Wonen in een tiny house is voor veel mensen een droom. Maar gemeente in Groningen en Drenthe ligt vaak dwars. Op bezoek bij mensen die het lukte een klein huisje te bouwen

Met zoveel woningzoekenden is het geen wonder dat er een enorme vraag is naar tiny houses. Toch komen projecten maar mondjesmaat van de grond. In Ten Boer, Groningen en Beilen is het gelukt, maar niet zonder slag of stoot.

Op bezoek bij Rox Menses en Paula den Hoed.

Op bezoek bij Rox Menses en Paula den Hoed. Foto: Jaspar Moulijn

Tjeerd Fluitsma en Tonny van den Burgh ogen als een geoliede machine. Hij trekt de dakbedekking strak, zij slaat er met vaste hand spijkers in. Samen hebben ze meerdere oude huizen en een zeiljacht opgeknapt en ook het inbouwwerk van de camper waar ze meer dan een jaar lang in wonen hebben ze helemaal zelf gedaan.

Hoe ervaren ze ook zijn, dit project is nieuw voor ze. De Delftenaren bouwen hun eigen huis, in anderhalf jaar tijd, in het Lievingerveld bij Beilen. ,,Wel duidelijk waarom toch?”, zegt Fluitsma, met een weids gebaar vanaf het dak. Van den Burgh: ,,Gisteren zagen we hier hertjes lopen en in het voorjaar hebben we in de boom hiernaast een heel nest Vlaamse gaaien zien uitvliegen.”

De zestigers wilden een tiny house en oriënteerden zich vooral op het Noorden van het land. ,,Want daar is de grond zo goedkoop”, zegt Van den Burgh. ,,Nou, die mythe hebben we wel doorgeprikt.” Een tiny house wordt het niet: 60 vierkante meter en dat is 10 vierkante meter te veel om de woning officieel tiny te mogen noemen.

Huisjes als melkkoe

Na alles wat ze de laatste jaren over tiny houses te weten zijn gekomen, zijn ze er niet zo enthousiast meer over. Je hebt een gemeente nodig die wil meedenken en daar schort het nogal aan eens aan, heeft Fluitsma gemerkt. ,,Ze vinden zulke projecten eng, want ze passen niet in de bestaande regeltjes en bij veel gemeenten is niet de interesse om zich er in te verdiepen”, zegt Fluitsma.

Een tiny house moet net als alle woningen aan het Bouwbesluit voldoen en het vergt van alle kanten creativiteit om het daar in te laten passen. Veel gemeenten waar tiny houses worden neergezet, geven bovendien maar tijdelijk toestemming, vaak voor 5 of 10 jaar. Daarna moeten de woningen – in principe – weer weg.

,,Dat zijn dan lapjes grond waar de gemeente al jaren niks mee heeft gedaan, omdat niemand er iets mee kon”, zegt Fluitsma. ,,Dan zetten ze er maar een tijdje huisjes op. Zo worden tiny houses als melkkoe gebruikt.” Het echtpaar wilde juist iets definitiefs, op een eigen stuk grond. ,,Als veel meer gemeenten bereid zijn stukken grond te reserveren voor definitieve tiny projecten heeft het toekomst en anders niet.”

Midden-Drenthe ís juist een gemeente waar het laatste jaar een tiny house-wijkje van acht woningen, op ruime eigen kavels, is ontstaan. Dat is voor het grootste deel te danken aan Jenneke Smit (36), die hier sinds vier maanden in het soort huis woont dat ze al meer dan vijf jaar voor ogen heeft. Niet meer dan 35 vierkante meter is het strak ingerichte huisje, maar er zit relatief veel grond bij.

Niet serieus genomen

Hier verbouwt ze – in de tuin en in de futuristisch ogende heliotroop-kas – groente en fruit voor eigen consumptie. Ze komt oorspronkelijk uit Dwingeloo. ,,Daar is voor een starter weinig tot niets beschikbaar”, zegt Smit. ,,Met mijn budget zou ik dan een flatje in Hoogeveen kunnen kopen, maar dat is bepaald niet wat ik wil.”

