Het nieuwe seizoen van We zijn er bijna! ging dinsdag van start in Groningen. Presentatrice Martine van Os: 'Wat als er helemaal niets gebeurt, denken we elk seizoen'

De vlag kan uit bij liefhebbers van ’langzame tv’: We zijn er bijna! is terug bij Omroep Max. Nadat vorige zomer de caravans noodgedwongen niet uitreden, kan er nu wel worden genoten van een groep vijftigplussers aan de boemel. De aftrap was dinsdagavond in Groningen.

Foto: Alalena/

Foto: Alalena/ Max

„We hebben ontzettend veel reacties gekregen van kijkers die ongelooflijk blij zijn dat we de stoute schoenen weer hebben aangetrokken”, vertelt presentatrice Martine van Os, die met het programma het tienjarig jubileum viert.

Alhoewel, al te ’stout’ is de groep kampeerders, met de makers van de kijkcijferhit in het kielzog, niet geweest. Na de domper van 2020 werd even gerept over een wintereditie, die in de ijskast verdween, en reikhalzend uitgekeken naar een nieuwe zomerreeks. „Het plan was om naar Noorwegen te reizen”, zegt Van Os. „Een uitgestrekt en rustig land. Maar om met veertig man de grens over te gaan, vonden we in deze onzekere tijd toch een onzinnig idee.”

Veilige bubbel

En zo pakte de karavaan begin juni hun koffers voor een rondreis door Nederland van vierenhalve week. De presentatrice: „We zijn met dozen vol coronatesten vertrokken, hebben afstand gehouden en waren allemaal gevaccineerd. We zaten in een, ik heb een hekel aan het woord maar gebruik het in deze context toch, een bubbel. Dat voelde veilig.”

De trip voerde de groep kris-kras door Nederland. „We vertrokken uit Groningen en eindigden in het uiterste puntje van Zeeuws-Vlaanderen. Mensen hadden behoorlijk lang binnen gezeten en waren heel enthousiast. We hebben geluk gehad met het weer, wat hier altijd ongewis is. Dat we in Nederland bleven, maakte het vakantiegevoel er niet minder om. Het was echt een ontdekkingsreis omdat we als toeristen gingen. Je hoort ook vaak dat je in eigen land niet alle bezienswaardigheden bezoekt. Dat deden we nu wel. En we waren altijd wel ergens in de leefomgeving van één van de deelnemers. Dat gaf weer leuke verhalen over die streek en jeugdherinneringen kwamen naar boven.”

Wederom worden uiteenlopende kampeerders gevolgd. De omroep communiceert standaard dat het vijftigplussers zijn, maar de leeftijd ligt volgens Van Os over het algemeen iets hoger. „Er zijn nu mensen van begin zestig die nog werken, maar ook een echtpaar van 84 en 85. Als enigen met een klein zwart Volkswagenbusje omgebouwd tot een soort camper, wat ook hun dagelijkse auto is. Zij zijn enorm ondernemend: op hun twintigste vertrokken ze samen naar Australië en hebben later hun leven in Nederland weer opgepakt. Zij zijn zo leuk en dapper, daar word ik heel vrolijk van. Zo kan oud worden dus zijn.”

Extra eenzaam

Ook koestert Van Os warme herinneringen aan deelnemers uit eerdere seizoenen, vooral mensen die ervoor kozen alleen mee te gaan op een georganiseerde reis nadat ze hun partner verloren. „Dan zitten ze tussen de stellen en kunnen ze zich extra eenzaam gaan voelen. Maar het is zo hoopgevend dat zij hun leven eerder met een ander hebben vormgegeven en nu zelf dingen blijven ondernemen. Dat bewonder ik. De levensverhalen die ik in het programma hoor, zijn sowieso interessant.”

Het was in het begin nog maar de vraag hoe We zijn er bijna! vorm en inhoud zou krijgen. In 2011 vertrok een gezelschap naar Corsica en Sardinië, Van Os en een tv-ploeg reisden voor het eerst mee. „Als een soort fly on the wall. Het was niet de bedoeling dat wij de boel gingen beïnvloeden of een stoorzender zouden vormen. Nu denk ik wel eens dat we een extra attractie zijn”, zegt de presentatrice met een lach, „maar in het begin was het heel erg pionieren. We kwamen terug met tweehonderd uur aan beeldmateriaal. Wat voor programma ga je daaruit destilleren? Soms keken we elkaar aan en dachten: er gebeurt niks. Maar het is wat het is, en niks is ook wat. Dat is een beetje ons motto geworden. Als kijker kun je er kennelijk heel rustig van worden als je iemand met z’n voeten in een teiltje ziet zitten, er een veld met bloemetjes in beeld is en mensen aardig voor elkaar zijn.”

Inmiddels is Van Os, die met het programma het populaire ’langzame tv’ (slow tv)-genre, op de kaart zette, na tien seizoenen „iets zekerder”, zegt ze. „Wel denken we elke keer: wat nou als er helemaal niets gebeurt? Maar dat is natuurlijk niet zo. Zoals ik al zei: levensgeschiedenissen van mensen zijn fascinerend. En we maken allerlei interessante uitstapjes. Het is geen wedstrijd, geen spel en er worden geen mensen naar huis gestuurd. Dat kan ook leuk zijn, wat minder actie vinden mensen kennelijk ook heel prettig.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
menu