De exotische vogel wordt in Drenthe en Groningen van dwaalgast steeds vaker inburgeraar

Ons land is met Vlaanderen dé hotspot voor exoten, meldt Sovon Vogelonderzoek Nederland in haar vogelbalans. De top drie wordt gevormd door de Canadese gans, Nijlgans en halsbandparkiet. Ook in Groningen zijn ze ruim voorhanden.

Halsbandparkiet in appelboom

Halsbandparkiet in appelboom

Het jaar was amper begonnen toen het alweer raak was: een kortbekzeekoet (een alk) en een pestvogel deden de harten van vogelspotters sneller kloppen. Lockdown of niet, liefhebbers kwamen massaal kijken om de vogel op hun lijst met waarnemingen te zetten.

Eén pestvogel in Hoek van Holland

Bij de pestvogel − zo genoemd omdat in de middeleeuwen werd gedacht dat deze vogel de pest bracht − in Hoek van Holland viel het vooral op dat het er maar eentje was. Een dwaalgast, terwijl de soort juist een invasievogel heet te zijn. Wanneer het in de thuislanden in Scandinavië of Siberië koud wordt, komen pestvogels massaal naar Nederland om zich te goed te doen aan onze bessen. Iets waar de kramsvogel en koperwiek, afkomstig uit dezelfde regionen, ook wel raad mee weten.

De kortbekzeekoet en pestvogel kunnen worden aangemerkt als dwaalgasten. Evenals de hop, bewoner van Zuid-Europa, die vorig najaar op het Sontplein in Groningen vogelspotters in vervoering bracht. Nog exclusiever: de grijze junco, die in 2015, voor het eerst sinds 1962, vanuit Noord-Amerika overwaaide en in Beijum de harten van twitchers − mensen die stad en land afreizen om vogels te zien − sneller deed slaan. Twee jaar later deed de blauwstaart, afkomstig uit Finland en Rusland, Beijum aan.

Dat zijn de dwaalgasten. De exoten waar Sovon op doelt komen van nature niet in ons land voor, maar raken door toedoen van mensen hier verzeild. Bijvoorbeeld omdat ze als siervogels worden gehouden en uit collecties weten te ontsnappen en zich soms weten te handhaven.

Canadese ganzen in Veendam

Zo wordt Veendam al jarenlang overlopen door Canadese ganzen. Passend, gezien de stedenband met Kelowna in het Canadese British-Columbia. En met ganzen is het als met een stedenband: je komt er gemakkelijker aan dan dat je er weer vanaf raakt.

Veendam afficheert zichzelf graag als de Parkstad. Men graaft er sinds jaar en dag vijvers, zaait met royale hand graszaad en plant er heesters. Ganzen kunnen er zwemmen, eten en zich voorplanten. In de wijken Sorghvliet en Langebosch staat het verkeer stil wanneer grote groepen ganzen de weg in beslag nemen.

De Canadese gans, de Nijlgans en de halsbandparkiet maken volgens de tellers van Sovon 95 procent uit van alle in Nederland gevestigde exoten. De agressieve, lawaaiige Nijlgans mag in Groningen en Drenthe inmiddels een algemeen voorkomende standvogel worden genoemd. Of het dier een aanwinst of juist een plaag is, hangt af van het gezichtspunt. Voor liefhebbers van biodiversiteit en kleurrijke vogels in het landschap is de Nijlgans waarschijnlijk een aanwinst.

Slecht nieuws voor de ransuil

Deze van oorsprong Afrikaanse gans neemt zonder veel omhaal het nest van bomenbroeders als kraaien en buizerds in bezit. Dat is ook slecht nieuws voor bijvoorbeeld de ransuil. De voor deze soort geplaatste kunstnesten moeten van een ijzeren constructie worden voorzien om de Nijlgans te ontmoedigen deze te kraken.

Wellicht dat onze zeearenden − geen exoten, maar spijtoptanten die profiteren van ons verhoogde milieubewustzijn − een rol kunnen spelen als natuurlijke vijanden van de Nijlgans. Ook de bever in de Groningse grachten mag geen exoot worden genoemd. Diens aanwezigheid is het gevolg van een succesvolle herintroductie.

Met de Canadese en Nijlgans scoort Groningen al goed op de exotenschaal. De derde vogel, de oorspronkelijk uit India afkomstige halsbandparkiet, is vooral in de Randstad een bekende verschijning. Toch kent ook het Groningse Hogeland sinds kort een kleine populatie.

In Spijk zit een groep van drie vogels. Dat waren er vier, maar eentje vloog zich dood tegen het raam. Spiekster Adri van Kooten schrijft daarover in het blad Parkieten Sociëteit van de gelijknamige bond van kromsnavelhouders in Nederland.

Keurmeester parkieten en papegaaien

Van Kooten is keurmeester parkieten en papegaaien bij de Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers (NBvV). Je zou dus denken dat juist hij de aanwezigheid van ‘halsbanden’ in zijn achtertuin wel weet te waarderen. ,,Je kunt er van op aan dat deze vogels straks in het voorjaar gaan broeden. Die vinden echt wel een holte ergens in een boom waarin ze eieren kunnen leggen en hun jongen grootbrengen.’’

Hij wil maar zeggen dat een groepje halsbandparkieten, hoe lawaaiig dit kwartet ook kan zijn, nog wel te harden is. ,,Maar meer moeten het er niet worden.’’ De keurmeester overweegt de vogels te vangen. ,,Maar dat valt ook nog niet mee, want het zijn echte slimmeriken. Dat is natuurlijk ook een van de redenen waarom deze vogels in Nederland overleven.’’

Want ganzen komen een heel eind met water en gras; een exotische parkiet heeft meer nodig om te overleven, zoals zaden en fruit. Opvallend is dat de halsband-, maar ook de monniksparkiet, waarvan een kleine populatie in Nederland bestaat, van oorsprong Aziaten zijn. Er ontsnappen net zoveel gras-, valkparkieten en agaporniden, respectievelijk Australiërs en Afrikanen, maar de laatste overleven niet in ons land.

Beschutting en voer in achtertuinen

Van Kooten heeft daar wel een theorie over. ,,Halsbandparkieten zwerven niet, die blijven in de buurt van waar ze vandaan komen.’’ De vogels in Spijk zijn daar ontsnapt. ,,Australische parkieten gaan zwerven. Ik ben zelfs wel eens een stel prachtrosella’s kwijtgeraakt. Die zijn na een paar dagen vertrokken. Die zie je nooit weer. Halsband- en monniksparkieten blijven, is mijn waarneming in de buurt. In de Randstad vinden de vogels beschutting en voer op de talloze plekken in achtertuinen waar vogels worden gevoerd. Daarom verspreiden halsbandparkieten zich ook nauwelijks over Nederland. Eenmaal buiten de stad raken ze letterlijk verloren en komen ze om van de honger.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
menu