Jessica Huttinga heeft verbale dyspraxie. Ze wil de bewustwording vergroten ('Mijn moeder kreeg altijd te horen dat ik lui was en gewoon wat later met alles')

Jessica Huttinga: 'Als ik mijn achternaam zei kwamen er alle mogelijke variaties uit maar nooit de juiste.' Eigen foto

Jessica Huttinga was laat met heel veel dingen, zoals het alleen zitten, kruipen en lopen. Ook het fietsen met steunwieltjes duurde bij haar veel langer. Ze praatte op haar tweede nog maar tien woordjes, terwijl een gemiddeld kind van twee jaar een vocabulaire heeft van tweehonderd woordjes. Dat was het moment voor haar ouders om aan de bel te trekken. Op het consultatiebureau kreeg haar moeder te horen dat Jessica lui was en gewoon wat later met alles.
Lees meer over
Oldambt

Lui was Jessica niet. De oorzaak dat haar woordenschat minimaal was, werd pas later duidelijk: ze leed aan verbale (ontwikkelings)dyspraxie, een motorische ontwikkelingsstoornis die onder taalontwikkelingsstoornis (TOS) valt. Het is een onrijpheid van de linker kleine hersenhelft, waardoor het correct verwerken van informatie wordt verstoord.

Verbale dyspraxie is een spraakstoornis die te maken heeft met beweging: de mond doet - simpel uitgelegd - niet wat het moet doen. Het is een aangeboren handicap en is niet zichtbaar. Dit leidt tot moeilijkheden bij de fijne en grove motoriek en bij de motorische vaardigheden. Vaak gaat dyspraxie samen met problemen met de spraak, taal, waarnemen, denken en gevoelige tastzin.

Toen ze de diagnose kreeg, was er amper iets te vinden op het internet over verbale dyspraxie

Bij Jessica, nu 21, werd de diagnose tussen haar derde en vierde levensjaar vastgesteld. Om mensen meer bewust te maken wat de aandoening precies inhoudt, schrijft ze onder meer blogs op haar website. Toen ze de diagnose kreeg, was er amper iets te vinden op het internet over verbale dyspraxie, afgezien van wat summiere informatie op Engelse websites. „Dat kwam omdat ze hier in Nederland nog geen verdere onderzoeken gedaan hadden en hierdoor de term dyspraxie nog niet bekend was. Hoe de toekomst er voor mij uit kon zien, wist niemand, zelfs de logopediste niet.”

Jessica kreeg tot en met haar twaalfde levensjaar intensieve logopedie. „Je hebt nu allemaal verschillende methodes voor de diagnose verbale dyspraxie, vroeger had je die niet. Toen hebben we echt alle trainingen die er toen waren voor dyspraxie gedaan, om zo alles eruit te gaan halen wat erin zat.” Van een meisje van 3,5 jaar die amper verstaanbaar was, zelfs voor haar moeder, veranderde ze in een 12 jarige meid die verstaanbaar praatte, ook voor anderen. „Mijn uitspraak ging niet met sprongen vooruit, maar door veel te oefenen en vooral te herhalen werd het beetje bij beetje beter. Helemaal perfect zal het nooit zijn.”

In het dagelijks leven merkt Jessica er vrij weinig van. „Waar ik wel tegenaan loop is, dat als ik bijvoorbeeld in de stad ben en ik begin te praten, dat de mensen dan sneller naar mij omkijken. Ze kennen mij niet en daardoor vinden ze het lastig om mij te verstaan.”

Mensen denken vaak dat ik uit het buitenland kom of doof ben

Mensen die Jessica niet kennen denken regelmatig dat ze Engels of Duits is. „Dat komt, omdat ik door mijn verbale dyspraxie met een accent praat. Mijn tongspieren zijn aan de zijkant verslapt, waardoor ik sommige letters en woorden niet zo uitspreek als dat het hoort. Hierdoor denken mensen vaak dat ik uit het buitenland kom of doof ben, maar dat is niet zo. Ik versta en begrijp alles. In het begin is het wat lastig om mij te verstaan, dat is natuurlijk ook logisch. Maar als je er eenmaal aan gewend bent, dan blijft het ook zo.”

