg bij het pand in de Peperstraat waar vroeger De Kar gevestigd was (en nu Donovan's). Foto: Nienke Maat

Met een assortiment kaarsen en een radio kon je het er nog gezellig hebben. Niet bij wijze van spreken - echt gebeurd.

,,Op een avond was er een stroomstoring in de straat’’, herinnert Sam Wijnberg (43) zich. De tap, het licht, de muziekinstallatie: niets deed het meer. ,,Stonden we ineens met een volle tent in het donker. We hebben maar wat kaarsen op de tafels gezet, iemand had een radiootje bij zich en schenken kon ook wel uit flesjes. En zo gingen we de rest van de nacht verder.’’

Poppodium en disco in één monumentaal pand

Stroom of geen stroom: in De Kar werd gedanst. Gedronken natuurlijk ook wel, gekletst, gezoend en nu en dan gevochten, maar dat was eigenlijk allemaal bijzaak. Het ging om de muziek. Eigenaar Theo Erents had er planken vol van staan, achter de bar die ook als dj-booth dienstdeed. De hoofdbarman stond tegelijk te tappen en te draaien.

Wijnberg deed dat lange tijd. ,,Hoe lang precies? Da’s een goeie vraag’’, verzucht hij. ,,Een jaar of twaalf, dertien was het algauw, vanaf 1998 of 1999. Ik begon als glazenhaler, daarna leerde ik ook dj’en. Maar ik hoorde niet bij de technisch goeien, hoor.’’ Hij deed in De Kar een diepe liefde voor muziek op, leerde duizend-en-een verschillende dingen en maakte er vrienden voor het leven.

Adri Jansen opende bar-dancing De Kar in 1972. In de beginjaren was het monumentale pand aan de Peperstraat 15 net zo goed poppodium als discotheek: Jansen programmeerde iedere week livemuziek. ,,Er kwamen toen ook vaak artiesten nazitten die ergens anders hadden opgetreden’’, weet Wijnberg. ,,De Dijk, Herman Brood...’’

Theo Erents werkte aanvankelijk voor Jansen, maar nam De Kar zelf over in 1986. ,,Hij had ontzettend veel verstand van muziek en hij kon goed vernieuwen’’, zegt Case Ganzeveld (52), die vanaf de vroege jaren 90 graag in De Kar kwam en er vanaf 1998 werkte; eerst als portier, en vanaf 2012 ook als dj. ,,Theo ging geregeld nieuwe platen kopen en dat deed-ie altijd bij Hemmes in de Steentilstraat. Die was niet bepaald de goedkoopste, maar hij wist dat hij er goed advies kreeg.’’

Junkie XL stond iedere week in De Kar te dansen

John Bont (‘je mag een plaatjesdraaier nóóit naar z’n leeftijd vragen’) werkte destijds bij Hemmes in de platenzaak, die hij nu voortzet onder de naam De Jongens Van Hemmes. Hij was als DJ R.a.T. ook de drijvende kracht achter het dj-collectief Zapclub, dat wekelijks in Simplon aan het Boterdiep stond - tot het daar in 2000 dichtging voor verbouwing.

,,Theo zei dat we zo lang wel in De Kar konden komen draaien’’, zegt Bont. ,,Best uniek, dat hij ons dat plekje bood, want zo groot was het daar niet. Er is speciaal voor ons een grotere dj-booth getimmerd, met ruimte voor twee draaitafels en een mengpaneel. We draaiden house, techno, drum ‘n’ bass, van alles door elkaar.’’

Ook dat was bijzonder, want het Karpubliek was in die tijd meer gewend aan ‘gitarenmuziek’. Maar het werkte. De woensdagavonden met de Zapclub werden een succes; Tom Holkenborg, alias Junkie XL, was één van de jongens die er iedere week vol overgave stonden te dansen.

‘Je werd echt verrast door de dj’s’

,,In De Kar kwamen altijd mensen met een open vizier naar muziek’’, zegt Bont. Erents en de andere dj’s draaiden een eclectische mix van nieuw, oud en alles er tussenin. Ze introduceerden The Prodigy en The Red Hot Chili Peppers, gooiden daar gouwe ouwe disco tussendoor, combineerden rustig Slayer met Prince, rock met hiphop, heavy metal met new age en soul met punk.

,,Voor iedereen was er wel wat, dat was het bijzondere’’, zegt Wijnberg. ,,Je werd ook vaak echt verrast. Dan pakte de dj er een nieuwe plaat bij en draaide juist niet de hitsingle, maar een paar andere nummers. We waren met veel verschillende mensen en iedereen had wel een beetje een eigen stijl, maar we draaiden wel allemaal zo dat het paste bij De Kar.’’

