Zo trek je je huis een warme jas aan (en bespaar je flink op energiekosten)

Of je nou donkergroene ambities hebt of vooral wat wilt besparen op je energiekosten: alles begint bij isolatie. Maar hoe werkt dat? Wat zijn de do’s en de don’ts?

Het isoleren van een woning.

Het isoleren van een woning. Foto Koen van Weel / ANP

Vóór we verhuisden, vonden de vriend en ik onszelf best groen bezig. Kon ook makkelijk, vanuit een huurappartement. Dan is groen bezig zijn een kwestie van weinig auto, veel fiets, veel bio, geen vlees, afval scheiden, plastic mijden, groene energie. De rest, zeiden we tegen onszelf, lag toch niet in onze handen, maar in die van de woningcorporatie.

Maar tegelijk met de sleutel van ons koophuis en de bos bloemen van de makelaar kwam ineens álles in onze handen te liggen. Nu het huiseigenaarschap een beetje gewend is, bekijken we ons huis met een nieuwe blik. Onderzoeksvraag: hoe duurzaam is het al, en hoe krijgen we het duurzamer?

Isolatie is stap één

De startsituatie, in het kort: ons huis is, net als de rest van de straat, gebouwd in 1980. Twee verdiepingen en een vliering. Tachtig vierkante meter woonoppervlak. We koken op elektriciteit en verwarmen op gas. Het glas in onze ruiten is op z’n minst dubbel, weten we. Maar wat er verder aan isolatie in de woning zit? Geen idee.

Dan moeten we daar beginnen. Want isolatie is stap één; het is misschien wel het bekendste duurzaamheidsadvies van de koude grond, maar ook experts zeggen het.

„Een maatregel waar je nooit spijt van krijgt”,volgens Hans Delaporte van Vereniging Eigen Huis. „De kosten verdien je terug met een lagere energierekening, het wooncomfort neemt sterk toe. Bovendien stijgt je huis in waarde. Wij adviseren altijd om goed te isoleren.”

Grenzen aan de groei + oliecrisis = isoleren

Pieter Omlo is bouwkundige, architect en docent Built Environment aan de Hanzehogeschool in Groningen. In het grootste deel van de vorige eeuw was isolatie helemaal geen onderwerp bij huizenbouw, vertelt hij.

Maar aan het begin van de jaren ‘70 gebeurden er twee dingen: de Club van Rome publiceerde het rapport Grenzen aan de groei , en de tekorten aan aardolie liepen zo hoog op dat er een oliecrisis ontstond. Zo ontdekten we dat brandstof kon opraken, en zo werd het ineens relevant om zuiniger te kunnen zijn met die brandstof.

Vanaf ongeveer 1975 begonnen bouwers met isoleren: het aanbrengen van materialen als piepschuim of glaswol in de spouwmuur, tegen het dakbeschot of onder de vloer. Het basisprincipe is in al die gevallen hetzelfde, legt Omlo uit: „Stilstaande, droge lucht opsluiten. Zo creëer je een barrière waardoor warmte in huis minder makkelijk naar buiten verdwijnt.” Daardoor heb je dus minder energie nodig voor verwarming.

Met een camera in de spouw

Even terug naar onze eigen woning, die dus uit de begindagen van het isolatietijdperk stamt. Als de bouwer een beetje hip was, is het huis misschien al heel degelijk geïsoleerd. Maar het kan net zo goed helemaal achterwege zijn gelaten. Of we daar dan iets aan kunnen doen, hangt er vanaf hoe onze spouw, kruipruimte en dak eraan toe zijn.

We laten Smit Isolatiegroep uit Veendam onze spouw en ons dakbeschot onderzoeken met een camera. De uitkomst valt niet tegen: zowel spouwmuur als dak blijken al geïsoleerd, met wol die het nog prima doet.

De kruipruimte kennen we zelf wel: een droge, kale betonnen ruimte van ongeveer een halve meter hoog. Daar zouden we nog een isolerend materiaal kunnen laten aanbrengen. Als we er tenminste mee kunnen leven dat de kruipruimte daarna zowat onbegaanbaar is.

