'Mijn spaargeld en pensioen is op.' Artiesten uit Groningen en Drenthe reageren op brandbrief van Jett Rebel over beperkingen door corona: 'Behandel ons als elk ander bedrijf'

De week begon maandag met een nieuwe dreun voor de culturele sector. Het demissionair kabinet maakte bekend dat vanaf 14 augustus alleen eendaagse buitenfestivals met maximaal 750 bezoekers mogen doorgaan. Een behoorlijk aantal festivalorganisatoren besloot daarop hun evenement af te blazen, waaronder Hullabaloo in het Groningse stadspark.

Jett Rebel tijdens Parkpop 2019 in Den Haag.

Jett Rebel tijdens Parkpop 2019 in Den Haag. Foto: Archief ANP KIPPA

Jett Rebel, de artiestennaam van Jelte Tuinstra, schreef daarna anderhalf jaar aan coronafrustratie van zich af. In een open brief in de Volkskrant vraagt de artiest zich af waarom zij steeds als eerste worden geschrapt, zodra de coronamaatregelen aangescherpt worden. Volgens Jett Rebel geeft de regering Rutte de cultuursector een trap na.

Ook het publiek doet volgens Rebel niet voldoende om artiesten te steunen. Artiesten die zich omschoolden tot streamingsexperts merken dat het publiek niet warm loopt voor een digitaal concert. Zonder de mogelijkheid tot optreden hebben artiesten het zwaar. Financieel maar ook mentaal, zegt Rebel. Op sociale media deelden veel artiesten de brief. Hoe staan noordelijke artiesten erin?

Arnout Brinks, Tangarine

„Het is artiest eigen om zich niet te veel te bemoeien met politiek”, zegt Arnout Brinks, die samen met zijn tweelingbroer Sander Brinks het duo Tangarine vormt. „Wij zijn erg afhankelijk van het publiek. Als je politieke standpunten inneemt, sluit je misschien mensen uit. Terwijl je als muzikant juist mensen wilt verbinden.”

Volgens de zanger, die opgroeide in Assen, is er al best wat over de culturele sector gezegd en geschreven. „Het is nu vooral bijzonder dat een belangrijk iemand als Jett Rebel met zo’n grote volgersschare zich uitspreekt”. Veel van wat Rebel betoogt is Brinks het mee eens. ,,De oproep is ook wel nodig. Mensen hebben misschien niet helemaal door hoe de sector er na anderhalf jaar corona voorstaat.”

Het geluk van Tangarine, zegt Brinks, is dat het een act is die zowel in grote als intieme settings kan spelen, en dus ook zonder grote band en geluidsinstallatie goed werkt. „We hebben in de periodes dat het kon, zoals vorig jaar zomer, best nog wel wat optredens kunnen geven. Dat helpt financieel. Om je heen zie je artiesten die niet meer kunnen spelen en wat anders zijn gaan doen.”

Het is vooral de grote groep achter de artiesten die het zwaar heeft, aldus Brinks. De geluids- en lichttechnici, de horeca van een festival en de bookers. De culturele sector drijft volgens hem op ZZP’ers. „Wij hebben een ontzettend goede geluidsman die normaal de hele wereld over reist. Bij kleine concerten is veel minder werk voor hem. Hij heeft zich intussen omgeschoold en werkt nu in het ziekenhuis. Dat soort mensen dreigen we voorgoed kwijt te raken.”

Bert Hadders

„Mijn spaargeld en pensioen is op”, zegt Bert Hadders. „Dat klinkt dramatisch maar ik ga niet dood van de honger, hoor. Het is ook zo als het altijd gaat in de culturele sector. Je kunt niet je hele leven kunstenaar zijn en dan verwachten dat er altijd brood op de plank ligt. In die zin ben ik het wel gewend”, blijft de muzikant, die opgroeide in Tweede Exloërmond, rustig.

Hadders leest weinig nieuws in het opiniestuk van Rebel. Er wordt volgens hem best veel gesproken over staat van de culturele sector en de muzikanten. „Ik geef hem wel gelijk dat deze regering niet heel erg op de hand is van cultuur. Tegelijkertijd wordt er wel geld in gestoken. Maar dat lijkt vooral bij de podia te blijven. Die klagen niet.”

Hadders verschoof zijn eigen tour al een paar keer. Eind dit jaar en begin volgend jaar heeft hij zestig optredens staan. Oorspronkelijk had hij die vorig jaar allemaal gespeeld. „Vaak komt er tijdens de tour ook nog wel wat bij. Het ging eigenlijk hartstikke goed. Dus dat geld ga ik nog wel een keer verdienen”, zegt Hadders.

Hij verveelt zich de afgelopen maanden wel. Het lukt hem ook niet om nieuwe liedjes te schrijven. Normaal schreef hij er twee per maand. Nu twee in anderhalf jaar. Als het contact met mensen wegvalt, valt de trigger en de inspiratie weg om iets maken, zegt Hadders. „Ik heb altijd gedacht dat ik zo vaak in de kroeg heb gestaan, dat ik altijd wel een liedje over een café kan schrijven. Maar dat werkt helaas niet zo.”

Inge van Calkar

Eigenlijk was het stuk van Jett Rebel nog bescheiden, zegt de Groningse zangeres Inge van Calkar. Ze is blij dat er eindelijk iets van protest komt vanuit de artiesten. „Er is nu zo’n sfeertje van; zo’n festival met zoveel man en bier, dat moeten we niet hebben. Het voelt alsof we niet de hort op mogen.”

Van Calkar vindt dat artiesten net als elk ander bedrijf behandeld zouden moeten worden. Terwijl in andere sectoren veel meer mag, zoals in voetbalstadions. „Zeker als je kijkt naar de huidige corona cijfers, dan zou het makkelijk kunnen. Iedereen kan aan het werk, maar muzikanten krijgen een beroepsverbod. Nu wordt heel makkelijk een festival afgelast.”

De open brief van Rebel is volgens haar het eerste echte protest. „We verdienen als artiesten ook allemaal niet veel. Dat zijn we gewend. Misschien dat er daarom niet zo veel gezeurd wordt?”, vraagt ze zich af. Zelf merkt ze dat rondkomen zonder optredens best lastig is. ,,We zijn gelukkig gecontracteert bij het Fonds Podiumkunsten en de huidige singel doet het goed bij Radio 2. Dat helpt enorm.”

Ze heeft haar eigen tour inmiddels al vier keer verplaatst. „Vorig jaar bracht ik nog een plaat uit. Nu spelen we al nummers van de plaat die eraan gaat komen. Dat is natuurlijk heel gek. Ook van andere artiesten heb ik nummers nooit live gezien terwijl ze die eigenlijk al niet meer spelen”. Van Calkar heeft gelukkig al weer vijftien shows gepland staan. Begin september speelt ze in Simplon in Groningen.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
menu