Oost-Groningen en Zuidoost-Drenthe kunnen leren van Friesland om beweginsarmoede aan te pakken

Om inwoners aan het bewegen te krijgen kunnen bestuurders in Oost-Groningen en Zuidoost-Drenthe wat leren van Friesland, waar veel meer gesport wordt.

Friezen in beweging tijdens de Fietselfstedentocht.

Friezen in beweging tijdens de Fietselfstedentocht. Foto: Niels Westra

Deze oproep doet de Groningse gezondheidseconoom Jochen Mierau aan beleidsbepalers in sommige delen van het Noorden. Oost-Groningen en Zuidoost-Drenthe zijn de gebieden die het meest wit kleuren op de kaart van de RIVM met de beweegrichtlijn, wat betekent dat inwoners hier het minst in actie komen. ,,Leg je er de obesitaskaart naast, dan komt dat bijna overeen”, zegt Mierau.

Oost-Groningen en Zuidoost-Drenthe zijn gebieden met een lage sociaaleconomische score. De gemiddelde inkomens liggen er laag, er wordt meer gerookt en er is meer werkloosheid. Beleidsmakers gaan er wat Mierau betreft te gemakkelijk van uit dat hiermee direct is verklaard waarom er zo weinig bewogen wordt. Het aanpakken van zogenoemde bewegingsarmoede staat hoog op de politieke agenda. Jaarlijks vallen er in Nederland naar schatting 5800 doden als gevolg van te weinig bewegen.

‘Onterecht stigma’

,,Er wordt door beleidsmakers in Nederland altijd gezegd dat weinig bewegen met armoede te maken heeft en dan wordt ook vaak gewezen naar Oost-Groningen en Zuidoost-Drenthe”, zegt Mierau. ,,Maar dat is een onterecht stigma, dat armoede automatisch leidt tot minder bewegen.” Hij wijst op de voormalige gemeente Dongeradeel, dat is opgegaan in Noardeast-Fryslân, met plaatsen als Dokkum en Holwerd. ,,Dat heeft een zelfde sociaaleconomisch profiel als Oost-Groningen, maar daar wordt juist heel veel bewogen. Mensen in dat deel van Friesland zijn niet minder arm, maar bewegen wel veel meer dan inwoners van Oost-Groningen.”

Mierau roept ambtenaren en wethouders uit de witte gebieden in Groningen en Drenthe op hun licht op te steken bij collega’s in voormalig Dongeradeel. ,,Om te zien wat ze daar beter doen”, zegt Mierau. Vaak gaat het om een combinatie van redenen, waaronder de afstand tot voorzieningen. Mierau: ,,Als de dichtstbijzijnde supermarkt in een dorp een eind verderop zit, is het logisch dat men eerder de auto pakt dan de fiets.”

Gezondheidswinst

Er zijn al tal van programma’s om inwoners aan het bewegen te krijgen, maar die hebben niet altijd het gewenste effect, ziet de gezondheidseconoom. ,,Vaak zie je dat mensen die toch al iets aan sport deden, door de programma’s nog wat meer gaan sporten”, zegt Mierau. ,,Dat is op zich goed, maar de gezondheidswinst zit in de groep die helemaal niet beweegt. Die moet je zien te activeren.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
menu