In verpleeghuis Veendam sloeg corona hard toe: 'We hebben zware verliezen geleden. Wat een heftige periode was het'

Pijnlijke bezoekverboden, honderden coronadoden en nog veel meer ernstig zieke bewoners en medewerkers. De woonzorgcentra in Drenthe en Groningen likken hun wonden na de coronacrisis. Onze verslaggever sprak met bewoners, verzorgenden en bestuurders.

Contact onderhouden met familie was moeilijk tijdens de eerste golf van besmettingen.

Contact onderhouden met familie was moeilijk tijdens de eerste golf van besmettingen. Foto Shutterstock

Het begint eindelijk weer wat normaler te worden in verpleeghuis Veenkade in Veendam, waar het coronavirus rond de jaarwisseling ongemeen hard om zich heen sloeg.

‘We zijn nu extra voorzichtig met alles’

,,Je denkt er best veel aan terug’’, zegt verzorgende Selma. ,,We hebben zware verliezen geleden. Wat een heftige periode was het’’, vult haar collega Karin aan. ,,We zijn nu extra voorzichtig, met alles. Het blijft ook de komende tijd gevaarlijk’’, vindt Annet.

Niets is meer vanzelfsprekend in de ouderenzorg, zeggen medewerkers en bestuurders in tal van instellingen in het Noorden. In de zorg was het voorheen vaak handelen op basis van je gezonde verstand. Maar met corona kwamen ineens de beschermingspakken, de afgesloten afdelingen, de strenge bezoekverboden en andere regels. En dan nog wist het coronavirus soms binnen te dringen en waren er tientallen uitbraken. Voor veel ouderen was het een zware periode.

Het personeel heeft er veel langer last van

,,Voor ons was het wel heel erg’’, zegt de 84-jarige Trudy Zwart, die in een rolstoel aan tafel zit op afdeling Lauwerszee in Veenkade. ,,Maar voor alle mensen die hier werken vind ik het wel het zwaarst, hoor. Wij hebben een week of wat vastgezeten, we konden nergens heen en niemand ontvangen. Er waren er veel ziek en er waren ook heel wat sterfgevallen. Maar het personeel heeft er veel langer al last van. Voor hen is het echt zielig.’’

Ze is erg blij voor het personeel dat nu de mondkapjes af mogen. Sinds kort eigenlijk. ,,Want dat was niet leuk.’’ Zelf is ze ook besmet geraakt. ,,Ik was er wel ziek van, maar niet zo erg als anderen. Ik had al een spierziekte, daarom woon ik hier ook. Die spieren zijn er wel veel verder door achteruitgegaan. Af en toe is het echt erg.’’

Verzorgende Annet komt er even bij zitten. Zij vond het ‘heel heftig’. ,,Die uitbraken maar ook steeds dat werken in beschermende kleding.’’ Zelf werd ze ook ziek. ,,Hier opgelopen. Tja ... zo gaat dat. Voor mij is het wel meegevallen maar via mij is mijn man ook besmet geraakt. Hij heeft er nu maanden later nog steeds veel last van. Hij kan veel minder dan hij eerst kon.’’

Een afdeling verderop zit de 91-jarige Liena Kuiper-Koning. ,,Het was dramatisch’’, zegt ze zonder dat ze wil overdrijven. ,,We waren hier allemaal besmet. Ik zelf ook. Op onze groep zijn alleen al acht mensen overleden. Hier mocht niemand komen lange tijd, we hadden weinig contact. Het grijpt je wel aan als je er aan terugdenkt.’’

‘Als het zo doorgaat, komen we er nooit meer vanaf’

Ze maakt zich zorgen over hoe het nu verder gaat. ,,We hebben gelukkig de vaccinaties wel gehad. Maar in de buitenwereld komt het gewoon terug. Ze laten het veel te veel los nu.’’ Dat zeggen ook andere bewoners en medewerkers. ,,Als het zo doorgaat komen we er nooit meer vanaf. Dan blijft het steeds terugkomen’’, vreest Annet.

Kuiper-Koning prijst het personeel van Veenkade. ,,Er wordt heel veel voor ons gedaan. Het is goed geregeld.’’ Maar het coronavirus komt van buiten toch weer naar binnen verwacht ze. ,,Ze nemen wel maatregelen maar ze komen er steeds achteraan.’’