Ganzeveld graaft naar namen. ,,Je had Wim, die draaide op de rustige avonden. Maurice, Daan, Jan Anco, Kaat - één van de eerste vrouwelijke dj’s, dat was best bijzonder. Sam Wijnberg was ook heel goed. Zegt-ie zelf van niet? Oh, maar dan doet hij zichzelf tekort. Hij kon goed draaien. Erg goed dansen, ook.’’

Wijnberg was een beetje een laatbloeier, zegt hij, wat stappen en dansen betreft. ,,Ik begon er pas mee op m’n achttiende. Maar toen ik het eenmaal ontdekt had, deed ik ‘t zeg maar acht avonden per week.’’

‘Er stond eens iemand op de dansvloer met een viool in z’n handen’

De Peperstraat had een heel ander smoelwerk in die jaren. In plaats van Shooters en Het Feest waren er de Troubadour, De Ster, en de Warhol die nu verhuisd is naar de Papengang. Hoe leuk ze allemaal ook waren - De Kar was een categorie apart.

,,Het publiek was eigenlijk net zo als de muziek: heel gemêleerd en het paste nét niet bij de grote massa’’, verklaart hij. ,,De vaste gasten stonden vaak al voor openingstijd voor de deur te wachten. Sommigen kwamen in hun eentje, gewoon om te dansen.’’ Dat kon dankzij de grote spiegelwand ook prima met jezelf - maar nog vaker raakten de eenlingen binnen alsnog gezellig aan de praat.

,,Je mocht er zijn wie je wilde’’, zegt Bont. ,,Er stond eens iemand op de dansvloer met een viool in z’n handen, kan ik me nog wel herinneren. Mee te violeren met de muziek. Kon gewoon. De ontvangst bij de deur was al goed, het barpersoneel hartstikke leuk, het sfeertje was altijd gemoedelijk.’’

Er was een directe telefoonverbinding tussen de twee bars en de voordeur, herinnert Ganzeveld zich. ,,Ik zat als portier bij de ingang, het barpersoneel vormde mijn oren en ogen binnen. Als zij belden dat iemand eruit moest, dan zette ik ‘m eruit. Meteen.’’

Voor Wijnberg voelden z’n collega’s als familie. ,,Zo’n leuke, hechte club mensen’’, zegt hij warm. ,,Ook Theo Erents. Hij heeft de reputatie dat hij een beetje een moeilijke man is, maar hij heeft zó’n fantastisch mooi hart. Ik brak een keer mijn knieschijf tijdens een voetbaltoernooi en kon een tijd niet werken. Toen hebben m’n collega’s geld voor me ingezameld en het eindbedrag heeft Theo verdubbeld.’’

Ze waren mooi, de nachten in De Kar, en lang, zo lang dat het leek of er nooit een einde aan zou komen. Maar zo werkt het niet met mooie dingen.

Waar het nou precies aan lag? Zeg het maar. Het hielp in elk geval niet dat er binnen niet meer mocht worden gerookt. En dat de hondstrouwe vaste club gasten ouder en ouder werd, en gesettelde levens begon waar nachtelijk losgaan niet goed meer in paste. Nieuw publiek kwam er nauwelijks voor in de plaats. In 2010 ging De Kar failliet.

De ene na de andere roemruchte kroeg gaat ter ziele

Oud-Simplon-directeur Hubert Nauta deed enkele jaren later nog een poging om de bar-dancing nieuw leven in te blazen. Maar in 2017 ging het licht er definitief uit, zoals met zoveel zaken is gebeurd die twintig jaar geleden beroemd en berucht waren. De Troubadour, Shadrak, metalcafé De Ster, discotheek Storm, jazzcafé De Spieghel, Lola, de Benzinebar: allemaal ter ziele.

,,Of dat een gemis is voor de stad? Ik weet niet’’, peinst Wijnberg. ,,Het publiek is er ook niet meer voor. Vroeger had je zoveel alternatieve subcultuurtjes - skaters, punkers, rockers, goths. Nu is iedereen een beetje hetzelfde en lijkt alle muziek meer op elkaar.’’

,,De spoeling in het alternatieve circuit is kennelijk te dun geworden voor meerdere kroegen’’, denkt ook Bont. ,,Nauta heeft geprobeerd de sfeer van de oude Kar weer neer te zetten en het lukte ‘m aardig, vond ik. Maar het publiek en de manier van stappen zijn veranderd, ook door de opkomst van de feestcafés.’’

Ganzeveld heeft er weinig mee op, met de Shooters en Feesten van deze wereld. ,,Dat ze één minuutje van een nummer draaien en dan hop, iets anders - dat is toch niks. Het is echt vergane glorie in de Peperstraat.’’

En Theo Erents? Die woont nog altijd in Groningen. Hij wilde liever niet met de krant over z’n oude zaak praten. Het verlies ervan viel hem zwaar, volgens ingewijden.

,,Ik zie ‘m nog wel eens fietsen’’, zegt Ganzeveld. ,,Met een enorme koptelefoon op. De liefde voor muziek heeft-ie nog steeds.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
menu