Verkeershufters terroriseren de stad Groningen. Een elektrische bakfiets flitst met ziedende vaart naar de kinderopvang en jaagt iedereen de berm in | opinie

Het is voor fietsers - en automobilisten - tijdens de spits oppassen geblazen tijdens het oversteken van de Van Ketwichverschuurlaan in Groningen. Foto: Jaspar Moulijn

De hufterigheid in het verkeer neemt toe, stelt Frank von Hebel. Het wordt hoog tijd de slogan ‘een heer (en dame) in het verkeer’ af te stoffen.

Groningen, spitsuur. Ik fiets over de Van Ketwichverschuurlaan richting Helpman. Normaliter geef ik de voorkeur aan de Van Iddekingeweg (omdat deze in tegenstelling tot de Van Ketwich niet tig stoplichten telt), maar het heeft de Lord of The Ring behaagd het viaduct af te sluiten. Heel fijn, over de Van Ketwich dus maar.

Ik en medelotgenoten fietsen gezellig in file over het fietspad. Opeens klinkt er driftig geklingel. Er wil dus iemand langs. Helaas, ik kan niet naar rechts, want dan zou ik een andere fietser – letterlijk – in de wielen rijden. Het geklingel houdt aan. Ik kijk om. Een Stadjer in doodsnood op weg naar de huisarts? Een agent die met de fiets een achtervolging heeft ingezet?

Maar nee, ‘de klingelaar’ blijkt een van die beginnende dertigers – smal in de schouders, een vlassig baardje en een flubberbuikje – die zijn nazaten bij voorkeur in een elektrisch aangedreven bakfiets met Mach 1 naar de kinderopvang brengt. Als een sneeuwschuiver ploegt hij over het fietspad, terwijl zoonlief vrolijk naar het achterblijvende peloton zwaait dat in doodsnood de berm is ingereden. Ik zwaai maar terug.

Voorliefde voor toeter- en belgebruik

Wat is er toch aan de hand op de Groningse wegen en fietspaden? Waar komt die voorliefde voor toeter- en belgebruik opeens vandaan? Wie herinnert zich nog de slogan ‘Een heer in het verkeer’? Toegegeven: deze is hoognodig aan een geëmancipeerde update toe, maar de strekking moge duidelijk zijn.

Veilig Verkeer Nederland lanceerde deze slogan al in 1948 in een vergeefse poging weggebruikers tot fatsoenlijk rijgedrag aan te zetten. Maar ook ouderen zijn dit blijkbaar al lang vergeten, want niet zelden hoor ik achter mij een aanhoudend geklingel van een ‘senior citizen’ die zijn herwonnen mobiliteit (die ik ze van harte gun) met triomfantelijk belgeschal luister bijzet. Met een bevroren ‘ik kan er ook niks aan doen’-glimlach op de kaken razen ze met rechte rug en zonder een zweetdruppel voorbij met een snelheid die Lance Armstrong tjokvol Epo zou verbijsteren. Zonder helm natuurlijk.

Niet dat automobilisten ook maar een haar beter zijn. Want och, och, och, wat maakt die toeter toch een fijn geluid. Wanneer jonge mannen met petjes, BMW-rijders (ongeacht de prijsklasse), bestuurders (m/v) van SUV’s en scooterrijders met onmiddellijke ingang de toegang tot de openbare weg zou worden ontzegd, is de wereld in het algemeen en mijn stad en provincie in het bijzonder een stuk veiliger. Vanzelfsprekend ontbreekt voor deze overtuiging elk wetenschappelijk fundament.

De stad is net de IRA

Maar automobilisten die de pech hebben binnen de invloedssfeer van de stad te geraken – en hier wat minder goed de weg weten te vinden – hebben het ook niet bepaald makkelijk. De stad is net de IRA: je komt er wel in, maar je komt er nooit meer uit. Of door. Omleiding hier, afsluiting daar. En het lijkt erop alsof in het kader van inclusiviteit een medewerker met een visuele beperking de gele omleidingsborden mocht neerzetten. Alleen zeelui die op de sterren navigeren komen er nog uit.

En fietsers maken het de automobilisten (en voetgangers) ook niet altijd makkelijk. Beschermd door de wet lappen ze alle verkeerswetten aan hun laars en storten ze zich met ware doodsverachting in het verkeer. Zebrapaden? Wegdekversiering. En wee de ongelukkige bestuurder die een fietser schampt. Toon maar eens aan dat het de schuld van de ander is.

Het komt op timing aan

Toch is dit niet altijd een excuus. Onlangs trachtte ik bij de Van Ketwichverschuurbrug de weg over te steken. Zoals de meeste fietsers uit deze contreien weten, is dit een hachelijke onderneming, want er is voor fietsers geen stoplicht (hier dus niet!!??). Het komt dus op timing aan. Wachten tot het verkeerslicht bij het viaduct op rood staat en dan – hopend op genade van de automobilisten – de weg over te snellen om over de smalle Hoornsedijk, de weg te vervolgen.

Een dame in een auto toonde erbarmen. Ze stopte en met een gracieus armgebaar gaf ze de fietsers voorrang. Edoch, de automobilist op de rijstrook naast haar was onwetend van deze geste en denderde genadeloos voort. Een moeder kon haar dochtertje nog net op tijd terugduwen. De dame in de auto schrok. Achter haar groeide de rij auto’s. En het ongeduld. Een man drukte krachtig op zijn toeter. Ik tuurde. Was het …? Jawel, een man met een petje.

Maar wetenschap is het niet.

Frank von Hebel is verslaggever Dagblad van het Noorden en schreef dit stuk op persoonlijke titel

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
menu