De 94-jarige Lena Hageman, weer een afdeling verderop, is misschien een van de weinigen die er weinig last van heeft gehad. Tenminste, dat zegt ze. ,,Ik merkte er niet zoveel van’’, zegt ze eerst. ,,Die mondkapjes vond ik ook heel gewoon, niet eens zo erg.’’

Haar dochter Hilda Weites-Hageman ziet het hoofdschuddend aan. ,,Ze is er wel heel ziek van geweest, hoor’’, reageert ze. ,,Ze heeft wekenlang alleen maar op bed geleden. Haar eetlust was weg, ze is enorm afgevallen. Ik mocht hier al die tijd niet komen. Maar het lijkt erop dat ze er nu veel van is vergeten.’’

Haar moeder knikt. ,,Ja ik denk dat mijn hersens niet zo scherp waren. Daardoor hoef ik er nu niet meer veel aan te denken.’’

Ook voor bestuurders was het een zware tijd

Wanneer sta je wel bezoek toe en wanneer niet? Ria Knotters, Ingrid van Delft en Mariska Roeters vertellen over de onwerkelijk zware tijd voor hen als bestuurders in de ouderenzorg in Drenthe en Groningen.

,,Tijdens zo’n uitbraak moet je als bestuurder vol aan de bak’’, zegt Ingrid van Delft van de Noord-Nederlandse Cöoperatie van Zorg. ,,Vaak kwam pas nadat het voorbij was het besef. Tijdens de uitbraken zaten bewoners vaak lange tijd alleen in quarantaine. Dan kwamen weken later de bewoners pas weer bij elkaar in de woonkamer. Toen kregen ze pas in de gaten wie van hun buren en bekenden allemaal waren overleden. Pas na al die tijd zag je het goed bij hen binnen komen en was er het verdriet. Dat was voor mij wel een kippenvelmoment.’’

Tijd vol dilemma’s

,,Het was een tijd vol dilemma’s’’, zegt Ria Knotters, bestuurder van woonzorgcentrum De Westerkim in Hoogeveen. ,,Wanneer plaats je iemand over naar een afdeling met isolatie, wanneer maak je uitzonderingen op de regels? Soms konden familieleden elkaar wekenlang niet zien terwijl er verschrikkelijke dingen gebeurden. Dat heb ik als heel pijnlijk ervaren.’’

In de eerste golf was er een totaal bezoekverbod, wat bij nader inzien bijna onmenselijk was. ,,Heel erg nodig vanwege de kans op besmettingen natuurlijk’’, vindt Mariska Roeters, bestuurder van ZZWD, Zorgcollectief Zuidwest Drenthe. ,,Maar ik heb bijvoorbeeld weleens toegestaan dat een dochter toch bij haar moeder kon blijven slapen omdat ze waarschijnlijk die nacht zou overlijden’’, zegt Mariska Roeters. ,,Alleen iedere uitzondering die je maakt roept weer vragen op.’’

Instellingen met honderden medewerkers

Knotters, Van Delft en Roeters staan aan het hoofd van grote zorginstellingen met vele honderden medewerkers, allerlei woonzorgcentra in dorpen en steden verspreid door de regio. Zij en de andere bestuurders in de ouderenzorg in het Noorden zochten elkaar op in de coronacrisis. Er waren overleggen via beeldschermen en in regionaal verband hadden ze vertegenwoordigers in het Noord-Nederlandse Acute Zorg Netwerk. Bestuurders van dit soort grote zorgorganisaties stonden vol in de wind tijdens de coronacrisis en moesten dagelijks allerlei ingewikkelde besluiten nemen.

,,Dicht is makkelijk. Dicht is dicht’’, zegt Roeters. ,,Tijdens de eerste golf had je heel strakke regels. De dag na iemands overlijden moest de familie de kamer al ontruimen. Er was geen mogelijkheid voor contact en tijd voor rouw. Al snel heb ik wel gekeken of dat toch niet anders kon.’’

