Tien jaar geleden mondden vreedzame protesten in Syrië uit tot een oorlog. Hoe gaat het nu met gevluchte Syriërs in Drenthe en Groningen?

Het is tien jaar geleden dat vreedzame protesten in Syrië uitmondden in een oorlog, die nog altijd voortwoekert. Hoe vergaat het de gevluchte Syriërs die in Noord-Nederland zijn beland?

Yara op de Grote Markt in Groningen, waar ze haar man Yamen ontmoette.

Yara op de Grote Markt in Groningen, waar ze haar man Yamen ontmoette. Foto: Corné Sparidaens

In Aleppo wonen al 8000 jaar mensen en Abdo Kastali (20) uit Veendam was een van hen. Aleppo was een prachtige stad waar hij heerlijk leefde met zijn familie, zegt Abdo. Tot de oorlog uitbrak. Toen de notenfabriek waar zijn vader werkte eerst werd leeggeroofd en vervolgens gebombardeerd, was zijn jeugd voorbij. Negen jaar geleden vluchtte het gezin de grens met Turkije over en vestigde zich in Istanbul.

,,Om aan geld te komen ben ik op mijn 12de in een kledingfabriek gaan werken. Samen met mijn vader, 12 uren per dag”, zegt Abdo. ,,Later werd ik gids voor toeristen in de stad. Dat vond ik erg leuk om te doen.” Zijn ouders zochten ondertussen naar manieren om naar West-Europa te komen. ,,Maar niet met de rubberboot, dat vonden ze te gevaarlijk.” Een vlucht van de Verenigde Naties bracht de Kastali’s eind 2017 uiteindelijk naar Nederland.

Abdo zat in asielzoekerscentra in Budel (Noord-Brabant) en Sneek, voordat het gezin in een woning in Veendam belandde. ,,Omdat we nergens familie in Nederland hadden, zijn we in een willekeurige gemeente geplaatst. Het is nog steeds een beetje wennen, voor als je bent opgegroeid in Aleppo en Istanbul.”

Abdo spreekt vloeiend Arabisch, Turks en Nederlands en op zijn mbo-opleiding toerisme krijgt hij Engels en Spaans. Hij wil het toerisme in, een eigen reisbureau misschien. Wat als de oorlog niet was uitgebroken, welk pad had ik dan gekozen?, denkt de Syriër weleens.

De Arabische Lente van 2011 is voor Syrië al tien jaar een drama

Esmeralda van Boon lepelt de data zo op. Het begon op 18 december 2010 in Tunesië, een dag nadat straatverkoper Mohamed Bouazizi zich uit pure wanhoop in brand had gestoken. Op 29 december sloegen de protesten over naar buurland Algerije, 14 januari 2011 ging de bevolking ook in Jordanië de straat op om het eind van de regime te eisen, drie dagen later begon het in Oman en op 25 januari kwamen in Egypte de massale protesten op gang, resulterend in het aftreden van het president Moebarak.

Geen wonder dat de data als gebeiteld in Van Boons hoofd zitten; ze was er keer op keer bij. De uit Groningen afkomstige arabist zat in het team van Nieuwsuur , dat ter plekke verslag deed van de Arabische Lente. Als kenner van de taal en cultuur. Ze was de vrouw met de contacten, zeker in de Egyptische hoofdstad Cairo, waar ze jarenlang woonde. Van Boon deed ook zelf verslag voor radio en tv en maakte later diverse documentaires over de Arabische Lente.

,,Dat ik weet hoe het voelt om onder vuur te liggen en gebombardeerd te worden, helpt me met de gesprekken die ik nu voer met de Syriërs hier”, zegt Van Boon. Ook in Syrië probeerde ze verslag te doen van steeds groter wordende protesten, die in de zomer van 2011 uitliepen op een gewapende strijd. Maar al op het vliegveld werd ze tegengehouden en teruggestuurd naar Nederland.

Zicht op een doorbraak is er niet

De Arabische Lente bracht hoop op structurele verandering in 21 landen in en rondom het Midden-Oosten. Regimes kwamen ten val, noodtoestanden werden opgeheven en politieke gevangenen vrijgelaten. Stabieler dan tien jaar terug is de regio echter niet. Met Libië (waar Van Boon onder geweervuur kwam te liggen van het regeringsleger) en Jemen is Syrië het land waar de gedroomde revolutie het meest dramatisch uitpakte.

