Waarom spoelen er zoveel dode bruinvissen aan? 'Ik schrik daarvan. Zoiets hebben we nooit eerder meegemaakt'

Het onderzoek naar natuurcalamiteiten op zee, zoals de bruinvisstrandingen van de afgelopen dagen, loopt keer op keer vertraging op doordat er geen geld en mankracht beschikbaar is.

Een dode aangespoelde bruinvis op de zeedijk bij Ternaard maandag.

Een dode aangespoelde bruinvis op de zeedijk bij Ternaard maandag. FOTO CAMJO MEDIA/JARING RISPENS

,,Het wordt tijd om over een structurele oplossing na te denken’’, zegt marien bioloog Mardik Leopold van Wageningen Marine Research. Wetenschappers moeten nu elke keer met de pet in de hand naar het ministerie van LNV, om budget aan te vragen.

Woensdag zal er een gesprek zijn over de wetenschappelijke nasleep van de stranding van tientallen bruinvissen op de Noordzeestranden, vooral die van de Waddeneilanden. Zulke sessies waren volgens Leopold ook al nodig bij het aanspoelen van massa’s zeekoeten in 2019, de griepvogels van vorig najaar en de dode zeekoeten op de Zeeuwse stranden van begin augustus. ,,We merken iedere keer weer dat we hier helemaal niet op zijn ingericht.’’

Het is aan LNV om hierin het voortouw nemen, zegt Leopold. ,,Bij deze bruinvissen gaat het over de plotselinge sterfte van beschermde dieren. Dan is het belangrijk de oorzaak te achterhalen. Als die menselijk is, moet worden uitgezocht wie daarvoor verantwoordelijk is. Maar als het iets natuurlijks is, moeten we dat ook weten.’’

Absurd hoog

Dat er ondertussen dik zeventig bruinvissen van de stranden zijn gehaald noemt Leopold een ,,absurd hoog’’ aantal. Jaarlijks spoelen in ons land rond de 500 van deze miniwalvissen aan, maar nooit met zoveel tegelijk. ,,Ik schrik daarvan. Zoiets hebben we nooit eerder meegemaakt, niet in Nederland en ook niet elders. De vorige keer dat we over een massastranding spraken ging het om vijf stuks.’’

Op basis van de beelden die hij heeft gezien, schat Leopold dat de dieren zeker een tot twee weken in zee hebben gedreven. ,,Dat betekent dat we de oorzaak ook zo lang geleden moeten zoeken. Het zijn allemaal vrij forse dieren en ook allemaal even rot. Daardoor zal het nog niet meevallen de doodsoorzaak vast te stellen. Hoe verder je terug moet rekenen, hoe ingewikkelder het wordt.’’

 

Het is de bedoeling dat een deel van de zeezoogdieren vanaf deze week op de snijtafel belandt bij de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. Het vervolgonderzoek naar de maaginhoud, zal Leopold voor zijn rekening nemen.

Budget nodig

Bruinvissen zijn volgens de zeebioloog in de hele Noordzee te vinden, in een gemiddelde dichtheid van 1 of 2 stuks per vierkante kilometer. Het zijn geen groepsdieren. ,,Om uit te komen op zoveel dode dieren heb je dus in theorie al 50 vierkante kilometer zee nodig, of misschien nog wel veel groter. We weten niet wat er nog ronddrijft of al is aangespoeld in bijvoorbeeld Duitsland.’’

Daarvoor zal een oceanograaf aan de slag moeten gaan met stromings- en windmodellen. Ook daarvoor is budget nodig. Leopold: ,,Het beste dat ik nu kan bedenken is dat de dieren nadat ze zijn doodgegaan door ronddraaiende zeestromingen bij elkaar zijn geveegd en daarna door de harde noordenwind naar hier zijn gedreven.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
Natuur en milieu
Waddengebied
menu