Waarom pillen steeds beter werken (en cola het verschil kan maken voor een soepele opname van een medicijn voor patiënten met longkanker)

Medicijnen zijn steeds beter uitgekiend en daarom komt het precies slikken ook nauwer. De derde lezing in de voorjaarsreeks van de Medische Publieksacademie UMCG gaat over geneesmiddelen.

De derde lezing in de voorjaarsreeks van de online Medische Publieksacademie UMCG gaat over geneesmiddelen.

De derde lezing in de voorjaarsreeks van de online Medische Publieksacademie UMCG gaat over geneesmiddelen. Foto: Shutterstock

Pillen werken bij de ene patiënt net iets anders dan bij de andere. Mensen verschillen genetisch van elkaar en in de loop van het leven veranderen patiënten en hun ziektes. Daardoor kunnen medicijnen andere effecten krijgen. Het kan ook nogal uitmaken hoe je ze inneemt, wat je er bij eet en drinkt en of je rookt, en welke andere geneesmiddelen je gebruikt. Artsen en apothekers proberen daarop in te spelen. ,,Zodat pillen beter werken en handiger zijn om te slikken’’, zegt ziekenhuisapotheker in het UMCG en hoogleraar Jos Kosterink.

Vroeger kreeg iedereen eigenlijk dezelfde medicijnen. Nu kiezen artsen en apothekers er vaker voor om een genetisch profiel te maken van patiënten. Bijvoorbeeld omdat ze onverwacht last krijgen van bijwerkingen. Of omdat ze weinig effect merken van hun medicijnen. Ze krijgen dan een zogenoemd farmacogenetisch paspoort. ,,Daarmee kunnen we beter inschatten hoe bepaalde geneesmiddelen bij die ene patiënt werken’’, zegt Kosterink.

Uit onderzoek blijkt dat de stofwisseling per persoon verschilt. Dezelfde pil wordt bij de één veel sneller en beter afgebroken dan bij de ander. De werkzame stof komt daardoor eerder of later in het bloed. Een farmacogenetisch paspoort maakt duidelijk wat voor soort stofwisseling een patiënt heeft. ,,Vroeger waren we met sommige middelen best lang aan het uitproberen wat de beste dosis was voor de patiënt. We kunnen dat met een genetisch profiel van tevoren beter inschatten.’’

Het drinken van een colaatje kan al het verschil maken voor een soepele medicijnopname

Een ander geneesmiddel of het drinken van cola of het eten van grapefruit kan al verschil maken. Kosterink noemt het voorbeeld van het effect van cola op het geneesmiddel erlotinib , dat wordt gebruikt bij longkanker. ,,Cola drinken zorgt ervoor dat erlotinib beter wordt opgenomen in het bloed en dus beter zijn werk kan doen.’’

Een ander voorbeeld is de invloed van roken op het medicijn clozapine, een antipsychoticum. ,,De verbrandingsstoffen van roken stimuleren een enzym dat clozapine afbreekt. Bij het acuut stoppen met roken kan het de concentratie in het bloed juist fors doen stijgen met allerlei bijwerkingen zoals sufheid, speekselvloed, hartritmestoornissen, bloeddrukverlaging bij opstaan en duizeligheid.’’

Enigszins vergelijkbaar is dat bij bepaalde vormen van kanker de tumor andere eigenschappen kan gaan aannemen. ,,Een bepaald medicijn tegen darmkanker werkt wel als iemand geen mutatie in een tumor heeft maar het werkt niet mét een mutatie. Dat moet je dan dus wel van tevoren weten’’, stelt Kosterink.

Het beste middel is niet voor iedereen het ideale middel

Ook wanneer je zoveel mogelijk van tevoren weet kan het nog van de leefsituatie van de patiënt afhangen welk medicijn ideaal is. ,,Of je één keer of drie keer per dag moet slikken kan al een behoorlijk verschil maken’’, geeft apotheker Job van Boven aan. ,,Vroeger schreven artsen gewoon voor wat zij als het beste middel zagen. Tegenwoordig bespreken we meer met mensen wat ze haalbaar vinden in een proces van gezamenlijke besluitvorming. Soms is het best mogelijk om een ander middel te kiezen dat je minder vaak op een dag hoeft in te nemen. Of een middel dat bepaalde bijwerkingen niet geeft.’’