De oorlog tussen het leger van de regering van president Assad (gesteund door onder andere Rusland en Iran) tegen een veelkleurig palet aan strijdende partijen (waarvan sommige gesteund door onder meer de VS, Turkije, Frankrijk, Duitsland en Nederland) woekert nog altijd voort. Zicht op een doorbraak is er niet. Assad zit steviger in het zadel dan in 2011. Er zijn naar schatting meer dan 400.000 mensen – van wie bijna een derde burgers – omgekomen sinds het uitbreken van de gevechten, meer dan 11 miljoen Syriërs raakten ontheemd.

Enkele duizenden van hen belandden, vaak na omzwervingen door Turkije, Griekenland en de rest van het continent, in Noord-Nederland. Groningen, Friesland en Drenthe: provincies waar de meesten nog nooit van gehoord hadden.

,,Syrië was een leuk land”, zegt Hani, „zeg maar zoals Nederland”

,,Syrië was een leuk land”, zegt Hani (39), afkomstig uit het uiterste zuiden, die sinds een paar jaar in het centrum van Haren woont. ,,Zeg maar zoals Nederland. Maar nu zie ik het daar nooit meer goed komen.” Zijn collega en vriend Yamen (28), afkomstig uit Damascus en ook woonachtig in Haren: ,,Er is geen toekomst daar. Ooit zal de president vertrekken, maar dat zal niks uitmaken. Nieuw gezicht, zelfde regime”, voorspelt Yamen. ,,Wij blijven hier. Hier is het veilig en voelen we ons thuis. Ik ben overal in Nederland geweest, maar hier zijn de mensen het aardigst.”

Sinds het begin van de oorlog zijn er meer dan 100.000 Syrische vluchtelingen in Nederland beland. De grote bulk kwam in 2015-2016, zo ook Yamen en Hani, toen in tal van gemeenten noodopvangen werden ingericht. ,,De tsunami”, noemt Jacquelien Sterenborg regiomanager Drenthe van Vluchtelingenwerk de aanwas. ,,Het waren toen vooral jonge mannen, die vooruit werden gestuurd. De familieleden kwamen vaak daarna, onder het mom van gezinshereniging.”

In het voorjaar van 2016 kwam aan de grote toestroom van Syriërs naar West-Europa een eind, net als aan het gros van de levensgevaarlijke overtochten met rubberbootjes naar Griekenland, toen de Europese Unie (EU) de omstreden vluchtelingendeal sloot met Turkije. De EU betaalt Turkije miljarden euro’s om Syrische vluchtelingen op te vangen binnen de eigen grenzen. Ook Libanon en Jordanië bieden onderdak aan de miljoenen op de vlucht geslagen burgers uit het buurland. Opvang in de regio, wordt die oplossing van het vluchtelingenvraagstuk genoemd.

De groep Syriërs in Noord-Nederland is heel divers: jong, oud, christenen, sjiitische moslims, soennitische moslims, alevieten, druzen, Koerden

Om de vraag te beantwoorden hoe het gaat met de Syriërs in het Noorden, moet er eerst een misverstand uit de wereld worden geholpen. ,,Dé Syriër bestaat helemaal niet”, zeggen zowel Van Boon als Sterenborg, los van elkaar. De inwoners van het land (qua bevolkingsomvang vergelijkbaar met Nederland, maar in oppervlak bijna vijf keer zo groot) zijn zeer divers en hetzelfde geldt voor de vluchtelingen hier. ,,Ze zijn jong, oud, christen, conservatief moslim, liberaal”, zegt Sterenborg. Behalve veel christenen en sjiitische en soennitische moslims kom je ook alevieten, druzen en Koerden tegen onder de Syriërs in Noord-Nederland, vult arabist Van Boon aan.

Een ander misverstand is dat het alleen maar om hoogopgeleide jonge mensen zou gaan. ,,Ho, stop zeg ik elke keer als ik dat hoor”, zegt Van Boon. ,,Ze zijn over het algemeen misschien iets langer naar school geweest dan vluchtelingen uit andere delen van het Midden-Oosten, maar verder klopt het niet.”

Hoogopgeleid suggereert dat de groep hier heel simpel in een soortgelijke baan als in het land van herkomst zou kunnen doorstromen, maar dat is volgens Van Boon helaas niet het geval. Zij kan het weten, want het is haar werk: statushouders na hun periode in het azc ,,een zachte landing geven in de Nederlandse samenleving”. ,,Vaak belanden vluchtelingen die naar een gemeente uitstromen richting een reguliere woning ergens drie hoog achter”, zegt Van Boon. ,,Dat komt de integratie niet bepaald ten goede.”

