Precies vijftig jaar geleden verbleven Godfried Bomans en Jan Wolkers een week op Rottumerplaat. Op zoek naar de sporen van het legendarische radioprogramma Alleen op een eiland. ‘Godfried Bomans, ben je daar? Over!’

De schrijvers Godfried Bomans en Jan Wolkers verbleven in 1971 als onderdeel van het radioprogramma Alleen op een eiland ieder een week op Rottumerplaat. Het is vandaag precies 50 jaar geleden dat Bomans naar het eiland vertrok. De eerste aflevering van het tweeluik: Terug naar Rottumerplaat.

Godfried Bomans, Willem Ruis met Bomans' dochter Eva en vrouw Pietsie op het schip naar Rottumerplaat.

Godfried Bomans, Willem Ruis met Bomans' dochter Eva en vrouw Pietsie op het schip naar Rottumerplaat. Bron Erven Willem Ruis.

10 juli 1971. Schrijver Godfried Bomans waadt rond half 12 ’s morgens onder een brandende zon in lieslaarzen maat 48 door de branding naar het strand van Rottumerplaat. Het legendarische radioprogramma Alleen op een eiland , het geesteskind van Vara-producer Gé Gouwswaard, is begonnen. Bomans en Jan Wolkers verblijven ieder een week op het eiland en doen hier live via de radio verslag van. De 26-jarige en vrijwel onbekende presentator Willem Ruis slingert het dagelijkse radiogesprek van 10 minuten bij honderdduizenden luisteraars de huiskamer in. Bomans positioneert zich als een heer uit Haarlem die bedachtzaam over het strand wandelt en de natuur als ‘de afstand tussen twee steden’ definieert. Natuurmens Wolkers raast gehuld in onderbroek – of niet – druk fotograferend en observerend over het eiland, terwijl hij een zeehondenpup redt en het pootje van een scholekster spalkt. Ook vijftig jaar na de eerste aflevering spreekt de uitzending nog steeds tot de verbeelding.


Zaterdag 10 juli

Als er nu ergens op aarde of zelfs in Nederland iets wereldschokkends gebeurde, dan zou ik het niet weten. Ook is het vreemd te bedenken dat ik nu de meest noordelijke Nederlander ben. Hogerop woont er niemand meer van dit merkwaardig geslacht. Ik voel mij vredig en gelukkig. Zó had ik het mij ongeveer gedacht, in al die weken daarvoor, toen ik in Engeland, België, Tunis, Libië, Malta en Sicilië aan dit eiland dacht .’ (uit Dagboek van Rottumerplaat , Godfried Bomans)


Eerbetoon aan deze uitzending

De 21 meter lange Noordster deint met de boeg recht op de kust van Rottumerplaat af. Het 6 kilometer lange eiland tekent zich haarscherp af tegen een bleekblauwe lucht. Boswachter Jaap Kloosterhuis trekt zijn lieslaarzen aan, stapt over de reling en plonst in het ijskoude water. De anderen hebben geen lieslaarzen en springen met ontblote benen in de huiveringwekkende koude. Na 100 meter staat Kloosterhuis op het grijsgrauwe strand, een wolk meeuwen krijst het gezelschap welkom. Hier werd zaterdag 10 juli 1971 het legendarische programma Alleen op een eiland geboren. Het bezoek van Kloosterhuis, drie journalisten van Dagblad van het Noorden en Erik de Graaf van de stichting Vrienden van Rottumeroog en Rottumerplaat (SVRR) is een eerbetoon aan deze uitzending.

De wind beukt in op kleding en huid, zoals deze ook 50 jaar geleden het eiland geselde. Bomans droeg bij aankomst niet voor niets een strooien hoedje dat hij olijk met een riempje onder zijn kin had geankerd. Het doel van het experiment was te ervaren hoe het is om in totale afzondering te verkeren. Dit duurde bij Bomans niet lang. ‘Robinson moest achtentwintig jaar wachten eer hij de befaamde ‘print in the sand’ zag en mij overkomt dit al na een uur’, merkt hij droogjes in zijn dagboek op.

