Noord-Nederland is een schatkamer vol oude kerkjes, maar ze worden in hun voortbestaan bedreigd

Nergens op aarde vind je zo’n concentratie van middeleeuwse kerken als in het Noorden van Nederland. Maar het beeldbepalende erfgoed lijdt onder ontkerkelijking en de tand des tijds. Stichtingen vechten voor behoud maar kijken daarbij niet over de provinciegrenzen.

Gerko Last en Patty Wageman bezoeken het kerkje en de begraafplaats van Augsbuurt.

Gerko Last en Patty Wageman bezoeken het kerkje en de begraafplaats van Augsbuurt. Foto: Reyer Boxem

Regnerus Steensma, oprichter van zowel de Stichting Oude Groninger Kerken (1969) als de Stichting Alde Fryske Tsjerken (1970), was wat je noemt een pan-provinciaal denker. De godshuizen in beide provincies gingen de kerkendeskundige uit Buitenpost aan het hart. Het voortbestaan van honderden eeuwenoude kerkjes werd bedreigd. Ontkerkelijking en de tand des tijds lagen op de loer. Er moest wat gebeuren. Steensma wist mensen en middelen te verenigen. Hij overleed in 2012.

Het Noorden van Nederland herbergt een bijzondere schat. Nergens in Europa, nergens in de wereld, vind je zoveel middeleeuwse kerken en kerkjes bij elkaar. De relatief smalle strook land – die loopt van Friesland via het Groninger Hogeland en de Duitse waddenkust tot in Denemarken – is bezaaid met oude kerkjes, elk met een even rijke als roerige geschiedenis. Een erfgoedwalhalla, Unesco-waardig.

Wie uitzoomt ziet de kuststrook als één gebied

Wie uitzoomt ziet één gebied: kustland met veel kleine op terpen en wierden gelegen dorpen met in het midden een robuust, stoer godshuis. Bakens in het vlakke land, van ver zichtbaar, ooit gebouwd vanuit de wens op zondag met enigszins droge voeten ter kerke te kunnen gaan. Samen één erfgoedschat, zou je zeggen. Maar behoud, beheer en promotie van het religieuze rijkdom is keurig geregeld langs lands- en provinciegrenzen.

De Friese stichting is er voor de Friese kerken, de Groningse voor de Groningse. In Ostfriesland hebben ze hun eigen Kreise en Verbände om hun kerken overeind te houden. In het blad Groninger Kerken komt geen Friese kerk voor, in het Friese blad geen Groningse. Een jubileumreisje vanuit Friesland gaat voorbij aan Groningen om in Duitsland alte Kirchen te bekijken.

Waarom wordt het gemeenschappelijke erfgoed aan oude kerken beschermd en behouden vanuit twee loketten, met elk een provincievlaggetje erboven?

De Stichting Oude Groninger Kerken heeft een nieuwe directeur: Patty Wageman. Zij was eerder werkzaam voor het Groninger Museum, het museum Boymans Van Beuningen in Rotterdam en tot voor kort voor museum De Buitenplaats in Eelde. De Stichting Alde Fryske Tsjerken viert een jaar na haar Groningse zuster haar halve-eeuwfeest. We brengen ze samen aan tafel, Wageman en waarnemend directeur Gerko Last van de Stichting Alde Fryske Tsjerken. Want waarom zou er niet meer samen zou kunnen?

Een weergaloze weelde aan middeleeuwse kerken

We hebben afgesproken in de kerk van Visvliet, bijna op de grens van Groningen en Friesland. Het weer is bar en boos. Regen klettert in vlagen op de ramen van de kerk. Binnen, in een kamer met boeken en een oude vergadertafel, is het behaaglijk warm. Dit is de consistorie, waar de dominee en de ouderlingen voor de dienst op temperatuur kwamen. We worden ontvangen met koffie en cake door Agda van der Vlis en Beertien van der Maat van de Plaatselijke Commissie.

Gelet op de rijkdom aan kerken in het Noorden is onze middeleeuwse weelde nog relatief onbekend, zo begin ik. Geen publiekstrekker als de bollenvelden, Kinderdijk of Giethoorn (,,alsjeblieft niet,” merkt Van der Vlis op).

,,Ik zou zeggen ja en nee,” zegt Patty Wageman. ,,We hebben zesduizend donateurs, van wie een aanzienlijk deel buiten Groningen woont.” Wagemans voorganger Peter Breukink had het onlangs in een kranteninterview over heimwee-Groningers , die elders zijn neergestreken maar nog altijd terugverlangen naar hun vroegere thuis. ,,Maar onze rijkdom kan nog veel bekender”, zegt Wageman. „Ik denk dat wij dat allebei wel vinden.”

