Waarom worden minderjarigen lichter gestraft voor winkeldiefstal of moord? Jeugdofficier Amrah Hertogs legt uit: 'Je wilt niet puur afrekenen, je wil het gesprek aangaan' | Publieksacademie voor de Rechtspraak

Jeugdofficier van justitie Amrah Hertogs. Foto: Jaspar Moulijn

Voor veel mensen is het strafrecht al onbekend terrein, laat staan het jeugdstrafrecht waar alles achter gesloten deuren plaatsvindt. Jeugdofficier van justitie Amrah Hertogs zet, in aanloop naar de Publieksacademie voor de Rechtspraak, de deuren van kinderzittingen op een kier en geeft ons een inkijkje.

Hoe verloopt een kinderzitting, anders dan een gewone strafzaak?

,,Verdachten móéten komen. Een meerderjarige verdachte mag er in veel gevallen voor kiezen dat niet te doen. Elk kind krijgt een advocaat toegewezen bij de behandeling van de zaak. Iedereen die betrokken is - dan wel persoonlijk, dan wel professioneel - mag erbij zijn. Slachtoffers dus ook. Maar wat je bij ‘gewone’ zaken weleens ziet, dat de hele straat meekomt met de benadeelde. Dat is hier niet de bedoeling. De mensen die het ouderlijk gezag hebben over jonge verdachten, meestal de ouders dus, zijn net als het kind zelf verplicht om te verschijnen.’’

Waarom is dat? Om aangesproken te worden op het gedrag van hun kind?

,,Nee, zeker niet. Om ons en de rechtbank te informeren over de persoonlijke omstandigheden en thuissituatie. Dat zijn vragen die voor een goede afhandeling van de zaak van belang zijn. Ze zitten daar niet als getuige of woordvoerder van hun kind. Het is best heftig om als kind voor een rechter of meervoudige rechtbank te moeten zitten, dan is het fijn dat je ouders er zijn.’’

Publieksacademie voor de Rechtspraak

De Publieksacademie voor de Rechtspraak is een initiatief van Dagblad van het Noorden in nauwe samenwerking met de rechtbank Noord-Nederland, het Openbaar Ministerie en de Rijksuniversiteit Groningen. De lezingen gaan over actuele zaken uit de rechtspraktijk. Om de lezingen te kunnen volgen is geen juridische kennis nodig.

De lezingen zijn gratis toegankelijk. Aanmelden is wel nodig. Dat kan via dvhn.nl/publieksacademie

De lezing over jeugdcriminaliteit is op donderdag 6 oktober, 19.00 uur. Academiegebouw, Broerplein in Groningen.

Sprekers
Naast jeugdofficier Amrah Hertogs schuiven bij de Publieksacademie deze keer nog twee andere deskundigen aan. Docent jeugdstrafrecht Ester Post van de Rijksuniversiteit Groningen vertelt over de ontwikkelingen van het jeugdrecht. Ook gaat zij in op de rol die het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (van de Verenigde Naties) speelt in het strafrecht in Nederland.

Coördinerend kinderrechter Simone Zwarts van de rechtbank Noord-Nederland schetst vanuit haar eigen ervaring een beeld van hoe de rechtspraak zelf naar jonge verdachten kijkt en hoe rechtbanken jeugdzaken behandelen.

Waarom hebben we in Nederland jeugdstrafrecht?

,,Kinderen zijn nog niet uitontwikkeld, vaak nog niet tot ze een jaar of 24 a 25 zijn. Hun doen en laten - ook de verkeerde keuzes die ze in dit soort zaken vaak maken - kunnen daarmee samenhangen. Daarom is dat jeugdstrafrecht ontworpen. De zaken kunnen gaan over leerplicht, maar ook over zware delicten. Die laatste gebeuren vaak in groepsverband: in die situaties zijn jongeren erg gevoelig voor de druk van die groep. Soms zijn ze zich ook niet bewust van hun keuzes, laat staan de gevolgen daarvan.’’

Is er een kenmerkende sfeer bij een strafzaak met minderjarigen?

,,Die gaat iets informeler. We spreken elkaar aan met je en jij en noemen de verdachten bij de voornaam. Een zitting duurt vaak ietsje langer, terwijl we juist alles al zo kort mogelijk proberen te doen vanwege de kortere spanningsboog van kinderen. Dus ik benoem niet uitgebreid alle bewijsmiddelen in mijn strafeis, maar we willen vooral het gesprek met de verdachte goed voeren. Sommige verdachten zijn in hun ontwikkeling nog maar 11 of 12 jaar, dan heb je gewoon wat meer tijd nodig.’’

Moet je feeling hebben met het jeugdrecht?

,,Ja. Je bent als jeugdofficier veel meer bezig met preventie. Dus een antwoord vinden op de vraag: ‘hoe voorkomen we dat dit in de toekomst opnieuw gebeurt?’ We proberen ervoor te zorgen dat de ontwikkeling van die jongere de goede kant op gaat. Je zoekt eerder naar plekken voor begeleiding of behandeling, dan dat je vaststelt hoe ernstig iets is en vervolgens iemand een celstraf geeft.’’

Verdienen jeugdigen dan geen straf?

