Noodrechtspecialist RUG over historische avondklok: 'Juridisch is dit een vorm van detentie'

Nu voor het eerst sinds 1945 een staatsnoodrechtelijke bepaling wordt afgestoft, volgt het kabinet niet de juiste stappen, constateert de Groninger specialist Adriaan Wierenga tot zijn spijt.

Adriaan Wierenga, noodrechtspecialist van de Rijksuniversiteit Groningen.

Adriaan Wierenga, noodrechtspecialist van de Rijksuniversiteit Groningen.

De betrokkenheid in de stem van Adriaan Wierenga, noodrechtspecialist van de Rijksuniversiteit Groningen, is duidelijk hoorbaar. Dit is zijn juridische niche. En nu gaat het gebeuren, voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog haalt Nederland een staatsnoodrechtelijke bepaling uit de kast. Een historische gebeurtenis, waarvan Wierenga tot voor kort nooit had gedacht dat hij hem snel zou meemaken.

Er is het afgelopen jaar een coronawet opgetuigd waarmee de regering snel vergaande maatregelen door kan voeren, maar een avondklok is hier geen onderdeel van. Burgemeesters hebben op grond van die wet wel de mogelijkheid om gebieden af te sluiten als het te druk wordt en mensen geen afstand houden, maar die bevoegdheid voorziet niet in het verbieden van de hele populatie om voor langere tijd de straat op te gaan.

‘Beperken van vertoeven in de open lucht’

,,Het opsluiten van burgers in huis, dat moet je eigenlijk zien als een vorm van detentie”, zegt Wierenga. ,,Het gaat juridisch gezien niet langer om vrijheidsbeperking, maar om vrijheidsontneming.” Daarvoor is een hele duidelijke en stevige juridische basis nodig, zo heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) bepaald. En die juridische basis is er, zegt Wierenga. Hij kent hem uit zijn hoofd: Artikel 8 van de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag. Wat in de volksmond avondklok of spertijd heet, wordt daarin omschreven als ‘het beperken van het vertoeven in de open lucht’.

Zoals bekend is het de eerste keer sinds de Tweede Wereldoorlog dat de avondklok in Nederland wordt ingesteld. Maar ook andere staatsnoodrechtelijke bepalingen hoefden sindsdien nooit te worden afgestoft. Er zijn honderden van dit soort onderwaterbepalingen zoals Wierenga ze noemt, die pas in (inter)nationale noodsituaties boven water mogen worden getild. Zo kan de minister dan bijvoorbeeld noodgeld laten drukken, of zorgen dat een tv-zender beschikbaar is voor noodberichten.

Hamsterwet

,,Vier jaar geleden heb ik een stuk geschreven waarin de Hamsterwet aan de orde kwam, ook zo’n noodbepaling”, zegt Wierenga. ,,Daarmee kan de minister voorkomen dat er bepaalde producten worden gehamsterd. Daar lach je op zo’n moment een beetje om, niet alleen om de naam van de wet. Maar in het voorjaar kwam het ineens heel dichtbij, toen er massaal wc-rollen werden gehamsterd.”

Om het staatsnoodrecht in werking te laten treden, moet er sprake zijn van buitengewone omstandigheden. Dan kan er een algemene noodtoestand wordt uitgeroepen, bijvoorbeeld tijdens een oorlog, of een beperkte noodtoestand. Ook in die laatste situatie is er de mogelijkheid om een avondklok in te stellen. De beperkte noodtoestand hoeft echter niet te worden uitgeroepen voor het invoeren van slechts één specifieke noodbepaling die de avondklok mogelijk maakt. Dat kan ook separaat, zegt Wierenga. Dat de coronacrisis valt onder de juridische definitie van buitengewone omstandigheden lijdt volgens hem geen twijfel.

Niet kabinet, maar Kamer beslist

Het is de regering die de staatsnoodrechtelijke bepaling boven water tilt, waarna hij direct in werking kan treden. Daarna mag de Tweede Kamer debatteren over nut en noodzaak. Dat is de gebruikelijke gang van zaken, maar nu het met de eerste avondklok sinds 1945 weer een keer zover is, gaat het toch ineens anders, constateert Wierenga tot zijn spijt. Donderdag was het de Kamer die het oordeel velde.

Het is min of meer een gevolg van de voorafgaande inspraak die de Tweede Kamer heeft afgedwongen voor maatregelen die vallen onder de coronawet. ,,De avondklok valt hier weliswaar niet onder, maar de regering heeft bepaald dat het ook nu toch goed zou zijn om al voorafgaand aan inwerkingtreding een meerderheid in de Kamer achter het voorstel te krijgen”, zegt Wierenga. ,,Dat is aan de ene kant begrijpelijk, zo voorkom je dat de wet direct na in werking treden wordt afgeschoten, maar in tijden van crisis waarin daadkrachtig en spoedeisend optreden nodig is, niet constructief. Door de nu gekozen route verlies je kostbare tijd.

Bij de totstandkoming van de coronawet werd Wierenga als specialist gehoord. Hij adviseerde tegen voorafgaand inspraak door de Kamer in, juist om situaties als nu met de avondklok te voorkomen. ,,Helaas is er deels anders besloten. Ik vind het gevaarlijk.” Democratische controle is van groot belang, benadrukt hij, maar hoort volgens hem in dergelijke gevallen zo snel mogelijk te geschieden ná het optreden door het bestuur.


Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
Coronavirus
menu