De redactie van het programma had zich meer dan grondig op de uitzending voorbereid. Bomans en Wolkers waren vooraf zelfs nog op een cursus kamperen in Ommen gestuurd (waarbij de eerstgenoemde zich zo onhandig toonde dat de instructeur zelfs de afwas voor hem deed). De schrijver zou niet van honger en dorst omkomen. Naast een aantal levensmiddelenpakketten, dat ook delicatessen en zeer drinkbare wijn bevatte, beschikte hij over 40 liter water. Maar met één element had de redactie toch geen rekening gehouden: het jaarlijkse uitje van de biljartclub uit Warffum.


Vier paaltjes die er eerst niet waren

Henk Hoek (75) en Henk Saathof (74) zwegen decennialang over de onverwachte ontmoeting met de beroemde schrijver. De biljarters kijken erop terug met een mengeling van schroom en pret. Hoek: ,,Elk jaar trokken we er met de boot op uit, waarbij we ons op het wad lieten droogvallen. Dat gebeurde die dag ook. We hadden van dat hele radioprogramma nog nooit gehoord.’’

Hoek, Saathof en nog twee anderen besluiten een eindje te wandelen. ,,En toen zagen we in de verte een vreemd voorwerp’’, vertelt Hoek met het begin van een glimlach. ,,We liepen ernaartoe en we zagen dat het een tent was. Iemand liep op het strand heen en weer en verdween toen in die tent. We snapten er niks van en liepen erheen.’’

Bomans schrijft zelf later in zijn dagboek over ‘vier paaltjes’ die er eerst niet waren. Eenmaal voor de tent blijven ze dralen. En nu? Maar dan gaat de rits open en tot hun verbijstering zien ze… ,,Godfried Bomans!’’ Hoek lacht een royale lach. Saathof: ,,We geloofden onze ogen niet. Godfried Bomans! Dat was echt een beroemdheid in die tijd. Maar hij was helemaal niet blij ons te zien. Sterker nog: hij was geïrriteerd. ‘Jullie mogen hier helemaal niet komen’, vertelde hij. ‘Jullie verstoren het programma.’ Maar ik dacht: als we straks terugkomen, geloven ze ons nooit. Dus ik vroeg om een handtekening. Die wilde hij eerst niet zetten, maar uiteindelijk zette hij hem hier.’’ Hij drukt zijn rechterschouder naar voren. ,,Op mijn arm!’’ Hij grijnst. ,,Ik heb me een week niet gewassen.’’

Het gezelschap loopt terug naar de boot. Hoek: ,,De schipper was al boos op ons, het water begon alweer op te komen.’’ Eenmaal terug in Warffum besluiten ze hun verhaal niet aan de grote klok te hangen. ,,Bomans had ons gevraagd het niemand te vertellen. Tja, dat hebben we dus ook niet gedaan.’’

Achteraf blijkt dat de schrijver alle redenen had nerveus te zijn. Bomans meldt in zijn dagboek dat hij het laatste jaar dreigbrieven van de communistische groepering De Rode Jeugd ontving. ‘De tekst luidde telkens: ‘Wij hebben besloten u te doden. Die gelegenheid komt.’ Ik heb me daar nooit wat van aangetrokken, maar toen ik dat eiland naderde ging het door me heen: dit is een unieke gelegenheid.’ Vandaar dat hij zich bij nadering van de biljarters in zijn tent – vanuit strategisch opzicht een wonderlijke keuze – terugtrok.

Saathof: ,,We hadden geen idee. Anders had ik natuurlijk echt niet op een handtekening aangedrongen en waren we meteen weer vertrokken. We waren er maar kort, hoor. Duurde nog geen 10 minuten.’’

Maar de herinnering echoot een halve eeuw nog steeds door de hoofden van de biljarters. Hoek: ,,Dit vergeten we nooit.’’


