Mis jij ook eigenzinnige winkeltjes in Groningen? Drie debatavonden over de vercommercialisering van de stad. 'De stad dut in als de commercie heerst'

Wat heeft de stad Groningen nodig om z’n levendigheid te behouden of terug te winnen? In drie debatavonden zoeken planologen en kunstenaars naar antwoorden op de vraag hoe originaliteit haar weg kan vinden in de wereld van het grote geld.

Karina Bakx zet zich in voor een gevarieerde stad.

Karina Bakx zet zich in voor een gevarieerde stad.

Ze zag de schroefjeswinkel (ijzerwarenhandel Hink Nieboer) in de Oosterstraat z’n deuren sluiten. ,,Er was daar een muur met alleen maar schroefjes, je kon er voor elk moertje terecht’’, zegt Karina Bakx (35). Ze weet nog een winkel die ze mist: theewinkel De Santekraam in de Folkingestraat. ,,Ik zag zulke zaakjes verdwijnen en die komen nooit meer terug. Niemand begint eraan, want niemand kan 3000 euro huur per maand ophoesten.’’

Bakx maakt zich al jaren zorgen over – wat zij noemt – de vercommercialisering van de binnenstad van Groningen. In 2011 richtte ze JOP op, het Jonge Ondernemers Plan, waarmee talentvolle beginnende kunstenaars en ontwerpers hun intrek konden nemen in leegstaande winkelpanden.

Originele zaakjes sterven uit

,,Dat is goed voor de stad, want zonder de enorme druk van die huurlast krijg je een ander soort winkel waar je mooie, zelf ontworpen spullen treft of lokaal gemaakte producten. Jonge mensen krijgen de kans om te experimenteren, wat inspirerend werkt. Het winkelend publiek houdt van originele winkels, maar het rare is dat het niemand lijkt te boeien dat zulke zaakjes uitsterven.’’

Vandaar dat ze, na tien jaar pionieren, samen met filosoof Tjesse Riemersma en kunstenaar Radina Kordova de ZIP-talks op poten heeft gezet: drie debatten in een leegstaand winkelpand in de Herestraat waar planologen en kunstenaars zich buigen over de ‘stedelijke problematiek’.

Weer een Op=Op-zaak, weer een pepernotenwinkel

,,De stad raakt meer en meer gevuld met ketens, met meer van hetzelfde, weer een Op=Op-zaak, weer een pepernotenwinkel. Alles wordt in geld uitgedrukt, het is een oneerlijke wedstrijd. Het gat tussen arm en rijk wordt steeds groter, terwijl we zelf het verschil kunnen maken door ons geld niet alleen naar de Albert Heijn te brengen.’’

Met de debatten hoopt ze consumenten bewust te maken van wat er óók mogelijk is, ze wil alternatieven laten zien waardoor een stad levendiger wordt en inspirerend. ,,De stad dut in als de commercie heerst.’’

Ze heeft niet de illusie de oplossing te vinden. ,,Mooie winkeltjes in leegstaande panden zijn altijd tijdelijk, want vastgoed moet geld opleveren. Je moet al rijk zijn, wil je überhaupt kunnen beginnen. Dat zie je ook op de huizenmarkt.''

,,Ik vind het griezelig dat de bebouwde wereld uit onze handen glipt en dat de anonieme vastgoedwereld regeert. Terwijl iedereen straatjes zoals de Folkingestraat wil. Ik word er somber van en vind het leuk om me er als ontregelende factor in te bewegen.’’

Ooit keert het tij, denkt ze, maar volgens haar niet zolang de VVD aan het roer staat. ,,De overheid lijkt het niet erg te vinden dat de verdeling van de ruimte steeds meer verschuift naar mensen met geld.''

,,In landen om ons heen zie ik collectief bezit opkomen, omdat daar het besef indaalt dat het in het leven om voldoening gaat. Bij ons is voldoening omgezet in je banksaldo, terwijl het natuurlijk zou moeten gaan om mentale gezondheid en geluk.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
menu