Ria Knotters: ,,Ik heb wel eens gedacht: dit heb ik niet goed gedaan. De man van een echtpaar was positief en mocht niet bij zijn vrouw, die zou komen te overlijden. Ik dacht eerst: ‘het is een veel te groot risico, wat haal je in huis?’ Maar in de loop van de nacht heb ik toch besloten dat hij bij zijn echtgenote mocht zijn.’’

Van Delft: „Op een gegeven moment mochten mensen wel één bezoeker ontvangen. Toen merkten we na een tijdje dat er steeds iemand lange tijd in de auto op de parkeerplaats zat. Een stel dat altijd samen kwam maar er mocht maar één naar binnen. Als een regel in praktijk zo uitwerkt moet je toch iets doen.’’

Je kunt mensen niet de krant van eergisteren laten lezen

Knotters: ,,Zo’n beslissing of we dicht- of opengaan heeft zóveel praktische consequenties. Daar sta je van tevoren niet bij stil. Wat moet je dan met al die mensen die elke dag de was van hun vader of moeder doen? Moeten alle leveranciers hun spullen in de sluis zetten? Alleen al de krant bijvoorbeeld. In het begin waren we bang dat er ook besmetting via het papier mogelijk was. Daarom hielden we alle kranten 24 uur apart. Tot we er bij stil stonden dat je mensen toch niet allemaal alleen de krant van eergisteren kan geven.’’

Ze leenden mondkapjes en zuurstofflessen aan elkaar uit en zijn als zorginstellingen naar elkaar toe gegroeid in de coronacrisis. Dat was ook wel het mooie. Ingrid van Delft: ,,Wij hadden in de eerste golf als NNCZ als een van de eersten in Noord-Nederland te maken met een uitbraak, in Hoogeveen. Er waren ook andere organisaties met een tekort aan mondkapjes en ander materiaal. Gelukkig konden we die toen krijgen vanuit het centrale verdeelpunt dat we in het Noorden hadden ingesteld.’’

Ze zaten ’s avonds vaak gespannen naar de persconferenties van Rutte en De Jonge te kijken. ,,Het was niet realistisch om dan meteen na afloop al het bezoekverbod in werking te stellen. Soms werd het je bijna kwalijk genomen dat je nog even een dag de tijd nam om alles te regelen’’, zegt Van Delft.

.,,Wij hadden zelfs al een week eerder het bezoekverbod ingesteld’’, zegt Roeters. ,,Bij nader inzien ben ik daar wel blij mee. We zitten midden in toeristisch gebied, in Dwingeloo en omgeving. Ik moest er niet aan denken dat familieleden uit de Randstad dan overdag leuk op een terrasje zouden zitten om daarna even op bezoek te gaan bij hun moeder en dan ons hele huis zouden hebben besmet.’’

Online bespraken ze pro’s en contra’s met elkaar. Knotters: ,,Niks kon meer op de automatische piloot. Elke afweging had allerlei consequenties. Het was nuttig om te zien dat de anderen met dezelfde problemen zaten. Dat hielp.’’

De druk werd enorm groot

,,Het was in het begin gelukkig niet zo erg als in Brabant en in de Randstad. Maar het was geen vraag óf het zou komen. Het was alleen de vraag wannéér wij aan de beurt zouden zijn. Je leest de verhalen uit andere landen en regio’s. Maar dan word je er toch ook zelf mee geconfronteerd en merk je hoe enorm groot de druk wordt. Wat het allemaal doet met de medewerkers. Maar ook hoe fantastisch iedereen zich inzet, steeds maar weer. Wat een veerkracht mensen hebben. Dat was dan ook weer prachtig om te zien.’’

Roeters: ,,Maar dan word je gebeld door die medewerker die drie weken lang heeft doorgebikkeld op een besmette groep. Al haar collega’s waren al naar huis, ziek en besmet. Zij was de enige vaste kracht daar nog die maar door- en doorging. ‘Maar nu ben ik besmet. Hoe moet het nu verder, ik kan toch niet ook naar huis?’’’

De horeca schoot te hulp

Het was een tijd vol beperkingen, ze hebben alle drie voorbeelden te over. ,,Maar ook van een bijzondere versnelling’’, zegt Roeters. „We konden ineens zo veel meer met elkaar.’’ Van Delft: ,,Je weet als zorgbestuurder niet hoe je iedereen moet bedanken van buiten die zich heeft aangeboden en ingezet. Zo’n actie als ‘de horeca helpt de zorg’ die in korte tijd in elkaar is gezet. Het maakte zoveel los.’’