Zondag 11 juli

De minste bewegingen moet ik bovendien zeer voorzichtig en geluidloos maken, want anders vliegen er vijftig meeuwen op en die blijven een kwartier lang krijsend om de tent in de lucht hangen. Je voelt je schuldig telkens een belangrijke bezigheid in de natuur (het broeden) te onderbreken .’ (Uit Dagboek van Rottumerplaat , Godfried Bomans)


Bomans voelt zich niet goed. Hij vermoedt dat hij koorts heeft. Zijn tent staat midden in een broedkolonie en krijsende meeuwen houden hem ’s nachts wakker. ,,Een andere tijd’’, merkt boswachter Jaap Kloosterhuis een halve eeuw later ietwat afkeurend op. Hij bukt zich en stopt twee veertjes in zijn donkerblauwe muts. ,,Het eiland voor de lol tijdens het broedseizoen bezoeken? Ondenkbaar. Rottumerplaat is nu een vogeleiland, en niet voor het publiek toegankelijk. Een van de weinige plekken in de Waddenzee waar het belang van vogels voorop staat, niet dat van mensen. Hier mag niemand komen. Ja, vogelwachters, vogeltellers en onderzoekers en, helaas nodig, vrijwilligers van de SVRR om aangespoeld zwerfvuil op te ruimen maar dan niet eens het hele jaar.’’


Maandag 12 juli

Twee dingen hinderen mij: mijn ziekte, wat dit dan ook is, en het feit dat ik elke dag tien minuten lang door de radio wat zeggen moet, omdat dit laatste het isolement, de autarkie dus, telkens doorbreekt .’ (Uit Dagboek van Rottumerplaat , Godfried Bomans)

Op de dag dat Johan Cruijff (24) voor zeven jaar bij Ajax tekent, wordt een koortsige Bomans door woedend gekrijs van meeuwen gewekt. Hij eet nauwelijks en drinkt veel. Maar de Koninklijke Luchtmacht snelt te hulp, zo blijkt uit het radiogesprek met Willem Ruis die dag. Ruis: ‘Het is zo dat vanmiddag om 1 uur de Koninklijke Luchtmacht met één van haar vliegtuigen via een oefenvlucht een pakketje zal droppen. En daarin, in dat pakketje, bevindt zich een stel oordopjes, met paraffine op de uiteinden, die iedere militair dient te dragen bij schietoefeningen en zo. (…). Ga je daarmee akkoord? Over.’

Bomans antwoordt dat het ‘een godsgeschenk’ is.

Belangrijke reden om er niet naartoe te gaan

Een vliegtuig dat door het luchtruim boven werelderfgoed scheert om oordopjes af te leveren aan een man die tijdens het broedseizoen zijn tent in een kolonie meeuwen heeft opgezet. Het zou vandaag de dag voor nogal wat commotie zorgen. En dat is nog zachtjes uitgedrukt. Kloosterhuis: ,,Kijk, de druk op de Waddenzee is sinds Bomans en Wolkers alleen maar toegenomen. Het is prachtig dat we het belang van de natuurwaarden steeds meer zijn gaan inzien, maar tegelijk vinden we ook dat we het recht hebben om ervan te genieten. Dat is natuurlijk ook prima, maar van sommige delen is het gewoon verstandig die niet te ontsluiten. Van alle Waddeneilanden mag je alleen op Griend, Richel, Rottumeroog en Rottumerplaat niet komen. Dan zeg ik: come on peoples . Breng dat nu even op.’’ Hij grijnst. ,,Nou ja, jullie journalisten willen er ook graag op.’’

Hij gebaart om zich heen, naar de duinen, het gras dat door de rukwinden voorover wordt gekamd. ,,Je kunt hier niks beleven wat je ook niet op een ander eiland kunt vinden. Er is dus ook helemaal geen noodzaak om hiernaartoe te gaan. Maar er is wel een belangrijke reden om er niet naartoe te gaan.’’ Hij pauzeert even. ,,Strandbroeders bijvoorbeeld. Klinkt als een religieus genootschap, maar die vind je eigenlijk alleen op dit soort plekken. Langs de rest van de kust krijgen ze te maken met wandelaars en honden. Door steeds nieuwe vormen van recreatie wordt de druk steeds groter. Je hebt tegenwoordig ook van die fatbikes waarmee je het strand op kan. Ze verzinnen steeds weer wat nieuws! Ik wil niet de hele tijd zeuren maar ja, de natuur heeft misschien last van verzuring, maar de boswachters krijgen dat op deze manier ook.’’


