Waarom die introductieweken voor studenten zo belangrijk zijn: twee oud-studenten delen hun verhaal

Tussen alle gevolgen van corona is het misschien klein leed, maar voor aankomende studenten is het een wereld van verschil: het wel of niet doorgaan van de introductieweken, al is het in afgezwakte vorm. Bonne Kerstens (eerstejaars in 2006) en Hans Nijenhuis (eerstejaars in 1981) over hoe belangrijk die tijd voor hen was.

Studenten tijdens een introductieweek. Foto ter illustratie.

Studenten tijdens een introductieweek. Foto ter illustratie. Foto: Van de Meulenhof

Hans: ‘Míjn meest tastbare herinnering aan die eerste weken aan de universiteit zie ik nog elke dag’

Sommige lezers denken bij de woorden ‘introductietijd, kennismakingstijd en studenten’ misschien aan die openingsscène uit  Soldaat van Oranje , waarin ‘feut’ Rutger Hauer door ouderejaars Jeroen Krabbé een schaal soep over zijn hoofd gegoten krijgt. Of aan dat geweldsincident bij studentenvereniging Vindicat in Groningen, dat in 2017 landelijk nieuws werd. Míjn meest tastbare herinnering aan die eerste weken aan de universiteit zie ik nog elke dag: ze heet Corinna.

Ze zat met twee andere meisjes bij de ingang van de tent waarin we met 200 nieuwe leden van de Leidse studentenvereniging Quintus sliepen tijdens de zogeheten Werkweek. Dat was een week waarin de nieuwe leden samen kampeerden en overdag via uitzendbureaus werkten om geld te verdienen voor de vereniging. En het mooie van een kennismakingstijd is dat je gewoon op iemand af kan lopen - dat is het hele idee ervan. Die andere twee meisjes van toen zag ik trouwens afgelopen zondag nog: ze zijn de beste vriendinnen van mijn vrouw geworden.

Ik zou hier ook nog kunnen vertellen over Roel, die me voor het eerst liet kennismaken met de poëzie van Jacques Brel en Charles Baudelaire. Over Remmelt, met wie ik nog jaren heb gewerkt. Over Paul, die literair agent werd en me hielp mijn eerste boek uitgegeven te krijgen. In je studententijd ontdek je wie je bent en maak je vrienden voor het leven. Is dat niet ook het hele idee achter studeren? Kennis vergaren, én levenswijsheid. De introductieweken zijn daarvoor essentieel.

Ga maar na. Je bent voor het eerst niet meer met je schoolvrienden die alles van je weten. Je woont – in mijn geval – voor het eerst niet meer thuis. Dan kun je wel een helpende hand gebruiken. In de introductieweek leer je alles over studie, stad en sport. Wie lid wordt van een vereniging, leert vervolgens in een kennismakingstijd mensen kennen, en ja, ook zichzelf. Voor het eerst een nacht zonder slaap. Voor het eerst binnen een uur een lied schrijven én voor publiek uitvoeren. Voor het eerst... Ja, heel veel voor het eerst. 

Voor mij was het allemaal nieuw. Ik was de eerste uit ons gezin die ging studeren. Er ging een wereld voor me open, die eerste weken. Zonder dit alles wordt universiteit school. En school - daar was je nou net vanaf.

Bonne: ‘Hoe leer je in hemelsnaam mensen kennen in een wildvreemde stad?’

Zeventien jaar was ik toen ik in 2006 de trein van Eindhoven naar Amsterdam pakte. Ik wilde maar één ding: het huis uit. Hoe ik in Amsterdam een nieuw leven op ging bouwen, was me nog compleet onduidelijk. Mijn sociale leven in de hoofdstad beperkte zich tot mijn broer en twee nichtjes. Bij allemaal kon ik gelukkig wel een paar dagen logeren. Handig, want een kamer had ik niet.

Hoe leer je in hemelsnaam mensen kennen in een wildvreemde stad? Mijn broer (het type: je regelt het zelf maar) had maar één advies: lid worden van een studentenvereniging. Dan komt het vanzelf. Hij was zelf het levende bewijs: hij woonde met tien jongens in een uiterst smerig studentenhuis op een prachtige plek, had een grote vriendengroep, had elke dag wat leuks te doen en studeerde weinig. Hij had daarmee alles wat ik óók wilde.



Ik volgde zijn advies op en schreef me in. De eerste dagen gingen als een waas aan me voorbij. Er waren nieuwe indrukken, paklijsten met de bizarre objecten en veel zenuwen. Iedereen was een stuk ouder en mijn Brabantse accent hielp ook niet mee. Ik voelde me een grijze muis in de grote stad. Na een weekje doorbijten in de modder in een Amersfoorts bos, vergezeld door zo’n 200 jonge studenten, vond ik uiteindelijk een geweldig dispuut met meisjes uit heel Nederland. Eindelijk.

Tijdens de daaropvolgende dispuutskennismakingstijd trof ik bij de mannen-wc van een gore vijf euro-pizzeria een meisje aan dat óók nodig moest plassen en niet wilde wachten. Ze woonde in de buurt, kwam ook uit het zuiden en was wel te porren voor een drankje. Veertien jaar later was zij degene die ik als eerste vertelde dat ik zwanger was.

De kennismakingstijd heeft mij dingen gebracht die ik in mijn eentje nooit had kunnen bereiken. Onverwoestbare vriendschappen, de fijnste studentenhuizen, eerste liefdes en vriendinnen die je naar de bieb sleurden om tóch te gaan studeren.

Ik gun alle nieuwe studenten die het nu moeten redden in een wildvreemde stad volgend jaar een herkansing. Want zonder die kennismakingstijd, zonder dat steuntje in de rug van de universiteit, hogeschool of vereniging, is het een stuk moeilijker je weg te vinden in een wildvreemde stad.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
Coronavirus
menu