Lintjesregen! Zoveel mensen in Drenthe en Groningen worden vandaag verrast. Maar waarom moet die Koninklijke onderscheiding ooit weer worden ingeleverd? | vijf vragen

Cabaratier Bert Visscher kreeg in 2007 een lintje. Foto: ANP

De dag voor Koningsdag vindt traditiegetrouw de jaarlijkse lintjesregen plaats in Nederland. Een groot aantal landgenoten krijgt dan een Koninklijke onderscheiding als blijk van waardering voor hun werk en maatschappelijke bijdragen. Om hoeveel lintjes gaat het dit jaar in Drenthe en Groningen? En wat houdt zo’n Koninklijke onderscheiding eigenlijk in?

Hoeveel mensen krijgen dit jaar een lintje?

Landelijk krijgen ruim 3026 (inclusief Caraïben) mensen dinsdag een lintje. 83 inwoners van de provincie Groningen en 86 inwoners van de provincie Drenthe krijgen een Koninklijke onderscheiding uitgereikt.

In Drenthe is dit jaar een lichte stijging te zien, daar werden vorig jaar namelijk 83 onderscheidingen uitgereikt. In Groningen gaat het om flink meer onderscheidingen dan vorig jaar: toen ging het om 47 lintjes.

Wat is het verschil tussen Lid of Ridder?

Er zijn in Nederland twee koninklijke ordes: de Orde van Oranje-Nassau en de Orde van de Nederlandse Leeuw.

De Orde van de Nederlandse Leeuw, ingesteld in 1815, wordt maar aan ongeveer dertig mensen per jaar uitgereikt. Het kernwoord is hier ‘exceptioneel’: alleen mensen die iets uitzonderlijks hebben betekend voor kunst of wetenschap, Nobelprijswinnaars en uitvinders van nieuwe medicijnen komen hiervoor in aanmerking. De Orde van de Nederlandse Leeuw kent drie graden: Ridder, Commandeur en Ridder Grootkruis.

De meeste mensen met een lintje worden Lid in de Orde van Oranje-Nassau, die in 1892 is ingesteld. Voor een onderscheiding in deze orde komen personen in aanmerking die zich bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt voor de samenleving. Dat kunnen vrijwilligers zijn die zich inzetten voor jongeren, milieu, (mantel)zorg, sport, buurtverenigingen of vluchtelingen. De Orde van Oranje-Nassau kent zes graden: Lid, Ridder, Officier, Commandeur, Grootofficier en Ridder Grootkruis.

Hoe kom je in aanmerking voor een lintje?

Dat kan alleen als iemand in jouw omgeving vindt dat je een lintje hebt verdiend. Om in aanmerking te komen moet je minstens ongeveer 15 jaar lang een dag in de week vrijwillig iets voor de samenleving hebben betekend, of bijvoorbeeld een bestuursfunctie hebben bekleed. Dit kan op allerlei gebieden, bijvoorbeeld in de zorg of in de sport. Er moet vervolgens een dossier worden gemaakt met bewijzen van je werk. De gemiddelde leeftijd waarop mensen een lintje krijgen in Nederland is zestig jaar.

Wie bepaalt dan of je een lintje krijgt?

Na het indienen van het online verzoekformulier, belandt de aanvraag bij de woongemeente van degene die wordt voorgedragen. Een gemeenteambtenaar bekijkt het verzoek en beoordeelt of er voldoende aanleiding is om over te gaan tot de voordracht. De burgemeester schrijft een advies of de kandidaat een onderscheiding verdient en zo ja welke dat is.

Het advies van de burgemeester gaat samen met het dossier door naar de commissaris van de Koning, die ook een advies uitbrengt. Vervolgens gaat de aanvraag naar het Kapittel voor de Civiele Orden gaat, dat een eindadvies uitbrengt aan de betrokken minister. Deze beslist uiteindelijk of de kandidaat wordt voorgedragen bij de Koning voor een onderscheiding. De minister vraagt de Koning om het besluit te ondertekenen. Zonder handtekening van Willem-Alexander wordt er geen lintje uitgereikt.

Mag het lintje ook echt gedragen worden?

Er zijn regels voor het dragen van het lintje. Als iemand onderscheiden wordt, krijgt hij de medaille aan een lint opgespeld. De dag van de uitreiking is vaak het enige moment waarop deze medaille wordt gedragen. Een kleinere versie van de medaille (miniatuur) kan gedragen worden bij bijzondere feestelijke gelegenheden, meestal in de avonduren. Als mensen meerdere lintjes hebben, moeten ze die in een bepaalde draagvolgorde opspelden, met de hoogste onderscheiding het dichtst bij het hart.

Als iemand overlijdt en een lintje in bezit had, moet deze weer worden teruggestuurd naar de Kanselarij der Nederlandse Orden. De onderscheidingen blijven namelijk altijd eigendom van de staat. Maar de nabestaanden kunnen er ook voor kiezen om een waarborgsom te betalen, zo hoog als de aanschafprijs van het onderscheidingsteken. De nabestaanden hebben de onderscheiding dan in langdurig bruikleen.

Nieuws

menu