Gerko Last: ,,Van de kerk van Hegebeintum, op de hoogste terp van Europa, hingen vroeger zelfs posters op Schiphol. Hogebeintum trekt tussen zeven- en tienduizend bezoekers per jaar. Je merkt dat je veel bezoek kunt trekken als je er aandacht aan geeft, maar het is de vraag of je de waarde van een kerk moet afleiden aan hoe bekend hij is. De eerste waarde van de kerk ligt in het dorp zelf. De kerk van Visvliet is van het dorp. Daarin zit de waarde. In de geschiedenis, in de verhalen over wie hier vroeger hebben gekerkt, wie hier zijn getrouwd en begraven. Niet in hoeveel toeristen hier komen, hoe open we ook zijn voor hen, en hoe belangrijk we hen ook vinden.”

Verhalen zeg je. Maar ik vind het fijne van kerken vaak juist de stilte, de afwezigheid van verhalen.

Wageman: ,,Radio 4 zond deze winter het programma Passagio uit waarin presentator Lex Bohlmeijer een fietstocht maakte door Noord-Groningen. Hij had het ook over de pracht van de stilte en de verstilling – wat iets anders is dan stilte. Het zijn plekken van inspiratie. Hoe die kerken in het landschap liggen, bepaalt ook heel erg hoe je ze ervaart.”

Bezinning’, of hoe je het ook wilt noemen, is een sterke behoefte van mensen. Even uit ‘de mallemolen van het leven’, op een plek met een ander ritme en tempo …

Last: ,,De opmerkingen in de gastenboeken gaan vaak over die stilte, over dat de bezoeker rustig om zich heen kon kijken, even niks hoefde. Dat wordt ontzettend aan dit soort gebouwen gewaardeerd. De geschiedenis heeft dat in deze gebouwen gelegd. Als je binnenkomt en gaat zitten voel je dat. Het zijn plekken om de geschiedenis te voelen, echt aan den lijve te ondervinden.”

Wat de geschiedenisleraar een ‘historische sensatie’ noemde.

Last: ,,Ja. Hier voel je je onderdeel van de geschiedenis, door gewoon even te zitten in een kerkbankje. Dan hoef je verder even helemaal niks.”

Wageman: ,,In het buitenland bezoeken we al die kerken en musea, terwijl er thuis nog zoveel aan je voeten ligt wat het ontdekken waard is. Ik denk dat dat een van onze doelstellingen moet zijn, dat we laten zien hoeveel je in Noord-Nederland nog kunt ontdekken.”

Historisch besef, dat we ons realiseren wat we hebben, is niet zo vanzelfsprekend hè?

Wageman: ,,Nee. Dat is natuurlijk ook een van de redenen waarom onze stichtingen zijn ontstaan. Die kerken waren in verval. Toen zijn er mensen opgestaan die zeiden: we kunnen het nog verder laten vervallen maar dat moet gewoon niet, want het is zo uniek wat we hebben.”

Last: ,,Het is ontstaan vanuit de hervormde kerkvoogdij. Door ontkerkelijking werden gemeentes samengevoegd, die de modernere gereformeerde kerken gingen gebruiken. De oude hervormde kerken kwamen leeg te staan.”

Agda van der Vlis toont een foto in een folder: het interieur van de Visvlietkerk in 1973. Die stond op instorten, zo te zien.

Wageman: ,,Dat gold voor heel veel kerken. We hebben net Bierum in gebruik genomen, twee weken geleden. Als je kijkt hoe die kerk erbij stond na de oorlog, die was bij wijze van spreken bijna weggebombardeerd. Die is helemaal hersteld, met unieke muurschilderingen en noem het maar op.”

Overal staan kerken. Hoe bijzonder zijn die van Noord-Nederland eigenlijk?

Last: ,,In Friesland staan in totaal 770 kerken, van moderne tot oude. Daarvan is ongeveer de helft een rijksmonument. Het bijzondere is dat bijna al die kerkjes in heel kleine dorpen staan. In de zuidelijke landen staan veel grote Rooms-Katholieke kathedralen. Die hebben wij nauwelijks. We hebben in Friesland heel veel grote of kleine zaalkerken. Een zaalkerk is één geheel, anders dan een kruiskerk of wat dan ook. De dichtheid van die zaalkerkjes is heel bijzonder, en de bouwtijd ook. Er zijn hier al heel vroeg heel veel kerken gebouwd.”

,,In de middeleeuwen bouwde de Rooms-Katholieke Kerk een groot godshuis in een centrumdorp, en allemaal kleine kerkjes in de dorpjes eromheen. Ze werden met kerkenpaden met elkaar verbonden. Als je van boven kijkt, zie je die structuur overal. Als je bij onze kerk in Jorwert in een rondje van 360 graden om je heen kijkt zie je 16 kerktorens.”

