Raad van State worstelt met Belgisch arrest over windparken. Dat heeft gevolgen voor de bouw van 16 turbines in Delfzijl

De juridische problemen die bij Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding van toepassing zijn, spelen op veel meer plekken. Dat zegt hoogleraar Herman Bröring van de afdeling Bestuursrecht van de Rijksuniversiteit Groningen. ,,Dit is een probleem op rijksniveau.’’

Herman Bröring.

Herman Bröring. Foto: Ronald Zijlstra

Een uitspraak van het Europese Hof van Justitie van vorig jaar over een windmolenpark in België heeft mogelijk gevolgen voor windprojecten in Nederland, zoals de bouw van zestien nieuwe windturbines in Delfzijl.

De Raad van State zoekt uit of er door dat Europese arrest alsnog een uitgebreid onderzoek moet komen naar de algemene milieunormen voor windturbineparken. Die normen voor bijvoorbeeld schaduw, schittering, trilling en geluid zijn nu vastgelegd in het landelijke activiteitenbesluit en de activiteitenregeling.

‘Aardig bedacht’, maar niet verstandig

Het college van de gemeente Eemsdelta probeert vertraging voor de uitbreiding van Windpark Delfzijl Zuid te voorkomen door de raad te vragen het bestemmingsplan aan te passen. Er wordt dan niet langer naar het activiteitenbesluit verwezen. De normen worden in het bestemmingsplan zelf opgenomen.

,,Dat is aardig bedacht’’, zegt Bröring. Maar hij vindt het niet verstandig. ,,Het gaat om normen die landelijk moeten gelden. Gemeenten kunnen beter niet allemaal zelf aan de slag gaan. Dit is een probleem op rijksniveau.’’

Samenwerkingsovereenkomst kan miljoenenstrop worden

Eemsdelta neemt deze stap om te voorkomen dat ontwikkelaars bij vertraging een miljoenenclaim bij de gemeente indienen. De gemeente Delfzijl heeft met de windboeren een samenwerkingsovereenkomst gesloten met daarin een inspanningsverplichting. Die houdt in dat de gemeente bij dreigende vertraging maatregelen moet nemen om die vertraging te voorkomen.

Dat soort afspraken wordt wel vaker gemaakt, zegt Bröring. Maar hij denkt dat in dit geval duidelijk is dat de vertraging niet ontstaat door de gemeente. ,,De oorzaak ligt bij het rijk. Daar is de gemeente niet verantwoordelijk voor.’’

Op losse schroeven

Bestuursrechtdeskundige Herman Bröring vermoedt dat de hoogste bestuursrechter flink met dit onderwerp worstelt. ,,Door de uitspraak staat de rechtsgeldigheid van het activiteitenbesluit en de activiteitenregeling op losse schroeven.’’ Hij kan zich voorstellen dat de Raad van State aan het Europese Hof gaat vragen hoe het verder moet; de RvS stelt dan zogenaamde prejudiciële vragen.

Maar in de beantwoording van dat soort vragen gaat veel tijd zetten. ,,Dat veroorzaakt onzekerheid en dat is vervelend. Investeerders houden niet van onzekerheid.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
menu