Overgebleven, een boek over plekken en objecten in Groningen; overblijfselen van een oude tijd in een veranderende wereld

Een boek over kijken, over zien. Fons van Wanroij en Geert Schreuder gaan in Overgebleven in de provincie Groningen op zoek naar objecten en plekken met een verhaal. Sporen en overblijfselen van een oude tijd in een veranderende wereld.

Geert Schreuder (links) en Fons van Wanroy: ,,Ook wij zijn overgebleven.''

Geert Schreuder (links) en Fons van Wanroy: ,,Ook wij zijn overgebleven.'' Eigen foto

Het Groninger land, schrijft directeur Marco Glastra van Het Groninger Landschap in het voorwoord van Overgebleven , is nooit gemaakt om mooi te zijn. De drijfveer is functionaliteit. Dijken, sloten, kanalen, wegen en wierden zijn gemaakt voor vervoer, om te overleven, om te kunnen zaaien en oogsten en om droge voeten te houden.

De wereld verandert, ook de meest noordoostelijke provincie. Maar al dan niet verstopte plekken en objecten, of resten daarvan, herinneren nog steeds aan hoe de mens in voorbije tijden zijn weg in het land zocht, zich staande hield en overleefde, dan wel ten onder ging.

Koester de overblijfselen

Wat Fons van Wanroij uit Westerdijkshorn en Geert Schreuder uit Onstwedde in woord en tekening in Overgebleven zeggen is: koester die overblijfselen. Ze vertellen een verhaal. Over de regio, over de mensen, over vroeger, over later.

Misschien meer dan geschiedschrijving, het vastleggen, zijn teksten en schetsen een persoonlijke beleving bij de overblijfselen. Ze zagen een oud huis en vroegen zich af wat het huis in de loop der tijd aan zich voorbij heeft zien gaan.

Voorbij de toeristische folder

Ze keken voorbij de landmerken en locaties die in elke toeristische folder staan en doorkruisten de hele provincie. Naar de eeuwenoude weg van Groningen naar Winsum, een doorrit bij een café, een luchtwachttoren, een ‘kolk’, een waterput onder de grond, een pakhuis, een familiegraf op een boerenerf en een Joodse begraafplaats tussen een manegeloods en een gasloze nieuwbouwwijk.

De veertig hoofdstukken hebben titels als Het is over , Stille tolken , Betonnen stekelvarkens bij de grens , Klaas kom!, Zolder zonder zorgen , Een tolhuis in de gribus en Een maïsstengel aan de Esweg .

Over een boer die alleen blijft

Niet alle verhalen zijn historisch herleidbaar. Van Wanroij: ,,Geert had een tekening van een boer die mistroostig over het land keek. Daar heb ik een verhaal bij gemaakt. Over een boer die gaat trouwen, maar ervan afziet als de bruid hem iets influistert. Verzonnen, maar het is wat overal voorkomt. Van mensen die op de een of andere manier overblijven. Een zoon die de boerderij van zijn ouders krijgt en zich er maar mee moet redden en alleen blijft. Geen vrouw of man die er bij in wil trekken.’’


‘Ook wij zijn overgebleven’

Het begint met kijken, met zien en een vraag. Wat is dit? ,,Nee, dit heeft niks met ouder worden te maken. Ik heb dat altijd al gehad, dat letten op andere dingen. Wij doen dat allebei. Nou… misschien heeft het vastleggen er wel mee te maken. Geert en ik zijn natuurlijk beiden de 70 gepasseerd. Op de foto op de achterflap zitten we te kijken naar een mislukte plant. Ook wij zijn overgebleven.’’

De keuze van de verhalen noemen ze ‘overwegend willekeurig’. Maar niet helemaal. Het verhaal Langzaam de bocht om moest er van Van Wanroij in. Een herinnering aan de trekschuit: ,,Meer dan twee eeuwen lang net zo gewoon als bus en trein nu. Er is bijna niks over geschreven, omdat het zo gewoon was.’’