Het beschaafde en diepe stemgeluid van Willem Ruis

De begintune van Alleen op een eiland – het gekrijs van meeuwen en het gezang van Esther Ofarim – klinkt voor de eerste keer in de Nederlandse huiskamers. De melodie, een compositie van Dick Schalies (die ook Aan de Amsterdamse grachten meeschreef), werd voor het eerst tijdens de Robinson Crusoë Show van Rudi Carrell in 1964 gebruikt. Het beschaafde en diepe stemgeluid van Willem Ruis vervolgt: ‘ Alleen op een eiland. Dagboek van een eilandbewoner. Godfried Bomans .’

Het begint.


Dinsdag 13 juli

Voor de aardigheid om halfnegen naar het huisje gewandeld en met Willem gesproken. Hij verwacht van de komende uitzendingen een meer beschouwelijke inhoud en daar heeft hij gelijk in. Toch sta ik hier voor een dilemma. Ik ben als de dood voor exhibitionisme van mijn diepere gevoelens, vooral als ik denk aan de omstandigheden waarin geluisterd wordt .’ (Uit Dagboek van Rottumerplaat , Godfried Bomans)

Bomans besluit het ‘depressiepak’ aan te spreken en doet zich tegoed aan asperges, paté, vruchten op stroop en gember. Hij voelt zich al wat beter, maar vindt de aanhoudende wind vermoeiend. Hij maakt gretig van de mogelijkheid gebruik ook buiten de uitzendingen van 12 uur op bepaalde tijdstippen contact – de zogeheten ‘calls’ – met Ruis te zoeken. De jonge presentator en de beroemde schrijver ontwikkelen een speciale band. Ruis toont zich zeer begaan met Bomans’ ontberingen. Hij informeert of hij goed heeft geslapen, vraagt naar zijn gezondheid en geeft hem om de haverklap het advies ‘de scheerlijntjes strak te zetten’ en ook ‘de haringen er om het uur nog eens goed in te dreunen.’

Tegelijk verliest Ruis de formule van het programma niet uit het oog. Een beetje drama mag best. Hij dringt er tijdens deze gesprekken bij de gelouterde schrijver op aan zijn gevoelens over eenzaamheid en zijn ziekte met het publiek te delen. Maar Bomans draalt. ‘Ik dacht niet dat het verstandig was er een hoorspel van te maken’, merkt Ruis op. ‘Wat hebben de mensen te maken met mijn particuliere moeilijkheden?’ verzucht de schrijver. Ruis volhardt. ‘We willen de mens Godfried Bomans in zijn totaliteit voor de microfoon krijgen’. Het klinkt bijna alsof hij een script voorleest.

Bomans zwicht, maar niet van harte. En dan komt in de uitzending van 12 uur het publiek eindelijk te weten dat Bomans ziek is. Maar Ruis moet het eruit sleuren. Hij informeert naar de ‘ongemakken’ bij de schrijver. Bomans hapt niet. Ongemakken? Och, hij heeft een beetje moeite om orde in de tent te houden. ‘Nee, dat valt wel mee. Over.’

Ruis: ‘Hoe is het zelf met je? Je hebt gisteren gezegd dat je een griepje had. Hoe voel je je? Over.’

En hiermee begint de legende dat Rottumerplaat het fundament zou leggen voor de vroegtijdige dood van de schrijver, die een halfjaar na het programma komt te overlijden. Maar de kettingrokende schrijver had er nog voordat hij in het vissersbootje van de familie Meijer vanuit Noordpolderzijl naar Rottumerplaat vertrok al een loodzwaar werkprogramma opzitten. En in hetzelfde jaar – ook na zijn verblijf op Rottumerplaat – maakte hij nog Een Hollander ontdekt Vlaanderen .