Doorstromen, maar dan met een baan of opleiding op zak

Voor de gemeente Groningen helpt zij statushouders met hun toekomstplannen in Nederland. Het meest tastbare voorbeeld daarvan is het opzetten van de HUB Haren, gevestigd in een voormalige zusterflat van ziekenhuis Beatrixoord, waar sinds een kleine twee jaar 17 Syriërs wonen, na hun periode in het azc. Idealiter blijven ze een jaar of drie, waarna ze alsnog – vaak omdat ze een relatie of kinderen krijgen – doorstromen naar een reguliere woning. Maar dan met een baan of opleiding op zak.

Van Boon komt in haar gespreken ruwweg twee hoofdstromingen tegen. ,,Er is een deel dat zegt: zolang mijn familie nog in gevaar is in Syrië, kan ik helemaal niet denken aan wat ik wil doen voor werk. ‘Ik heb te veel stress’.” Een ander deel wil juist aan de slag. ,,Die zeggen: ‘ik heb het voor elkaar gekregen om hier te komen, nu moet ik ook doorpakken’.”

Nu Denemarken is begonnen met terugsturen groeit bij Syriërs de vrees dat Nederland volgt. „Dat is hun doodvonnis”

Wat voor extra onzekerheid kan zorgen is de onduidelijkheid of de toekomst van sommige Syriërs daadwerkelijk in Nederland ligt. Statushouders hebben een verblijfsvergunning voor in principe 5 jaar. Die kan verlengd worden, of vluchtelingen doen een aanvraag voor naturalisatie: het Nederlanderschap. Maar nu Denemarken is begonnen met het terugsturen van Syriërs, groeit onder de doelgroep de angst dat ook Nederland zal besluiten dat het veilig is om terug te gaan.

,,Een heel onverstandig besluit van Denemarken”, zegt Van Boon. ,,Damascus is misschien relatief rustig nu, maar stuur je gevluchte Syriërs terug, dan teken je als land eigenlijk hun doodvonnis. Een deel zal direct worden opgepakt en in de gevangenis worden gezet. Wat daar gebeurt, dat wil je niet eens weten.”

Yamen en Hani hangt uitzetting niet meer boven het hoofd. Zij zijn al Nederlander geworden. Beiden ontvluchtten ze hun geboorteland omdat ze werden opgeroepen voor het leger. ,,Simpel gesteld zou ik dan mijn vrienden moeten doodschieten”, zegt Hani. ,,Ik wil helemaal niet vechten. Ik ben vredelievend en ik heb met geen enkele bevolkingsgroep in mijn land problemen. Zelf ben ik christen, Yamen is moslim, maar denk je dat dat een probleem is? Echt niet, ook in Syrië leefde dat altijd heel goed samen.”

 

Yamen vertrok een kleine zes jaar gelden naar Turkije en stapte daar in een rubberbootje naar Griekenland. Hij was een van de eerste bewoners van de HUB. Hij opende er het cateringbedrijf Yamen Cuisine – dat inmiddels Hani Yhami Yhami heet – en wat is uitgegroeid tot het sociale knooppunt van het gebouw. Hani werkt met hem in de keuken. Hun hele familie woont nog in Syrië. ,,We proberen dagelijks contact te hebben”, zegt Yamen. ,,Maar het is lastig. Ze hebben daar maar drie uur per dag elektriciteit.”

„Uit Syrië kennen ze: werk je niet voor de overheid en heb je geen baan, dan start je een eigen bedrijfje. Daar begin je gewoon”

Participeren is het toverwoord, zegt Van Boon. Er zijn plekken voor vrijwilligerswerk nodig, maar het mooist is het als de Syriërs betaald werk vinden. ,,Je ziet veel die voor zichzelf willen beginnen”, zegt Van Boon. ,,Dat kennen ze uit Syrië. Werk je niet voor de overheid en heb je geen baan, dan start je een eigen bedrijfje. Daar begin je gewoon. Maar dat is hier heel lastig, vanwege de taal en alle regeltjes. Daar heb ik het dan met ze over.”

Het zijn niet altijd makkelijke gesprekken, zegt Van Boon. Een arts van in de 50 zal hier heel moeilijk opnieuw als dokter aan de slag kunnen, omdat hij of zij een BIG-registratie moet halen. Daar is goede kennis van de Nederlandse taal voor nodig en dat is voor een vijftiger praktisch onhaalbaar. ,,Dat zijn geen leuke dingen om te vertellen”, zegt Van Boon. ,,Maar ben je nog jong, dan is het een ander verhaal.”

