Rechtszaak RUG tegen hoogleraar: beide partijen strijden voor reputatie en beiden verliezen

De ingang van de rechtbank in Groningen. Foto DvhN

Hoe de rechtszaak van de Rijksuniversiteit Groningen tegen de van fraude beschuldigde hoogleraar Joost Herman ook uitpakt: reputatieschade voor beide partijen is onontkoombaar.

De RUG en Herman stonden donderdag tegenover elkaar in de rechtbank. De RUG wil de gerenommeerde hoogleraar van de Faculteit der Letteren ontslaan, omdat hij zonder toestemming van de universiteit een stichting oprichtte waardoor deze 1,2 miljoen euro misliep. Herman ontkent niet dat hij met de oprichting van de stichting een fout maakte, maar zegt dat hij elke cent kan verantwoorden. Hij krijgt steun van collega’s en studenten. Petities om zijn ontslag tegen te houden zijn inmiddels ruim vierhonderd keer ondertekend.

‘Onwerkelijke nachtmerrie

Hoewel hij er enorm tegenop zag, voelde Herman bij het betreden van de rechtbank ook opluchting. ,,Het voelt alsof ik in een onwerkelijke nachtmerrie terecht ben gekomen. Keer op keer dacht ik: dit kan niet. Deze zitting voelt dan toch ook als een soort opluchting. Mijn grootste grief in dit hele proces is dat er over mij is gepraat, niet met mij.’’

Waarom wil de RUG een gerespecteerde hoogleraar ontslaan?

De hoogleraar richtte in 2014 de Stichting NOHA Groningen op, genoemd naar het internationale opleidingsprogramma Network On Humanitarian Action. Deze opleiding voor humanitaire dienstverlening bij rampen wordt ook op andere, buitenlandse universiteiten aangeboden. Herman wilde op deze manier de in zijn ogen hinderlijke bureaucratie van de RUG omzeilen en voorkomen dat het geld door de faculteit voor het oplossen van tekorten zou worden gebruikt. Tot de oprichting van NOHA Groningen kwam dit geld op de rekening van de RUG terecht, maar nu fungeerde de stichting als tussenstation.

Dit is in de ogen van de RUG volkomen onacceptabel: zonder toestemming een stichting oprichten om vervolgens zonder controle naar eigen inzicht geld dat de RUG toebehoort uit te geven. ,,Als werknemer blijf je van het geld af dat aan je werkgever toebehoort’’, zei de advocaat van de universiteit die ook aangifte van subsidiefraude en valsheid in geschrifte deed. De raadsman zet grote vraagtekens bij uitgaven die Herman deed zonder daar de universiteit in te kennen en daarmee alle integriteitscodes heeft geschonden.

De raadsvrouw van Herman benadrukt dat er van zelfverrijking geen sprake is geweest en dat al het geld ten goede van het opleidingsprogramma is gekomen. Ook zou de RUG van het bestaan van de stichting op de hoogte zijn geweest, mede omdat er geld over en weer ging. Ze hekelt de handelwijze van de RUG die Herman tot zijn ontslagaanzegging begin dit jaar nooit de kans gaf zijn beweegredenen uit te leggen.

Verzoeningspoging mislukt

Ze dringt er bij de rechtbank op aan dat Herman toegang krijgt tot zijn archief op de universiteit en zijn werkmail om aan te tonen dat de RUG van het bestaan van de stichting had kunnen weten en dat al het geld juist is besteed.

De rechter probeerde nog beide partijen ertoe te bewegen met elkaar in gesprek te gaan en tot een regeling te komen. Dit ziet de RUG niet zitten. ,,Soms zijn er zaken waarin dat niet kan’’, aldus de advocaat die van een principiële zaak spreekt.

‘Ik schaam me voor mijn werkgever’

Universitair hoofddocent Anjo Harryvan van de RUG was een van de tientallen collega’s die hem kwamen steunen. „Ik werk 30 jaar voor deze werkgever en keer op keer blijkt dat het faculteit niet bij machte is dit soort grote internationale projecten te dragen. Een stichting als deze komt dan ook niet uit de lucht vallen. Natuurlijk, Herman heeft fouten gemaakt, maar als je het bij elkaar optelt haalt het de 2000 euro nog niet. Toch gaat de universiteit er met gestrekt been in. Er wordt iemand aan de schandpaal genageld. Ik schaam me voor mijn werkgever.’’

De rechter doet over vier weken uitspraak.

Nieuws

Meest gelezen

menu