In Groningen staan ongeveer 240 kerken, waarvan er 93 in bezit zijn van de SOGK. Net als in Friesland staan er veel op terpen, die hier wierden heten. ,,Als het land was ondergelopen, kon je nergens naartoe,” zegt Beertien van der Maat. ,,Daarom heeft elke wierde een kerk.” Een zondag zonder kerkgang kon natuurlijk niet.

De kerk van Visvliet is van 1427. In de zaal ruikt het fijn naar oude kerk. De stenen vloer trekt koud op. Hier liggen vroegere Visvlieters begraven. Wat je hebt met middeleeuwse muren: vocht, wijst Van der Vlis aan. We gaan naar boven via een steile houten trap. Op de kerkzolder is het koud. Het voelt als buiten.

Van der Vlis wijst op in de deurklinken gegraveerde kruistekens: om de duivel buiten te houden. Wageman: ,,Dat zijn dus de verhalen.”

,,Dat zijn de verhalen,” herhaalt Van der Vlis.

Wanneer we naar beneden lopen begint de kerkklok luid te luiden – vermoedelijk het werk van Van der Vlis of Van der Maat. Klokgelui over Visvliet, en dat op een gewone doordeweekse ochtend. Het moet voor de Visvlieters onheilspellend klinken.

Burum is een kwieke protestantse gemeente

Van Visvliet rijden we naar het kerkje van Augsbuurt in Friesland, langs buurtschappen die Galilea en De Laatste Stuiver heten. Onderweg zien we rechts een kerktoren in Burum. ,,Nee, die is niet van ons,” zegt Gerko Last. ,,Burum is een heel kwieke protestantse gemeente. Die kunnen prima voor hun eigen kerk zorgen.”

,,Zolang een dorp zelf voor z’n kerk kan zorgen hebben we dat natuurlijk het allerliefst. Het is niet ons doel om zoveel mogelijk kerken te hebben. Wij zijn een vangnet. Als niemand anders de kerk meer in stand kan houden.”

De kerk van Augsbuurt scheurt uiteen

,,Wat een prachtig plekje!” Patty Wageman bewondert het kerkje van Augsbuurt. Dat ligt op een verhoging, een plateau met een kerkhof, een rij (nu kale) bomen en ver zicht over licht golvend boerenland. Ook hier ervaren we het vrij spel van wind en regen op de kerk, een sober exemplaar van donkere baksteen. In de toren zitten twee flinke scheuren. ,,Heel heftig”, vinden beide directeuren.

In de kerk staat opwekkende, energieke muziek op. Het zou Jesus Christ Superstar kunnen zijn. Een man met een dikke trui en de voeten in huispantoffels, naar schatting ergens in de 60 of 70, gaat helemaal in de muziek op. ,,Renze van der Veen”, groet hij zodra het bezoek wordt opgemerkt. Van der Veen, melkveehouder, veertig jaar bij de Plaatselijke Commissie, bracht een thermoskan koffie mee, en gesneden koek in een plastic doos.

De scheuren in de toren zijn binnen net zo groot als buiten. In de voorbije droge zomers zijn ze verergerd. De grond klinkt in, de kerk verzakt. We zitten op het altaar, bij de preekstoel: vloerbedekking, verwarming. De hele kerk krijgt hij met die scheuren niet meer warm, zegt Van der Veen.

Vijftig palen rondom geven een nieuw fundament

Op een tekening uit 1885 staat precies dezelfde scheur, op precies dezelfde plek, zegt Gerko Last. Die is toen cosmetisch gerepareerd, gewoon door hem dicht te smeren. Het plan nu: ,,Rondom de kerk gaan vijftig palen de grond in, paarsgewijs, één buiten één binnen, en die verbinden we met elkaar, en zo komt ’ie op een heel nieuw fundament te staan.” Ze beginnen in het voorjaar. Eerder hebben ze de toren van Hegebeintum op een soortgelijke manier opnieuw gefundeerd. Kosten in Augsbuurt: ruim 3 ton.

In het geval van Hegebeintum was er een ‘prima donatie’ van een dame uit het Westen. Meer structurele subsidie komt van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en een regeling voor monumentenbehoud. De Provincies ondersteunen per project. Daarnaast zijn er de fondsen, schenkingen en legaten. Boven 50.000 euro bestaat de mogelijkheid van een eigen fonds, desgewenst met de naam van de schenker; een fonds is fiscaal aantrekkelijk.

De kerk van Augsbuurt is te huur voor trouwerijen, begrafenissen en andere bijeenkomsten. ‘De Plaatselijke Commissie zoekt versterking van mensen die willen helpen om de culturele programmering nieuw leven in te blazen’, staat op de site van de Stichting Alde Fryske Tsjerken. In de kerken van de stichting die door God en zijn gemeentes zijn verlaten wordt de leegte bij voorkeur ingenomen door festivals, kunst en cultuur. Opdat het levende gebouwen blijven.

