Op zoek naar het verborgen verleden van 'de hufter en de filantroop'

Landbouw-industrieel Willem Albert Scholten (1819 -1892) groeide op in armoede en stierf als de rijkste man van Nederland. Een historische fietstocht ontsluiert zijn verborgen verleden in de stad Groningen.

Gerard Vonk gebaart naar een onooglijk muurtje van dieprood baksteen aan Bleekveld, een aan het oog onttrokken straat die vernoemd is naar de weide waarin huisvrouwen vroeger hun doorweekte was te drogen legden. ,,Je zou het niet zeggen, maar dit is eigenlijk het enige stukje fabriek van W.A. Scholten in de stad dat er nog is. Hier stond de suikerfabriek.’’

Zijn leitmotiv was ‘nooit meer armoede’

Vonk en zijn Collega Mick Hartstra ontwikkelden een fietstocht langs alle plekken in de stad Groningen die herinneren aan deze beroemde stadgenoot die tweehonderd jaar geleden werd geboren, en zijn zoon Jan Evert Scholten. Vandaag, zondag 2 juni, is de try-out.

Een fascinerende man, die Willem Albert Scholten, zo vinden de twee. Vonk: ,,We zijn beiden geen Stadjers, maar we zijn wel erg geïnteresseerd in de historie van de stad. En als je je eenmaal in Scholten verdiept, dan blijf je je verbazen. Hij was eigenlijk de eerste agro-industrieel ter wereld. Ongelooflijk wat die man allemaal tot stand heeft gebracht.’’

Scholten zou ooit tegen zijn zoon hebben gezegd: op een dag hebben we 25 fabrieken. Hartstra: ,,Het werden er 24. Maar dat doel is kenmerkend voor deze man. Zijn leitmotiv was ‘nooit meer armoede’.

Scholten werd in 1819 in Gelderland geboren als zoon van een predikant en een boerendochter. Vonk: ,,Zijn vader stierf toen hij 1,5 jaar oud was. Hij groeide op in armoede en wilde eigenlijk niet deugen.’’ Maar hij ontdekte op den duur het potentieel van aardappelmeel dat erg gewild was bij de textielbaronnen omdat het prutje ook geschikt was om linnen mee te stijven. Hij bouwde een fabriekje. En daarna nog een.

Vader was de hufter en zoon de filantroop

Hartstra: ,,Hij vertrok naar Groningen - Foxhol om precies te zijn - omdat hier alle voorwaarden aanwezig waren. Je had er veel aardappels en schoon water om ze te spoelen.’’

Daarna ging het rap. Erg rap. De zoon van de predikant ontwikkelde zich tot een steenrijke ondernemer. En dat zou iedereen weten ook. Hij kocht een pand aan de Grote Markt tegenover het Stadhuis en verbouwde het tot een waar paleis: het Scholtenhuis. Hartstra: ,,Dat was zijn manier om de overheid te laten zien: kijk eens wat ik allemaal kan doen. Maar dat was nog niet genoeg, want hij bood de gemeente een windvaan aan die ze op het Stadhuis moesten plaatsen zodat hij vanuit zijn huis kon zien hoe de wind waaide.’’

Vader Willem Albert en zoon Jan Evert worden ook wel de hufter en de filantroop genoemd. Hartstra: ,,Ik snap het wel. Als bijvoorbeeld een arbeider door een ongeluk zijn hand verloor dan kreeg hij, wanneer hij weer aan het werk kon, half loon. Aan de andere kant: de man zorgde wel voor veel werkgelegenheid.’’

Trein stopte keurig bij het theehuisje van Willem Albert Scholten

Het groepje stopt bij de theekoepel aan de Hereweg. Vonk: ,,Die is gebouwd toen er nog geen spoor lag. Maar toen dit er eenmaal was, stopte de trein keurig bij de theekoepel zodat de heer Scholten kon instappen wanneer hij weer eens naar het oosten reisde.’’

De familie verkocht na zijn dood de theekoepel. ,,Maar zijn zoon kreeg daar later spijt van en kocht deze weer terug. Een jaar later overleed hij.’’

Meer informatie over de historische fietstochten staat op www.struunn.com .

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
menu