‘Ik wist niet dat de Dollard tot aan Scheemda kwam’

Hij werd soms verrast, dacht dat alle bunkers aan de grens van Duitse makelij waren, maar ontdekte dat die bij Jipsinghuizersluis, die ‘stekelvarken’ werd genoemd, tot een Nederlandse verdedingslinie behoorde. ,,En ik wist niet dat de Dollard tot Scheemda kwam. Als je dieper gaat zoeken, vind je dingen die verstopt zijn.’’

Schreuder beaamt dat de twee tot op zekere hoogte hetzelfde ‘zien’. De interesses komen in ieder geval overeen. ,,Zij het dat hij in taal denkt en ik in plaatjes. Maar inderdaad, ik ben ook altijd bezig met onnozelheden, van die kleine nikserigheidjes. Een onooglijk beestje of plantje, daar moet ik iets mee.’’

Een raar ding

Ze droegen allebei onderwerpen aan. De vraag was telkens: zie je dat zitten, kun je daar iets mee? Tekst en beeld vullen elkaar volgens Schreuder aan. ,,Soms kan ik dingen niet laten zien die wel in woorden zijn uit te drukken, en omgekeerd.’’

Een van zijn drijfveren is inderdaad bewaren. ,,Als ik een plantje zie dat me niet eerder is opgevallen, of een beestje, leven of dood, of een bijzondere lucht, dan moet ik dat ‘hebben’. Dat leg ik vast op een foto, tekening of schilderij en dan is het klaar. Een raar ding waar ik mijn beroep van heb gemaakt.’’

Maggiflesje in de grond

Schreuder zegt dat het soms over alles gaat en soms ‘helemaal nergens over’. ,,Fons schreef over een maggiflesje dat hij in de grond vond. Zo’n flesje is iconisch. Wat intrigeert, is dat iedereen dat vroeger gebruikte en nu niet meer. Tenminste, ik geloof niet dat het bij mijn kinderen in het keukenkastje staat. Nou, daar hebben we het dan ook over.’’

Wat hem verraste was het Joodse kerkhof, op een ‘absurde plaats in Winsum’. ,,Pal naast een gigantische manege, met zo’n damwandschuur. Aan de andere kant een nieuwbouwwijk. Die begraafplaats ligt ingeklemd tussen de moderniteiten. Een heel rare omgeving waarin zoiets helemaal niet past.’’

Landschap in poëzie

Het boek besluit met een hoofdstuk over het ‘overgebleven landschap’ in de poëzie van dichter Peter Visser. Van Wanroij: ,,Wat overgebleven is kan fysiek zijn, een plek of object, maar het kan ook in archieven, in tekst. Hij beschrijft het landschap vanaf zijn jeugd. In eerste instantie zoals een kind dat doet. Waarna de horizon verbreedt. Je leert de buren kennen, de straat, het dorp en tot slot de grote wereld. Hij bewaart ons landschap in zijn poëzie.’’

Alternatieve route

Uitgeverij NoordPRoof Producties noemt Overgebleven een bijdrage aan de viering van het 85-jarig bestaan van Stichting Het Groninger Landschap. Het boek wordt vrijdag 3 september gepresenteerd in Bezoekerscentrum Reitdiep aan de Wolddijk.

Omdat de onderwerpen divers zijn en te koppelen aan een fysieke locatie, wordt gekeken of de plekken en objecten bij een bestaande toeristische route zijn te voegen of dat er een nieuwe alternatieve route wordt gemaakt.

Ook zijn op diverse plekken voorstellingen gepland, onder meer in Wetsinge en Middelstum, met voordracht en muziek. Uitgeefster Wieke Horneman schreef liedteksten, op muziek gezet door componist Nanne van der Werff. Er komt mogelijk een expositie met het werk van Geert Schreuder in het museum van Bellingwolde.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
menu