Zo’n vijf jaar geleden kwam er in Nederland steeds meer aandacht voor tiny house-projecten, maar Smit kent het al veel langer. ,,Uit Amerika. Daar sta je met een tiny house in principe off grid , nergens op aangesloten en midden in de natuur.”

Zoiets is in Nederland niet mogelijk, besefte Smit. Maar iets wat er op lijkt, in het buitengebied en met een groot stuk eigen grond erbij, misschien wel? Ze meldde zich met haar idee voor een tiny wijkje bij nieuwbouwplan Lievingerveld, waar kaveleigenaren bij de bouw veel vrijheden hebben, zolang ze zich aan enkele basisregels houden.

,,De dorpsbouwmeester vond het een grappig idee, maar nam het niet echt serieus”, zegt Smit. Daar liet ze het niet bij zitten. Ze zocht contact met Mill Home, de bouwer van het tiny house-wijkje in Hardegarijp, het oudste tiny buurtje van Noord-Nederland dat sinds 2017 wordt bewoond. De Brabantse bouwer van kleine woningen hielp haar de gemeente uiteindelijk te overtuigen dat met wat flexibiliteit dergelijke woningen wel degelijk binnen het Bouwbesluit passen.

Tiny dip

Maar het vinden van medebewoners moest ze zelf doen. Gebrek aan interesse was er niet. ,,Ik heb ongeveer duizend reacties ontvangen van geïnteresseerden”, zegt Smit. Ze maakte een selectie van vroege reageerders die volgens haar goed in het buurtje zouden passen, qua samenstelling en ideeën over duurzaam wonen. ,,Iedereen die gereageerd heeft, heb ik persoonlijk beantwoord.”

Vervolgens begon het vele overleggen met de toekomstige bewoners. Over de indeling en de aanleg van nutsvoorzieningen en wat al niet meer. ,,Dit was weiland en de gemeente legt niks aan, dat moeten bewoners hier zelf doen”, zegt Smit. ,,Het is een enorme klus en het is logisch dat we allemaal momenten hadden dat we het even niet meer zagen zitten. Dat noemden we dan een tiny dip.”

Mensen die hetzelfde van plan zijn, moeten volgens Smit beseffen dat het door bureaucratie jaren duurt voordat het er staat: ,,Doorzettingsvermogen heb je wel nodig en mensen die het sámen met jou willen organiseren.”

Maar ze heeft het voor elkaar. Een duurzame woning op een kavel van 600 vierkante meter, met 45 zonnepanelen op het dak, gasloos en met een warmtewisselaar. ,,Men denkt vaak het goedkoop is, wonen in een tiny house. Maar voor zo’n soort woning ben je wel tegen de 250.000 euro kwijt”, zegt Smit. ,,Dan heb je ook wel iets unieks.”

Belangen bewoners versus belangen gemeente

In Noord-Nederland heb je nog maar een handvol tiny house-wijkjes. Twee ervan staan bij de stad Groningen, in het Westpark (tijdelijke bewoning) en bij Meerstad komen de kleine (koop)woningen permanent. In Groningen lag het initiatief niet bij toekomstige bewoners, maar bij GroenLinks en de Partij voor de Dieren in de gemeenteraad. Ze kwamen al in 2016 met een initiatiefvoorstel om de mogelijkheden voor dit type woningen in de stad te onderzoeken.

Om deze manier van wonen mogelijk te maken moet een gemeente flink wat hobbels over, zegt Claudia Versloot, projectleider tiny houses bij de gemeente Groningen. Het college moest een voorstel aannemen om de woningen binnen het Bouwbesluit te laten vallen. De schaarse beschikbare grond in gemeenten is een reden waarom er niet massaal tiny houses uit de grond worden gestampt, zegt Versloot.

Met de bouw van appartementen kun je op dezelfde grond immers veel meer doen tegen de woningnood. ,,Wij als gemeente wilden dan ook liever méér tiny houses op een klein oppervlak, terwijl de bewoners van Westpark juist minder woningen wilden, zodat ze meer ruimte hebben”, zegt Versloot.

Nu de woningen er staan, trekt de gemeente er haar handen weer grotendeels van af. ,,De bewoners hebben veel vrijheden gekregen en daar hoort ook veel verantwoordelijkheid bij”, zegt Versloot. Handhaven zal de gemeente er niet snel doen. ,,Alleen als de groep bewoners er zelf niet uitkomt en bij ons aan de bel trekt.”