De kerk van Klein Wetsinge heeft een café-restaurant

In het kerkje van Klein Wetsinge, nabij Sauwerd, zit een café-restaurant dat te huur is voor diners en feestjes. Na een met een architectuurprijs beloonde verbouwing heeft de kerk een panoramaraam met een mooi uitzicht over het afwateringsgebied van het Reitdiep. Ook de torenspits van de kerk in Garmerwolde heeft sinds kort een uitkijkraam. Zulke verbouwingen gaan verder dan restaureren, zegt Wageman. ,,Er wordt een dimensie toegevoegd.”

Stichtingen-stichter Regnerus Steensma woonde hier vlakbij. Dichtbij genoeg om over de provinciegrens heen te kijken. ,,Maar hij had ook wel door dat het verstandig was om er provinciale stichtingen van te maken,” zegt Gerko Last. ,,Omdat een Groninger zich Groninger voelt en een Fries zich Fries.”

Ieder ondersteunt zijn eigen religieus erfgoed. Er komt geen Stichting Oude Noord-Nederlandse Kerken; daar heeft niemand een gevoel bij.

De stichtingen zijn vergelijkbaar, zegt Wageman. ,,Het enige verschil is: wij hebben er aardbevingsschade bij.” Dat betekent extra scheuren, voor het overige verzakt en veroudert een Friese kerk net als een Groningse. Er liggen soortgelijke ‘uitdagingen’ inzake klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelstijging.

Beide provincies bezitten behalve middeleeuwse kerken ook godshuizen uit de eeuwen erna, net als monumentale pastorieën en kerkhoven. Plekken die in ieders hart en hoofd zitten, zegt Last. ,,Die gebouwen doen iets. Je kunt het niet beredeneren. De Friezen zeggen: ‘Ik leau net sa bot, mar it is wol myn tsjerke’ – ik geloof niet meer zo, maar het is wel mijn kerk.”

***

,,De kerken staan in Drenthe niet te vergaan”

De Stichting Oude Drentse Kerken heeft vijf antieke godshuizen onder zijn hoede. Zijn er niet meer bijzondere kerken in Drenthe? ,,Zeker wel,” zegt Sonja van der Meer, directeur van landschapsorganisatie Het Drentse Landschap. ,,In Vries bijvoorbeeld, Anloo, Borger, Beilen, Diever et cetera. Die worden gerund door lokale stichtingen en kerkgemeenschappen. En dat werkt prima.”

,,Wij zijn niet op aarde om zoveel mogelijk kerken te verzamelen. Zolang de gemeenschap het onderhoud zelf kan dragen, hebben wij geen rol. Wij komen pas in beeld als dat niet meer lukt.” Kerkelijk erfgoed is per definitie onrendabel, zegt Van der Meer. ,,Van de inkomsten uit activiteiten kun je net het licht laten branden. Het onderhoud dek je er niet mee.” Rijks- en provinciebijdragen dekken een deel. De rest moet van donateurs komen.

Toen middeleeuwse Friezen en Groningers op terpen en wierden hun kerken bouwden bleef Drenthe goeddeels woest en ledig. De Drentse kerkenstichting is jonger (van 2003) en kleiner dan haar Friese en Groningse zussen, en onderdeel van Het Drentse Landschap. Er zijn in Drenthe minder kwetsbare oude kerken. ,,Kerken staan hier niet te vergaan.”

Het Drentse landschap beheert in de eerste plaats natuur en beschermwaardig cultuurland. Stenen erfgoed is er in de loop der jaren bijgekomen. Dat hoeven niet per se ‘monumenten’ te zijn. ,,We hebben bijvoorbeeld ook keuterijen.” Daar woonden keuterboeren met hun gezinnen die uit noodzaak enkele dieren hielden als aanvulling op het harde bestaan als arbeider. „Wij vinden het verhaal erachter minstens zo belangrijk dan enkel de monumentale waarde. Het gaat ons echt om het verhaal van Drenthe.”

Een van de uitgaves van Het Drentse Landschap heet Gods Huisjes . Drentse kerken van bescheidenheid. Ik begeef me op glad ijs maar speel desondanks voor amateursocioloog: zijn Drenten misschien bescheidener dan Friezen of Groningers? Zoiets als ‘let maar niet op ons of op onze monumenten’? Niet helemaal, zegt Van der Meer. ,,Ook Drenten zijn trots op hun provincie.” Maar aan de andere kant: ,,Ik denk dat de meeste Drenten niet eens weten dat de Stichting Oude Drentse Kerken bestaat.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
menu