Woensdag 14 juli

Gewetensvraag: zal ik blij zijn als ik zaterdagmorgen, dat is dus over drie dagen en drie nachten, de boot zie die me hier komt weghalen? Ja, dolblij .’ (Uit Dagboek van Rottumerplaat , Godfried Bomans)

Bomans noteert in zijn dagboek gedachten die hij later ook – letterlijk – in de radio-uitzendingen gebruikt. Een soort warming-up als het ware, waarbij hij voor zijn eigen souffleur speelt. Hij schrijft dat hij niet zo’n natuurmens is en de omtrek van Haarlem veel mooier vindt. ‘Ik beschouw de natuur meer als de afstand tussen twee steden.’ Het publiek krijgt deze fijne, karakteristieke Bomans-observatie te horen.

Rottumerplaat als werkeiland

Maar zelfs in de tijd van Bomans’ gedwongen kampeerexercitie waren er – behalve zijn tent – toch tekenen van beschaving. Dat zit zo. Na de Watersnoodramp van 1953 werd de zandplaat in de Waddenzee versterkt als onderdeel van de kustverdediging. Arbeiders van Rijkswaterstaat zwoegden met rijsdammen en helmgras, waardoor duinen ontstonden. Hier bleef het niet bij. Toenmalig minister Sicco Mansholt van Landbouw lanceert na de Tweede Wereldoorlog onder het motto ‘Nooit meer honger’ een reeks maatregelen om de voedselproductie te verhogen. Zo moet een deel van de Waddenzee worden ingepolderd voor de landbouw. Rottumerplaat is als werkeiland uitstekend geschikt. In de jaren vijftig beginnen arbeiders met de aanleg van de stuifdijk en worden de eerste gebouwen opgericht.

Erik de Graaf van de stichting Vrienden van Rottumeroog en Rottumerplaat wandelt langs de stuifdijk die als een misvormde ruggengraat over het eiland kronkelt. Brokken hard rode baksteen steken uit het zand. ,,Overblijfselen van gesloopte huisjes uit Zoutkamp’’, legt hij uit. ,,Die zijn hiernaartoe gebracht om de dijk te verstevigen.’’ Zo eindigden de afgebroken stations langs de spoorweg Groningen–Roodeschool als pier op Rottumeroog.

Vanonder het zand op de dijk steken ook stukken doek en beton tevoorschijn, restanten van de zogeheten GOBI-matten. Kloosterhuis: ,,Klinkt exotisch toch? Alsof ze ook in de Gobiwoestijn worden gebruikt. Maar het is gewoon de afkorting voor ‘Gelders-Overijsselse Betonindustrie.’ Hij haalt zijn schouders op. ,,Meer is het niet.’’

Later komen er nog meer woningen en gebouwen bij. Het pleetje – door producer Gé Gouwswaard ‘Studio 100’ gedoopt – doet tijdens het programma dienst als onderkomen voor de zender waarmee Bomans en Wolkers het contact met de vaste wal onderhouden. Rond half 6 wandelt Bomans langs het strand en ziet een fles liggen. Met een brief erin! Friede Schulz (12) uit Dortmund zoekt een briefvriend. Hij houdt van sport, televisie en geschiedenis.


Donderdag 15 juli

Ik merkte aan de stem van Willem dat hij iets van mijn minder goede toestand voelt. Het is merkwaardig wat een verlichting dat geeft. Ik kan hem niet alles zeggen en dit om twee redenen: 1. uit schaamte; 2. uit vrees dat ze me komen halen .’ (Uit Dagboek van Rottumerplaat , Godfried Bomans)

Bomans tobt over de uitzendingen. Is het wel goed genoeg? Hij dringt er bij Ruis op aan wat vragen en antwoorden af te spreken. De presentator gaat aanvankelijk akkoord en begint te noteren. Maar dan blijkt dat de schrijver een compleet script – inclusief vragen en antwoorden – dicteert. Ruis werpt bezwaren op, dat dit toch niet de bedoeling kan zijn. Een wanhopige Ruis: ‘Ik weet het bij God niet. Ik geef over. Over.’

Maar Bomans wuift die bezwaren weg, hij gaat verder met het voorlezen van het ‘dictee’. De presentator schiet – onhoorbaar voor de schrijver – in de lach. Proestend: ‘Houd op Godfried!’