Erg lastig vonden ze ook de verhalen van coronacritici dat er nauwelijks meer ouderen dood gingen dan normaal. Of de uitspraak van columniste Marianne Zwagerman over dor hout . Roeters: ,,Alsof mensen van deze leeftijd geen waarde meer hebben. Gelukkig weten wij wel beter. We hebben bewoners die tot op zeer hoge leeftijd heel actief en betrokken zijn, die nog zo in het leven staan. En dat wordt ook gezien door hun familieleden. Iemand met een 103-jarige moeder die zó graag een keer bij haar langs wil om haar weer eens te zien, maar die dat dan niet durft uit angst haar te besmetten. Dat is de andere kant.’’

Verlossing door vaccinaties, maar ook bureaucratie

Eindelijk kwam er begin dit jaar verlossing door de vaccinaties. Maar het duurde vervolgens weer tijden voor alle ouderen aan de beurt kwamen voor een prik. ,,Er knapte op dat moment wel iets bij mij’’, zegt Roeters. ,,Die bureaucratie, al die verschillende groepen die wel of niet een vaccin kregen. Dan zag je hoe bepaalde groepen voor zichzelf aan het lobbyen waren terwijl wij nog altijd niets gehoord hadden.’’ Ze zochten als gezamenlijke zorginstellingen de publiciteit. Roeters noemde de verzorgingshuizen een ‘kapseizend schip vol kwetsbare passagiers.’’

Ze zagen voorbeelden van ouderen die besmet raakten vlak voordat ze een prik kregen. ,,Een paar keer. Mensen die ernstig ziek werden en overleden, en die wel aan de beurt waren geweest als anderen groepen niet waren voorgegaan.’’

Hoeveel begrip ze ook kunnen hebben voor acute zorgmedewerkers die bij het kabinet lobbyden om beschermd te worden met een vaccin … In de ouderenzorg zijn ze niet de enigen die liever hadden gezien dat het kabinet had vastgehouden aan het advies om eerst de oudsten te vaccineren. ,,Het was steeds zuurder om te merken dat de vaccins maar niet kwamen terwijl de situatie zo nijpend was bij ons’’, zegt Knotters.

Dat het dan uiteindelijk toch goed op gang kwam met de vaccinaties, dat in hun instellingen vrijwel iedereen zich snel liet prikken, gaf veel verlichting. ,,En gelukkig dat ook in de rest van de samenleving nu een grote meerderheid zich laat vaccineren. Dat helpt enorm tegen het virus.’’

De mondkapjes mochten af

Begin juli mochten de mondkapjes af in de woonzorgcentra. Maar het blijft spannend of het virus, of een nieuwe variant, dan toch niet weer van buiten naar binnen komt. ,,Wij als NNCZ hadden in de derde golf overigens ook weer de primeur in het Noorden. Op een woongroep waar iedereen al gevaccineerd was, kwam er toch nog een uitbraak’’, zegt Van Delft. ,,Allemaal mensen die de tweede vaccinatie al hadden gehad. Je bent er dus nog niet na de vaccinaties, merkten we. Maar het belangrijke verschil was wel dat er dankzij de vaccinaties niemand echt ernstig ziek werd.’’

Het ergste is voorbij en toch is er nog lang geen sprake van terug naar normaal. De schrik zit ze nog in de benen. ,,Het is nog niet over zolang corona buiten ook rondgaat.’’ De mondkapjes zijn weliswaar af maar die voelden soms ook als een beetje extra bescherming. En de nieuwe uitdagingen doemen alweer op. Het aantal ouderen blijft groeien de komende jaren en er is steeds meer krapte aan personeel. ,,Corona heeft geleerd dat we het samen moeten doen’’, zegt Van Delft. ,,We hebben elkaar beter leren kennen. We kunnen het niet zonder elkaar’’, zegt Roeters. ,,En we moeten iedereen die heeft geholpen heel hartelijk danken.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
Coronavirus
Gezondheid
menu