OM eist 9 maanden cel tegen boer die met collega's sjoemelde met subsidies

Negen agrariërs die samenspanden met een landbouwmechanisatiebedrijf uit Midwolda kregen voor 220.000 euro onterecht aan subsidie van de Europese Unie. Dat beweerde het Openbaar Ministerie maandag in een grote fraudezaak. Tegen de hoofdverdachte is 9 maanden cel geëist.

De werkwijze in Midwolda werd mogelijk door veel meer landbouwmechanisatiebedrijven in het land gevolgd, zo zei de officier van justitie maandag in de rechtszaal in Zwolle.

Facturen met te hoge bedragen

 De fraude zat vrij simpel in elkaar. Agrariërs krijgen bij de aanschaf van bepaalde landbouwvoertuigen subsidie van de EU. De Nederlandse Dienst Regelingen (inmiddels RVO) die deze subsidieaanvragen verwerkt, heeft daarvoor facturen en orderbevestigingen nodig. In samenspraak met de boeren kwam de onderneming consequent met facturen met daarop veel hogere bedragen. Zo werden per keer tienduizenden euro's te veel aan subsidie overgemaakt.

Het is een systeem op basis van vertrouwen, aldus de officier van justitie, en dat maakt ontdekking van deze vorm van fraude zo lastig. Een oplettende accountant van KPMG deed echter in 2015 een melding van ongebruikelijke transacties bij de onderneming uit Midwolda.

Zo kwam voor het Openbaar Ministerie het balletje aan het rollen. Maar het onderzoek liep al snel vast op zwijgende verdachten. Het Openbaar Ministerie bood enkele boeren een schikking in ruil voor een bekentenis. Zes boeren hapten toe. Ze hebben werkstraffen en boetes gekregen en hebben de subsidies teruggestort.

Boeren uit Finsterwolde, Appingedam en Sappemeer voor de rechter

Maandag stonden drie boeren uit Finsterwolde, Appingedam en Sappemeer terecht, naast de mede-directeur van het mechanisatiebedrijf en zijn zoon die er vertegenwoordiger is. De drie boeren hebben de fraude ontkend. De boer uit Finsterwolde, de 73-jarige Remko van W., kreeg ruim 60.000 euro teruggestort door het landbouwmechanisatiebedrijf. Dat kwam precies overeen met het te hoog gefactureerde bedrag, zei de officier van justitie.

Volgens Van W. was dit een uitkering van door het bedrijf veroorzaakte schade. Bewijzen had hij niet. Ook opvallend was dat hij de verzekeraar niet had ingeschakeld voor deze vermeende schade. Ze waren er 'mondeling uitgekomen', aldus de agrariër.

De hoofdverdachte en tevens mede-directeur van het bedrijf, de 70-jarige Bernhard B., ontkende elke betrokkenheid. Tegen hem werd 9 maanden cel geëist. Zijn raadsman noemde het vreemd dat dit bedrijf terechtstond terwijl de onderneming van een familielid vrijuit gaat. Hij vond dat hier sprake was van willekeur.

Werkstraffen en boetes geëist

De zoon van de hoofdverdachte, de 43-jarige Jan Frank B., werkte wel mee aan het strafrechtelijk onderzoek. Hij hoorde 240 uur werkstraf en 3 maanden cel voorwaardelijk tegen zich eisen. Tegen de drie agrariërs werden werkstraffen tot 100 uur en boetes tot 6.600 euro geëist. Of het OM meer bedrijven gaat vervolgen, is niet bekendgemaakt.

Vonnis op 4 februari.

Nieuws

Meest gelezen

menu