En dan klinkt voor het eerst de eikenhouten stem van Gé Gouwswaard. De producer is onvermurwbaar. Dit kan zo niet, dit gaat volledig ten koste van de spontaniteit. Hij bewierookt de voorgaande afleveringen die zo ‘heerlijk spontaan’ waren. Bomans legt zich er – schoorvoetend – bij neer.

De uitzending begint. Ruis informeert bij de schrijver wat zijn grootste verlangen is. De presentator weet uit de calls – die niet werden uitgezonden – dat de schrijver het moeilijk heeft. Niet alleen is hij grieperig: het alleen-zijn brengt hem minder rust dan hij aanvankelijk dacht. Hij voelt zich eenzaam. Bomans antwoordt: ‘Mijn grootste verlangen? Ach, dat weet ik eigenlijk niet. Ik heb niet een speciaal verlangen, hoor. Nee. Over.’

Wat ging er op dat moment door Ruis’ hoofd? Was hij het dralen van de schrijver beu? Waarom wil hij nu gewoon niet zeggen wat er aan de hand is? Ruis gaat er met gestrekt been in. ‘Godfried, ik heb soms het gevoel dat we nog niet helemaal eerlijk zijn, hè, dat we toch nog een beetje de schijn ophouden. Ik heb de indruk dat we, als we gewoon met z’n tweetjes zitten te praten met die calls, dat je je naar voelt, hè? (…) Voel je je echt rot? Voel je je naar? Over.’

Subtiel is anders.


Vrijdag 16 juli

Behalve de eerste dag toen ik me volkomen gezond voelde, heb ik het niet leuk gehad. Als je dit allemaal vertelt (overgeven enz.) dan wordt het gezeur. Verzwijg je het helemaal, dan wordt het onwaarachtig. Ik heb de weg ertussen gekozen, maar dat is koorddansen . (Uit Dagboek van Rottumerplaat , Godfried Bomans)

Een vliegtuigje cirkelt boven het eiland. Een pakket dreunt op het strand neer, een lang groen-wit zijden lint klappert in de wind. Bomans maakt het pakket open en vindt onder meer een heupflacon Groninger fladderak en bruidstaartjes van bakker Venema uit Feerwerd: ‘In eer en geweten, die mag je ook zonder bruid eten.’

Met de complimenten van de Groninger VVV.

Jan Kappenburg (75), destijds adjunct bij de VVV, stelde hoogstpersoonlijk het pakket samen dat hij met directeur Hans Braber uit de Cessna kieperde. ,,De VVV had toen nog een eigen vliegtuig. Dat leasten we van de Dutch Airsprayers uit Siddeburen. Gerard Post, een oud-straaljagerpiloot, vloog het toestel. In die jaren probeerden we overal publiciteit uit te halen zonder dat het wat kostte. Ik deed een belrondje langs echte Groninger bedrijven of die ook iets wilden doneren. Jan Hooghoudt bijvoorbeeld was altijd wel voor dit soort stunts te porren. Het pakket bevatte verder nog wat drukwerk, De Marne mosterd en bruidstaartjes. Wat tape eromheen en hup, zo vertrokken wij naar Rottumerplaat. Mijn directeur kwam toen op het idee de piloot te vragen hoe laag hij vloog om gewassen te besproeien. Nou, dat wilde hij wel laten zien. Hij vloog zo onder een hoogspanningskabel door! Hahaa!!! Ik had het niet meer.’’

Boven Rottumerplaat zagen ze alleen maar een tentje. ,,Geen mens te zien. We bleven rondvliegen, maar er kwam niemand tevoorschijn. Post bracht uitkomst. Hij scheerde over het tentje heen, zo laag dat ik dacht dat hij het zou raken. En ja hoor, daar kwam Bomans uit de tent gestrompeld. Hij keek nog wat omhoog. Wij gingen als de bliksem terug naar Eelde, we wilden natuurlijk horen of hij er in de uitzending ook iets over zou zeggen.’’