,,Kinderen verdienen in sommige gevallen straf, maar de nadruk ligt minder op het puur afstraffen. Als iemand wordt veroordeeld, is diegene verantwoordelijk gemaakt voor wat er is gebeurd. Er kan bijvoorbeeld ook schadevergoeding worden toegewezen aan een slachtoffer. Maar uiteindelijk is de uitkomst erop gericht dat de ontwikkeling van de verdachte wordt bijgestuurd. Bij minderjarigen gaat bijna iedereen ‘met voorwaarden’ de deur uit, niet met een kale straf. In de ergste gevallen hebben we ook nog de PIJ-maatregel (Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen, red.), ook wel jeugd-tbs genoemd.’’

Hebben slachtoffers van ernstige delicten daar vrede mee?

,,Ik heb te maken met de beperkingen van de wet. Ik kan niet hoger eisen dan twee jaar jeugddetentie, of één jaar als iemand jonger is dan 16 jaar. Voor sommige slachtoffers kan dit als een beperking voelen. Wat hen betreft zijn straffen meestal nooit hoog genoeg. Toch hoor ik ze ook vaak zeggen ‘Als de verdachte maar behandeling krijgt’, als ik hen uitleg hoe het jeugdstrafrecht werkt.’’’

Voelt die maximale jeugddetentie voor u als officier als een beperking?

,,Niet per se. Er kan ook nog 200 uur taakstraf worden opgelegd. Daarnaast bestaat het adolescentenstrafrecht, waarbij mensen tot hun 23ste nog onder het jeugdstrafrecht kunnen vallen, indien zij in hun ontwikkeling meer kind zijn dan volwassene. Er gaan wel stemmen op om voor die groep de maximale termijn op te hogen naar vier jaar. Soms kan dat wenselijk kan zijn. Maar die eis van twee jaar komt bijna niet voor. Dan hebben we het echt over moord of doodslag.’’

De voorbije jaren is er een aantal keer maatschappelijke ophef ontstaan over steekpartijen of andere vormen van geweld waar jongeren bij betrokken waren. Voelt u die druk?

,,Dat valt wel mee, omdat ik vind dat we goed kunnen uitleggen wat wij doen als OM, Openbaar Ministerie dus. Heel veel mensen zullen het niet eens zijn, maar als je de mensen die het treft in de zittingszaal ziet zitten, besef je wel: dit is het goede. Daarnaast kunnen de persoonlijke omstandigheden -we hebben vaak echt met schrijnende situaties te maken- grotendeels verklaren waarom verkeerde keuzes worden gemaakt. Je krijgt soms rapporten van jonge verdachten voor je, waarvan je denkt: met het leven dat dit meisje of deze jongen heeft gehad, snapt iedereen waarom je rare dingen kan gaan doen.’’

Maar vaak kan het OM dat niet uitleggen, omdat zittingen met minderjarigen achter gesloten deuren plaatsvinden. Waarom is dat?

,,Die blijven dicht ter bescherming van de minderjarige. Het zijn per definitie kwetsbare mensen, ontzettend jong. Doorgaans ook kinderen ‘waar iets mee is’. Niet uit een gezin waar geen problemen spelen en die goed naar school gaan. Die zien we nauwelijks, misschien met een eenvoudige winkeldiefstal.’’

Er wil weleens fel worden gereageerd op de straffen die worden opgelegd in het jeugdstrafrecht. Als iedereen bij zulke zittingen kan zijn, zou dat meer begrip kunnen kweken?

,,Het blijft nooit helemaal anoniem. Het dorp weet vaak wel meteen over wie het gaat bij een overval of bij een incident op een school. Het feit dat je als puber wordt verdacht van een heftig feit en zit je tegenover mensen in toga zit, dan is over jezelf praten al moeilijk genoeg. Dan helpt het niet als er nog vijftien mensen publiek bij zitten. De uitspraak is wel openbaar.’’

Welke ontwikkelingen ziet u in het strafrecht voor minderjarigen?

,,We zien een groter wordende groep jeugdige criminelen die verhardt. Die zijn bozig op zitting of kiezen ervoor om te zwijgen. En dat zijn ook regelmatig kinderen die wij vooraf niet kenden, die opeens iets heftigs doen en vervolgens hun lippen op elkaar houden. Dat kan betekenen dat ze al langer in bepaalde kringen verkeren, zoals een jeugdgroep of met een familielid in het criminele milieu. En iemand mag zwijgen, maar dat schuurt met het pedagogische karakter van het jeugdstrafrecht. Die houding en die toename baren mij zorgen, want je krijgt er als justitie en hulpverlening moeilijk grip op.’’

Kunt u een voorbeeld geven van een zitting waar u als officier tevreden over was?

,,Laatst had ik een zaak van jongen van 18 jaar, die al vanaf zijn 3de niet meer thuis woont. Die leefde in pleeggezinnen en instellingen. De hulpverlening was grotendeels om hem heen weggevallen toen hij meerderjarig werd. Hij gaf aan dat hij weer contact had met zijn gezinsvoogd en de boel weer op de rit wilde krijgen, ondanks zijn situatie die best wel rot was. Zijn voogd is nu begeleider vanuit de reclassering voor zijn geheel voorwaardelijke straf. Dan is het mooi dat zo’n zitting niet alleen draait om wat iemand fout heeft gedaan.

,,Ik hoop dat veel jongeren na een kinderrechtzitting naar buiten stappen en denken: ik doe ook dingen goed. Dat biedt ook perspectief voor mensen die hen daarna begeleiden of moeten behandelen. Uiteindelijk maken wij niet het verschil, dat is aan de hulpverlening.’’

Nieuws

menu