Minister Ernst Kuipers noemt discussie over kinderhartchirurgie 'schadelijk'. Hij roept artsen op te stoppen elkaar verwijten te maken: 'Het helpt niet'

Kuipers noemt discussie over kinderhartchirurgie 'schadelijk' ANP

Zorgminister Ernst Kuipers roept artsen die zich bezighouden met de discussie rond de sluiting van drie ziekenhuislocaties voor complexe kinderhartchirurgie op te stoppen met ,,elkaar verwijten maken. Dat helpt niet, het is schadelijk, het is niet zinvol.”

De minister reageerde op vragen over een petitie die dinsdag wordt aangeboden aan de Tweede Kamer, waarin wordt gevraagd om complexe kinderhartoperaties toch in Groningen te blijven uitvoeren. Het universitair medisch centrum daar is één van de drie ziekenhuizen die op termijn moeten stoppen met deze operaties.

Volgens de NOS , die een rondgang deed, is de kans groot dat het kabinet het besluit over de toekomst van de centra voor kinderhartchirurgie uitstelt. Meerdere partijen, waaronder D66 en CDA, zouden om meer onderzoek willen vragen.

Naast Groningen moeten ook de academische ziekenhuizen in Leiden en Amsterdam op termijn stoppen met complexe kinderhartchirurgie. Ook zij noemen het besluit ,,oneerlijk” en een achteruitgang voor hun patiënten.

Een groep kinderhartchirurgen die werken in de twee ziekenhuizen in Rotterdam en Utrecht die wel door mogen gaan met het uitvoeren van de operatie, verdedigt het besluit juist. De artsen zeggen dat het concentreren van de complexe zorg juist goed is voor de overlevingskansen van patiënten.

‘Samenwerking cruciaal’

Voormalig zorgminister Hugo de Jonge besloot over de sluiting van de drie kinderhartcentra. Kuipers bekrachtigde die beslissing. Hij wijst erop dat de discussie over de concentratie van de kinderhartchirurgie al decennia loopt. Hij hoopt dat de artsen die zich met dit dossier bezighouden ,,het in ieder geval voor elkaar krijgen dat ze echt op de inhoud en op het belang van de patiënten de discussie voeren en niet naar elkaar”.

Volgens de minister kan de discussie anders ,,beschadigend” zijn, ,,allereerst voor ouders en patiënten, maar ook beschadigend voor de dokters onderling, die nog lang met elkaar moeten samenwerken op een terrein waar samenwerking echt cruciaal is.”

Nieuws

menu