De uitzending begint om klokslag 12 uur. Bomans vertelt over ‘stemmen’ die hij hoort. ‘Dat waren meeuwen. Als meeuwen tot bedaren komen dan houden ze er een heel gek, dof gemompel op na, en dan is het net of een paar mannen, vlakbij de tent, in het donker, met elkaar staan te beraadslagen. En hoe kinderachtig dat ook klinkt, dat is eng.’

Over de fladderak en de Groninger VVV geen woord.


Zaterdag 17 juli

Om twaalf uur geluisterd naar de eerste uitzending van Jan Wolkers. Dit was uitstekend (…) Als Willem erin slaagt om die grofheden over condooms en dergelijke wat in te tomen dan krijgen we een week lang een boeiende informatie over een nog niet-geëxploreerd Waddeneiland . (Uit Dagboek van Rottumerplaat , Godfried Bomans)

Die zaterdagochtend ziet Bomans ‘een streepje wit, vlak onder de horizon.’ Het is – tot zijn grote opluchting – de boot. Deze gooit ter hoogte van de gebouwen van Rijkswaterstaat het anker uit. Willem Ruis, Gé Gouwswaard, Bomans’ vrouw Pietsie en dochter Eva stappen even later uit de roeiboot op de bebaarde schrijver (Bomans was per ongeluk op zijn scheerapparaat gestapt) af. Het zit erop. Dezelfde avond wandelt hij goedkeurend door zijn tuin. ‘Ik voelde mij als een deserteur die weer genadig ontvangen wordt.’ Honger heeft hij nog steeds niet.

Hier stond de tent

Kloosterhuis loopt met grote stappen, enigszins voorovergebogen, langs de kustlijn. De tocht die aan de andere kant van het eiland begon, nam enkele uren in beslag. ,,Hier moet het ergens zijn.’’ Het klinkt alsof hij hardop in zichzelf praat. Dan verdwijnt de frons van zijn gezicht. ,,Ja hoor, hier is het!’’ De boswachter houdt stil tussen ruig, geel helmgras. De stuifdijk en taaie struiken dekken hem in de rug. Als een volleerd dompteur spreidt hij zijn armen. ,,Dit is de plek! Hier stond de tent.’’

Onwillekeurig kijkt iedereen toch even of er nog een restant – een haring, een scheerlijntje dat niet langer strak staat – is te vinden. Maar er is niks. Vanaf deze plek keek Bomans vanuit zijn gebloemde Hema-kampeerstoel mijmerend over het water terwijl hij zijn pijpje met Schotse tabak rookte. Was het uitzicht toen ook zo? Een wolk meeuwen krijst naar een bleekgele zon die onder een gemarmerd wolkendek langzaam in een fonkelende Waddenzee zakt.

Over en sluiten.


NOOT: Zaterdag 17 juli verschijnt in Dagblad van het Noorden het tweede deel van Terug naar Rottumerplaat, deze keer met Jan Wolkers.

NOOT: Luister ook naar de Podcast Terug naar Rottumerplaat van Jeroen Kelderman, Frank von Hebel en Martin Groenewold.

BRONVERMELDING

- Godfried Bomans. Dagboek van Rottumerplaat. Relaas van een angstige ervaring (De Boekerij)

- Jan Wolkers. Groeten van Rottumerplaat (Elsevier)

- Jan Wolkers. Dagboek 1971 (De Bezige Bij)

- Gijs Groenteman. De Willem Ruis Show (Nijgh & Van Ditmar)

- Onno Blom. Het litteken van de dood (De Bezige Bij)

- Nienke Denekamp. Alleen op een eiland (Rubinstein)

- CD’s: Alleen op een eiland. Dagboek van een eilandbewoner (Rubinstein)

- Evert Jan Prins. 61 eilanden in de Waddenzee. Een ontdekkingsreis . (NB)


EXPOSITIE HOOGELAND

In Het Spijslokaal bij openluchtmuseum Het Hoogeland in Warffum is van 11 juli tot en met de herfstvakantie de expositie Rottumerplaat, 50 jaar later te zien.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
Het Nieuwe Noorden
menu