Het gaat zelfs zover dat Jessica op 18-jarige leeftijd haar achternaam van Huizinga in Huttinga - Jessica’s moeder komt uit Bourtange - heeft veranderd omdat ze bepaalde letters, ook na jarenlange logopedie, niet goed kan uitspreken. „Als ik mijn achternaam dan zei, kwamen er alle mogelijke variaties uit, maar nooit de juiste.”

Door haar verbale dyspraxie vindt ze sommige vreemde talen ook erg lastig, vooral Engels. „Ik spreek meestal de woorden zo uit zoals ze er staan. Bijvoorbeeld bij het woord ‘communicated’ spreek ik uit als ‘communikatet’, letterlijk zoals het er staat, terwijl dat natuurlijk fout is. Ik weet dan niet hoe ik zo’n woord uit moet spreken, dus doe ik het dan maar letterlijk.”

Veel scholen houden hier, uit onwetendheid, geen rekening mee. Jessica ging uiteindelijk naar een school in Groningen voor dove of slechthorende kinderen en kinderen met een taal-spraakontwikkelingsstoornis. „Daar heb ik het helemaal naar mijn zin gehad, want er was begrip voor mijn situatie.” Jessica ontsteeg echter het niveau en ging naar het regulier onderwijs. Daar ging het vanaf groep 7 mis. Er was (weer) geen begrip voor haar situatie.

Ik krijg de kans niet om te laten zien wat ik kan

Ook bij het vinden van werk stuitte Jessica op onbegrip. „Ik heb in het verleden ook al voor een baan als kassamedewerker gesolliciteerd, maar tijdens het gesprek kwam al direct naar voren dat ik hier niet geschikt voor zou zijn. Persoonlijk vind ik dat echt jammer, want ik krijg de kans niet eens om te laten zien wat ik kan. Ik kan dan wel niet zo duidelijk praten als iemand anders, maar ik ben echt niet dom!”

Het geeft wel aan dat er meer bewustwording moet komen. Vandaar dat Jessica is begonnen haar verhaal te vertellen „Waar vrijwel iedereen autisme en ADHD kent, is dat bij een taalontwikkelingsstoornis niet zo. Op het Internet kon ik wel vinden wat het betekent, waar je eventueel problemen mee kunt krijgen, wat mogelijk de toekomst zou kunnen zijn, maar ik las geen verhalen over volwassen bij wie de diagnose verbale dyspraxie werd gesteld. Als ik vroeger iemand op het internet tegen was gekomen, die zelf verbale dyspraxie had, dan zou ik daar erg dankbaar voor geweest zijn.”

Contact met ouders

Jessica heeft veel contact met ouders, waarvan het kind verbale dyspraxie/TOS heeft. Ook bestaat er SpraakSaam, een vereniging voor jongeren van 12 tot 30 jaar met een taalontwikkelingsstoornis (TOS). En dan is er TOSKoploper, waar ervaringen, wensen en behoeften van jongeren en volwassenen met TOS op het gebied van sociale relaties, vrije tijd, wonen, opleiding en werk aan bod komt.

Bewustwording, maar ook onwetendheid is een heikel punt. „Toen ik klein was bestond bijvoorbeeld de Taaltrein al. Daar had ik met twee jaar al naartoe kunnen gaan. Alles is daar gericht op het stimuleren van de goede uitspraak. Veel kinderen kunnen na een paar jaar Taaltrein doorstromen naar groep 1 van de reguliere basisschool. Het is dus belangrijk dat een kind zo vroeg mogelijk de juiste begeleiding krijgt.”

Meer over dit onderwerp

Wie meer over dit onderwerp wil lezen kan terecht op de website van Jessica.

Nieuws

menu