Meer armoede dan je denkt, ook in Westerkwartier - ondanks heel veel organisaties die daar wat tegen doen

In de gemeente Westerkwartier zijn circa zestig organisaties actief die langdurige armoede willen aanpakken. Toch neemt de generatie-armoede toe.

Sanne Visser, hier op een foto uit 2019, onderzoekt generatiearmoede in de Veenkoloniën.

Sanne Visser, hier op een foto uit 2019, onderzoekt generatiearmoede in de Veenkoloniën. Foto: Corné Sparidaens

Circa 2000 bewoners van de gemeente Westerkwartier (van de 63.000) leven op of onder de armoedegrens. Dat is meer dan menigeen vermoedt. Zoals er ook meer hulporganisaties zijn. Landelijk ligt het percentage ook op ruim 3 procent van de bevolking en zijn er wel duizend organisaties.

Sanne Visser kijkt van de grote aantallen niet op. ,,En het lukt nog steeds niet om de groep kleiner te maken. Er gaat iets mis met hoe we in ons land de hulp optuigen. Dat komt mede omdat armoedebestrijding, ook in onze rijke samenleving, nog steeds een grote politieke lading heeft.’’

Minder kortdurende armoede

Volgens Visser neemt het percentage mensen dat ‘tijdelijk’ met armoede te maken heeft, bijvoorbeeld door ontslag of scheiding, af. Dat was 8,2 procent na de economische crisis en schommelt nu rond 7,5 procent van de bevolking, zo’n 1,3 miljoen mensen.

,,Dat is goed nieuws, maar in die periode steeg het percentage langdurige armoede van 2,7 naar 3,3 procent van de bevolking (pakweg 570.000 mensen red). Mede door de flexibilisering van de arbeidsmarkt wordt het voor deze mensen steeds lastiger om een hoger inkomen te bereiken en structuur in het leven te krijgen’’, zegt Visser.

Ze is maandag als projectleider van het onderzoek naar langdurige armoede in de Veenkoloniën (van generatie op generatie) gast van de gemeenteraad van Westerkwartier. Eerder deze week was bij een symposium over deze problematiek in Emmen.

Aandacht

,,Ik ben blij met de uitnodigingen. Het betekent dat er aandacht voor deze problematiek is en dat is erg belangrijk. Langdurige armoede is deels regiogebonden, maar er zijn weinig streken waar geen armoede is. Het bestaat overal en daar hoort dus ook overal aandacht voor te zijn.

Visser, demograaf en onderwijskundige, zegt dat generatiearmoede -ook bekend als ‘erfelijke armoede’- niet betekent dat mensen nooit werk hebben. ,,Deze mensen leven afwisselend rond de inkomensgrens. Buitenstaanders zien het als één groep, maar wij hebben gemerkt dat er een groot verschil in zit. Dat maken hulporganisaties nog te weinig. Mensen ervaren het anders en denken anders hoe om er uit te komen. Dat vergt een specifieke, meer langdurige en intensieve aanpak.’’

Verschillen

Uit het grote onderzoek in de Veenkoloniën blijkt dat betrokken families in verschillende deelgroepen te onderscheiden zijn, die ook anders geholpen moeten worden.

■ ,,Je hebt een ‘rebellerende’ groep die graag de wereld van armoede laat zien. Die opkomt voor de minima -dat woord ook als geuzennaam gebruikt- en heel erg bezig is om het leven beter te maken. Een einde maken aan onrecht, dat zit heel sterk in die groep verweven’’, zegt Visser.

■ ,,Er zijn ook families die heel erg accepteren dat ze in armoede leven, het gevoel hebben dat dat niet anders kan. Die hebben niet altijd de vaardigheid om eruit te komen. Een deel trekt zich terug. Anderen proberen nog wel om zichzelf gelukkig te maken en zijn actief in hun wijk of buurt.’’

■ ,,En dan zijn er de ondernemende families die heel erg bezig zijn om het leven voor de kinderen echt te veranderen. Die willen ook dat kinderen hogere opleidingen volgen.’’

Stigma

De oorzaken voor generatie-op-generatie armoede verschillen. ,,Veel mensen hebben een sterke band met hun woonplaats en pakken de kansen buiten hun eigen regio niet, trekken niet mee naar gebieden waar meer kansen zijn. Soms hebben ze daar geen geld voor, bijvoorbeeld omdat ze het openbaar vervoer niet kunnen betalen. Af en toe is een slechte ervaring met hulpverleners de reden.’’

Volgens Visser moeten langdurig arme mensen altijd extra hun best doen om het stigma van de buitenwereld te overwinnen. ,,Velen zijn niet moedeloos en willen graag, maar ze lopen in eerste instantie altijd tegen een muur aan. Het kost deze mensen extra veel werk en tijd om kansen te zoeken. Er zijn fondsen en stichtingen die de drempel verlagen en er is best veel ontwikkeld, maar de wisselwerking is lastig.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
menu