100% recyclebare bolletjes van plastic

Stel, daar kunnen we mee leven, dan komen we op de volgende vraag: welk materiaal willen we? Het gangbaarst is EPS: kleine korreltjes die zowel in spouwmuren als onder de vloer of het dak kunnen. EPS staat voor expanded polystyrene , in de volksmond ook wel piepschuim. Bolletjes van plastic, dus. En dat gaat niet altijd goed.

„Ik vis die dingen nu nog uit m’n tuin”, zegt Arjen Boekhold uit Haren. Hij heeft onlangs het dak en de spouwmuren van zijn woonboerderij laten isoleren. En hij had zijn huiswerk van tevoren gedaan. „Zes verschillende experts heb ik gesproken; sommige verbonden aan een bedrijf, anderen vond ik op internet als ‘onafhankelijke energie-experts’.”

Op aanraden van al die experts koos Boekhold EPS-parels voor de muur en EPS-platen voor het dak. „Dat was duurzaam, want 100 procent recyclebaar, kreeg ik steeds te horen.”

Duizenden stukjes microplastic in de tuin

Alles, van papier tot staal tot plastic, is in principe recyclebaar. Ook recyclebare plastic bolletjes wil je niet in je tuin hebben slingeren. Toch vond Boekhold de loodgrijze pareltjes buiten rond zijn huis. „Er bleken oude ventilatiegaten in mijn buitenmuur te zitten, die de aannemer niet goed dichtgemaakt had. Daar kwam het isolatiemateriaal dus weer naar buiten.”

Maar het echte slagveld kwam van de dakisolatie. Fabrikant Kingspan Unidek leverde de platen, de aannemer zaagde ze op locatie in de juiste vorm. „De fabriek heeft nooit gewaarschuwd dat daarbij materiaal los zou komen en dat je voor goede afzuiging moest zorgen”, zegt Boekhold. Duizenden stukjes microplastic moest hij naderhand zelf uit zijn tuin zuigen.

Natuurlijk is niet hetzelfde als duurzaam

Nog altijd, als hij goed kijkt, ziet hij her en der pareltjes liggen. Dat zes experts hem met droge ogen een berg plastic als ‘duurzaam materiaal’ verkocht hebben, vindt Boekhold onbegrijpelijk. „Wat is het nut van isolatie als je het met zulk schadelijk materiaal doet?”

Pieter Omlo van de Hanzehogeschool staat er iets anders in. Zeker, er zijn ook natuurlijke isolatiematerialen, zoals vlas, hennep, papiervlokken of schapenwol. Maar ‘natuurlijk’ staat niet meteen gelijk aan ‘duurzaam’. „Neem schapenwol”, zegt hij. „Schapen moeten eten en poepen, allebei belastend voor het milieu. Dan is er nog de impact van het transport; de wol die we hier voor isolatie gebruiken, wordt vaak geïmporteerd uit Australië.”

Bereken je de totale milieubelasting van EPS in een zogenaamde Levenscyclusanalyse (LCA), dan scoort het ‘vrij goed’, zegt Omlo. „Het kost heel weinig energie om te produceren. En je kunt het bij wijze van spreken voor eeuwig in je huis laten zitten.”

‘Het is veel belangrijker dát je isoleert dan hóé je isoleert’

Isolatie mag dan stap één zijn als je verduurzaamt, het voelt zo langzamerhand als tientallen stapjes, waarvan je je elke keer afvraagt of ze wel de goede kant op gaan. Waar isoleer ik en waar niet? Wil ik synthetisch of natuurlijk materiaal? Hoeveel mag het kosten, wie huur ik in? Waar doe ik goed aan?

Als Omlo één ding wil meegeven, is het dat je je vooral niet moet laten verlammen. „Je moet zeker kritisch zijn op het verhaal van een verkopende partij en het is verstandig om meerdere offertes te vragen. Maar uiteindelijk is het veel belangrijker dát je isoleert, dan hóé je het doet.”
 

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
Duurzame energie
Duurzaamheid
menu