De plofkip verdwijnt uit supermarkten. Pluimveehouders worstelen met de regels. 'Legbatterijen die in Nederland niet meer mogen, staan nu in Polen. Wat is nou de winst?'

Over twee jaar ligt in geen enkele Nederlandse supermarkt nog plofkip in het schap. Tot vreugde van consumentenorganisaties. Maar voor boeren wordt het er niet eenvoudiger op, aldus pluimveehouder Jan Goosen in Wildervanksterdallen.

Pluimveehouder Jan Goosen in zijn nieuwe kippenstal. ,,Boeren krijgen haast geen tijd om investeringen terug te verdienen.''

Pluimveehouder Jan Goosen in zijn nieuwe kippenstal. ,,Boeren krijgen haast geen tijd om investeringen terug te verdienen.'' Foto DvhN

,,Moet je eens kijken hoe mooi die poten er uit zien. Geen vuil te zien, ook geen wondjes.’’ Pluimveehouder en akkerbouwer Jan Goosen (61) streelt de poten van de tierige kip die hij net in de kladden heeft gegrepen. Het dier - eigenlijk een gemest vleeskuiken - is een van de 28.000 kippen in de een jaar oude stal van de maatschap Goosen in Wildervanksterdallen. De maatschap bestaat behalve uit zijn echtgenote Heleen ook uit zijn zonen René (29) en Machiel (27).

Het hoen is bezig aan haar laatste dag bij Goosen. ,,Vanavond komen er zeven of acht kippenvangers. De dieren worden met vrachtwagens afgevoerd naar de slachterij in Kornhorn’’, zegt de boer, die in 1991 met het houden van kippen is begonnen. In twee stallen heeft hij nu 50.000 kippen. Daarnaast verbouwt hij zetmeelaardappelen, bieten, uien en graan. Dat koren gaat naar zijn eigen pluimvee. Afgelopen jaar kocht hij elders in het dorp een tweede bedrijf, waar hij biologische kippen houdt.

De kippen in Goosens moderne stal zijn zogeheten ‘conceptkippen’ bedoeld voor de Aldi. ,,Daar worden ook strenge eisen aan gesteld. Ze mogen maximaal 50 gram per dag groeien. Ze zitten hier een week langer, krijgen daglicht te zien en er zijn in de stal objecten geplaatst om de dieren afleiding te bieden. Bovendien mogen er maximaal veertien kippen op een vierkante meter worden gehouden’’, somt de boer op. Hij wijst op de stalvloer. ,,Die is schoon en droog. We zorgen goed voor ze.’’

Strenge regels

De eisen die Aldi stelt, lijken op die van het Beter Leven keurmerk en zijn ook strenger dan de regels voor de plofkip, die sneller mag groeien en in grote hoeveelheden in de stallen zit. Vorige week werd bekend dat de Boni-supermarkt als laatste Nederlandse keten heeft beloofd uiterlijk over twee jaar te stoppen met de verkoop van plofkippen in het schap. Die worden straks nog wel verhandeld voor horeca, groothandel en voedingsindustrie. Dierenbeschermers kraaiden victorie. Een mijlpaal, juichte Wakker Dier, dat al jaren campagne voert tegen de plofkip.

Boeren doen al veel om het kippen meer naar de zin te maken, zegt Goosen. Daar worden forse bedragen in geïnvesteerd. Door de steeds veranderende regels is het lastig om het goed te doen. ,,Je krijgt geen tijd om investeringen terug te verdienen. Veel pluimveehouders weten niet waar ze aan toe zijn met een overheid die keer op keer met nieuwe voorschriften en beperkingen komt. En ook de afnemers laten zich niet altijd van hun beste kant zien’’, zegt hij.

Afnemer was niet geïnteresseerd

Goosen geeft een voorbeeld. ,,Toen we deze stal twee jaar geleden wilden bouwen, wilden we er meteen een uitloop bij doen, zodat de kippen meer ruimte hebben en buiten komen. Maar onze afnemer was niet geïnteresseerd, die had geen belang bij die vrije uitloopkippen. Het gaat om een investering van zo’n 2,5 ton, dus dan doe je dat niet. Toen de stal af was, zeiden ze tot onze verbazing ineens: kun je geen uitloop aanleggen, dan kun je kippen met een Beter Leven keurmerk leveren. Als we die uitloop nu alsnog moeten aanleggen, dan kost dat extra geld. Het was veel beter geweest het gelijk met de bouw van de stal te doen.’’

Evengoed is de nieuwe stal, die ruim acht ton kostte, van allerlei snufjes voorzien en energieneutraal - hij wordt verwarmd met warmtepompen. Een kleine ruimte is volgehangen met computers en elektronica. Temperatuur, luchtvochtigheid en ventilatie worden door de computer geregeld, net als het voederen van de dieren. ,,Als de kleine kuikens komen, is het warmer in de stal, zo’n 35 graden. Naarmate ze ouder worden en meer veren krijgen, gaat de temperatuur omlaag naar 20 graden.’’