Veel jonge Syriërs willen aan de slag als kapper of in de horeca, merkt ze. ,,Ook met hun ga ik het gesprek aan: wat is het perspectief? Zijn er niet al genoeg kapperszaken in de stad?”. Waar wel kansen liggen, zijn in de techniek en de bouw. ,,Probleem daarbij is dat die beroepen in Syrië laag in aanzien staan. Ik probeer ze er dan van te overtuigen dat dat hier helemaal niet zo is, dat die beroepen hier juist als heel waardevol worden gezien.”

,,Wat heel leuk is, is dat op dit moment meerdere jonge jongens de zorg in willen”, zegt Van Boon. ,,Dan vraag ik ook: besef je wel dat je dan ook billen moet wassen, van mannen én vrouwen? Sommigen willen dat niet en haken af, maar anderen gaan er alsnog voor.”

De arabist probeert de doelgroep ervan te doordringen dat onderwijs extreem belangrijk is. ,,Zij zitten vaak op de korte termijn en ik op de lange”, zegt ze. ,,Je kunt ook praktisch beginnen en daarna doorstromen naar het hbo bijvoorbeeld. En als ze voor hun 30ste beginnen, dan hebben ze recht op studiefinanciering. Dat kan een wereld van verschil betekenen.”

Het aantal succesverhalen groeit, maar er bestaat onder Syriërs ook veel stress, somberheid en angst

Syriërs willen over het algemeen heel graag meedoen, blijkt ook uit onderzoek. De groep heeft een ‘hoge arbeidsmoraal’ en de wil om te participeren is groot, zo schrijft het Sociaal en Cultureel Planbureau in het vorig jaar verschenen onderzoek Nederland Papierenland.

Een groot deel van de Syriërs voelt zich hier bovendien snel thuis, zo kwam naar voren uit een grootschalig onderzoek onder 3200 statushouders, uitgevoerd tussen 2017 en 2019 door het SCP, WODC, het RIVM en het CBS. Bijna de helft van de ondervraagde Syriërs zei zich Nederlander te voelen, terwijl ze het naturalisatieproces nog niet hadden voltooid.

Er zijn ook minder positieve cijfers. Terwijl het aantal Syriërs met een betaalde baan toenam van 11 procent in 2017 tot 34 procent twee jaar later, leeft rond de 70 procent van een uitkering. Zo’n 38 procent ervaart psychische stress, somberheid en angst. Bijna drie keer zoveel als gemiddeld onder de bevolking in Nederland.

Het zijn inderdaad niet allemaal succesverhalen, erkent Van Boon. ,,Er zijn er ook hier genoeg die nog geen werk hebben en hun weg nog moeten vinden”, zegt ze. Soms is er ruzie onderling. Dat kan volgens Van Boon zover gaan dat een enkeling heeft moeten onderduiken.

„Mijn toekomst ligt hier, absoluut. Alle mooie dingen in mijn leven zijn in Nederland gebeurd.”

Yara Alhwamwi (22) heeft de ellende al achter zich gelaten. Denkt ze aan haar geboortestad Damascus, dan verschijnen vanzelf de beelden van de mishandelingen die ze op straat heeft gezien. De sluipschutters op de daken. Ze reisde in 2014, als 15-jarige, haar ouders achterna die al naar Nederland waren vertrokken. Het bezin belandde in Roden. ,,Mijn toekomst ligt hier, absoluut”, zegt Yara, die in het traject zit om Nederlandse te worden. ,,Alle mooie dingen in mijn leven zijn hier gebeurd.”

De meest speciale plek is voor haar de Grote Markt in Groningen. Op een mooie dag zat ze hier met haar familie op de trappen van het (inmiddels verdwenen) tijdelijke VVV-gebouw. Even verderop hoorde ze Arabisch spreken, met een Syrisch accent. Het was Yamen (niet de Yamen uit Haren, maar uit Groningen) en hij had Yara ook al opgemerkt. ,,We hebben toen kort gesproken en zijn daarna gaan daten”, zegt Yara met een veelbetekenende lach.

Ze zijn inmiddels getrouwd, wonen in Groningen. Ze heeft al een opleiding als gastvrouw afgerond en werkt nu aan haar droom: actrice worden. Yara: ,,Hier ben ik gelukkig.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
menu