‘Niet denken: we hebben toestemming, we kunnen los’

Jan Does uit Groningen weet: als je alternatief wil wonen, heb je een gemeente nodig die met je mee wil denken. De voormalige gemeente Ten Boer (inmiddels opgegaan in Groningen) was zo’n gemeente. Aan de noordkant van het dorp Ten Boer kocht de gemeente in 2007 een stuk grond, bedoeld voor woningbouw. Door de crisis bleef woningbouw uit, waarna besloten werd te luisteren naar initiatieven voor het gebied vanuit de samenleving.

Inmiddels staat er, mede dankzij de bemiddeling van Does tussen toekomstige bewoners en gemeente, Woldwijk. Het is een coöperatie van verschillende duurzame bewonerscollectieven, die er wonen en werken. In yurts, maar ook in tiny houses, enkele tientallen in totaal. Ook dit was een traject van vele jaren. ,,Je moet niet denken: we hebben toestemming, we kunnen los”, zegt Does. ,,Er komt héél veel overleg bij kijken.”

De gemeente heeft de coöperatie uiteindelijk veel vrijheid gegeven. Er mag van alles gebouwd worden, zolang de constructie maar stevig en brandveilig is. Het is de coöperatie zelf die bepaalt wie en wat er komt. Een omgevingsteam van de gemeente komt eens in de zes weken checken of alles in orde is. In 2026 loopt de vergunning voor het gebruik van het terrein af; mogelijk wordt die nog verlengd.

,,Deze manier van wonen spreekt enorm veel mensen aan”, zegt Does. ,,De vraag is veel groter dan wat hier allemaal gebouwd kan worden.”

Wantrouwen van omwonenden

Een van de mooiste plekken van het terrein is van Rox Menses en Paula den Hoed. Op een enorme lap grond van 1400 vierkante meter staat hun zelfgebouwde woning van 20 vierkante meter. Hij staat op een ijzeren onderstel uit 1904, dat Menses met zijn zoon volledig gerenoveerd hebben. ‘Canaille’ staat er op een bordje bij de deur. ,,Dat betekent zoiets als schoffies”, zegt Menses.

Het plan om hun twee-onder-een-kapwoning in Leek in te ruilen voor iets kleins is al tien jaar oud. ,,We zijn ingehaald door de hype. Toen we hier in december 2018 kwamen wonen, bleek ons huis ineen een tiny house te heten”, zegt Menses.

De bewoners van Woldwijk hebben volgens hem ,,een enorm wantrouwen” moeten overwinnen van de omwonenden. ,,Daar komen de hippies, de wietplantages en de oude Mercedessen, dat was een beetje het sentiment”, zegt Menses.

Met straatbezoeken is geprobeerd de integratie tussen de buurten te bevorderen. Misschien nog wel meer succes had de komst van het wandelpad dat langs de wijk voert en pal langs het terrein van Menses en Den Hoed. Ze zeggen inmiddels heel veel leuke reacties van buurtbewoners te krijgen over hoe de boel is ingericht. ,,Dat is echt een compliment waard, dat mensen niet blijven hangen in wantrouwen, maar open minded zijn naar de ander”, zegt Menses.

Zelf bevochten

Bijna lyrisch wordt Den Hoed als ze het leven in het open land beschrijft. De puttertjes en de zwanen die in de winter langs de woning scheren. Het uitzicht uit de ramen ,,als drie continu veranderende schilderijen”. Dat het klein is, daar zijn ze al lang gewend. Komen ze bij anderen over de vloer, dan zien ze vooral ruimte en spullen die overbodig zijn.

,,Maar wat niet went”, zegt Den Hoed. ,,Dat is de wind. Die gaat maar en die gaat maar. Mag die wind ook een keer uit, vraag ik soms.”. De wind jakkert soms zo hard dat ze liggen te schudden in hun bed. Menses: ,,Een keer hadden we windkracht 10 en toen was het helemaal heftig, maar alles bleef staan. Sindsdien voelen we ons veilig.”

,,We hebben deze plek zelf bevochten”, zegt Menses. ,,Daarom voelt het nog meer van onszelf.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
menu