Op enkele plekken zijn weegschalen in de vloer aangebracht, zodat het gewicht van de kuikens in de gaten gehouden kan worden. Wanneer ze ruim 2 kilo zijn, kunnen ze naar de slacht.

Nieuwe eisen van de overheid

Op het dak van de energie neutrale stal liggen 550 zonnepanelen. Buiten staat een grote warmtewisselaar, die de vieze lucht uit de stal trekt en frisse lucht terugblaast. En dan nog is volgens Goosen niet duidelijk of het genoeg is. ,,Het is niet uitgesloten dat de overheid weer nieuwe eisen stelt aan de huisvesting, waardoor die aangepast moet worden’’.

Het boerenleven is er zeker niet eenvoudiger op geworden, constateert Heleen Goosen aan de keukentafel. ,,Er wordt van alles gevraagd en eisen voor producten veranderen voortdurend. Boeren moeten produceren, maar draaien ook op voor alle risico’s.’’

Technieken die in ons land worden verboden, duiken vaak weer op in het oosten, zeggen de Goosens. ,,De legbatterijen die we hier niet meer mogen gebruiken, staan nu in Polen. En de kooien van de hier gesaneerde nertsenhouders doen nu dienst in Oekraïne. Wat is dan de winst?’’, vraagt zoon Machiel zich af.

,,De wetgeving is tegenwoordig ingewikkelder dan het houden van de dieren zelf, of het verbouwen van gewassen. Het hoort er bij, ik ben ondernemer dus dat accepteer ik. Het is niet erg om je aan de regels te houden, als ze maar niet steeds veranderen. Ik wil graag een stip op de horizon, zodat ik weet waar ik aan toe ben. Die duidelijkheid ontbreekt en dat maakt het lastig’’, zegt Machiel.

Doden van haantjes mag niet meer

De Groninger kijkt op zijn smartphone, die piept als er een nieuwe mail binnenloopt. Machiel leest hem snel en laat het bericht zien. De maatschap wordt geïnformeerd over een nieuwe verordening van de Europese Unie. Bioboeren die leghennen houden, moeten met ingang van volgend jaar zelf zorgen voor een goede afvoer van de haantjes. Haantjes houden voor het vlees levert minder op, dus moeten de ondernemers iets anders verzinnen. Doden van haantjes zoals in het verleden mag niet meer. ,,Dat maakt het allemaal weer duurder en ingewikkelder’’, zucht Machiel.

Elders in het dorp heeft Goosen een tweede onderneming, waar biologische leghennen worden gehouden. Daar lopen twee soorten: de Bruine en Witte Lohman. ,,We hebben hier zesduizend bruine kippen en negenduizend witte. Ik krijg de dieren als ze zeventien weken zijn. Bij twintig weken beginnen ze te leggen en dat doen ze tot ze anderhalf jaar oud zijn. Elke kip legt zo’n 400 eieren’’, rekent René voor.

De prijs voor biologische eieren is beter dan voor gangbare, maar de kosten zijn veel hoger. Vooral door het voer, dat gecertificeerd biologisch moet zijn. Een flink deel van de productie gaat de grens over, naar Duitsland.

Weer minder dieren

Zonder een flinke lap grond gaat het niet, zegt René. ,,Je moet per 2500 biologische kippen over een hectare grond beschikken, voor de uitloop, ook al gebruiken de kippen daar maar een klein deel van. Niet iedereen in het buitengebied kan dus zo maar een biologische kippenboerderij beginnen.’’ Die eisen worden overigens de komende jaren verder aangescherpt, zodat de dichtheid van het aantal dieren verder omlaaggaat, weet René.

Niet alleen de overheid maakt het kippenboeren lastig, ook de natuur werkt soms niet mee. Naast veterinaire ziekten zijn er rovers die de kippen belagen, zoals vossen en marters. Met de vossen gaat het trouwens goed, zegt René, terwijl hij een blik werpt op de scharrelende kippen. ,,Die kunnen we redelijk buiten houden. Dat is met roofvogels lastiger. Daar kun je weinig tegen doen, die zijn streng beschermd. En elke kip die door een buizerd wordt gepakt, kost me weer 10 euro.’’

Buiten opent Goosen de zijkant van de stal, waardoor de duizenden kippen naar buiten stuiven. Ze beginnen verwoed in de grond te pikken en te krabben. ,,Ze eten vooral binnen, hier buiten is weinig voedzaams te vinden. Voor hun gezondheid is het niet echt nodig. Maar zo zijn de regels nu eenmaal’’, zegt René.

Ondanks de obstakels gelooft hij in het bedrijf. ,,Biologisch boeren heeft de toekomst. De eieren raak je altijd wel kwijt, het is een redelijk stabiele markt.’’

Boeren is nog steeds hartstikke mooi, voegt Jan toe. ,,Je bent eigen baas, kunt zelf je dag indelen en bepalen hoe je je werk doet. Dat moet wel zo blijven natuurlijk.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
menu