Zo geldt voor veel cholesterolverlagers, bloeddrukverlagers en diabetesmedicijnen dat ze vooral op de langere termijn effect hebben. Uit uitgebreide wetenschappelijke studies is gebleken dat mensen minder hartinfarcten krijgen als ze die cholesterolverlagers vele jaren achter elkaar slikken. ,,Maar als mensen heel oud zijn en de levensverwachting korter wordt, kun je je voorstellen dat zulke preventieve middelen niet meer echt nodig zijn’’, zegt Van Boven. ,,De kans dat je met die medicijnen een hartinfarct voorkomt wordt dan wel erg klein terwijl de kans op bijwerkingen juist toeneemt.’’

Hoewel het voor de buitenwereld misschien logisch klinkt is een dergelijke boodschap voor veel oudere patiënten vaak wel even schrikken. ,,’Ben ik dan al opgegeven’, vragen ze dan wel eens angstig’’, merkt Kosterink. ,,Hun dagelijkse hoeveelheid medicijnen biedt veel mensen ook houvast. Ze zijn niet altijd blij om te minderen.’’

Medicijngebruik mag vaker tegen het licht worden gehouden: zijn al die pillen nog wel nodig?

Artsen en apothekers proberen vaker te overleggen met elkaar en met de patiënt met de vraag of alle medicijnen nog wel nodig en verstandig zijn. ,,Soms moeten mensen ook nog pillen slikken tegen de bijwerkingen van andere geneesmiddelen. Als je het ene middel stopt, kan het andere ook weg.’’

Dat beter afstemmen maakt ook dat patiënten wat meer vertrouwen krijgen in hun medicijnen, of ze in ieder geval trouwer gaan slikken. Want dat gaat vaak niet goed, zo blijkt uit onderzoek van apotheker en gezondheidseconoom Van Boven. Meer dan de helft van de mensen heeft moeite zijn geneesmiddel goed en op het juiste moment in te nemen. ,,Soms vergeten ze het gewoon, soms ontbreekt het aan vertrouwen, soms gaat het ook om de kosten, want mensen moeten eigen bijdrages en eigen risico betalen voor hun medicijnen. En soms raken mensen in de war wanneer ze worden overgezet op een ander middel.’’

Dat maakt allemaal dat de geneesmiddelen niet altijd werken zoals de bedoeling was en mensen onnodig in het ziekenhuis belanden. Er zijn wel allerlei manieren om te controleren of patiënten wel genoeg medicijnen innemen om er echt profijt van te hebben: speekseltestjes, bloedprikken, urinecontroles en zelfs via het hoofdhaar. In de coronatijd is bloed prikken in het ziekenhuis ongewenst en konden patiënten thuis een vingerprikje bloed op een kaartje druppelen en opsturen.

We willen patiënten geen pillen door de strot duwen maar sommigen hebben wat hulp nodig

,,We willen natuurlijk geen politieagent spelen en mensen de pillen door de strot duwen’’, zegt Van Boven. ,,Maar er zijn mensen die af en toe wat hulp nodig hebben, want pillen slikken is soms lastig in te bouwen in een druk leven. Daar zijn wel digitale hulpmiddelen voor. Die hebben tijdens covid een enorme vlucht genomen omdat mensen het thuis kunnen doen. Het elektronische pillenpotje bijvoorbeeld, dat een signaal afgeeft als het tijd is om te slikken. Of een uitdrukstrip waaraan je kan zien of je je pil al hebt geslikt.’’

Bij medicijnen die mensen innemen met een inhalator speelt volgens Van Boven „een vergelijkbare uitdaging’’. Patiënten inhaleren te hard of te zacht waardoor het middel niet goed werkt. Daarvoor werkt Van Boven aan een slimme ‘voorzetkamer’ die meet hoe goed de inname was.

Als patiënten een middel niet goed innemen kan de arts denken dat het niet werkt en en extra medicijn voorschrijven. ,,Kwetsbare ouderen krijgen in de loop van de tijd vaak te maken met een stapeling van meerdere geneesmiddelen’’, legt Van Boven uit. ,,Ze krijgen er dan steeds nieuwe pillen bij. Het is op een gegeven moment dan goed om nog eens opnieuw te kijken hoe trouw iemand slikt en of al die middelen wel echt nodig zijn, de zogenoemde medicatiebeoordeling.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
Gezondheid
menu