Unieke prestatie Winschoter duivenmelker Henderikus Koning in klassieker Sint Vincent

Koning toont vol trots zijn winnende doffer NL18-4726547. Foto: Eigen foto

De ‘547’ van de Winschoter duivenmelker Henderikus Koning (85) leverde vorige week een unieke prestatie door vanaf Sint Vincent als eerste te eindigen in de noordelijke Sector 4 (893 duiven). Nationaal - 1977 liefhebbers korfden samen 11.617 duiven in - werd de doffer achtste. Het is maar liefst 31 jaar geleden dat Eltjo Glazenburg, één van de telgen uit een erkend duivenmelkersfamilie, eenzelfde prestatie leverde.

Winnaar van deze eerste Nationale overnachtvlucht werd Paul van den Boogaard uit Kamerik, tussen Den Haag en Utrecht. Duivenmelkers uit het Noorden des lands hebben minder kans om een dergelijke klassieker als Sint Vincent te winnen, omdat hun duiven uiteraard een behoorlijke ‘overvlucht’ hebben ten opzichte van collega’s die in het midden of zuiden van het land wonen.

„Mijn doffer had ten opzichte van de winnende duif van Van den Boogaard een ‘overvlucht’ van een paar honderd kilometer”, zegt Koning. „Er wordt wel een rekenmethode op los gelaten om het verschil in afstand te compenseren, maar in de praktijk heeft een noorderling altijd nadeel.”

Maar liefst 1220 kilometer overbruggen

Van de lossingsplaats Sint Vincent naar het duivenhok van Koning moest de donkere weduwnaar NL18-4726547 maar liefst 1220 kilometer overbruggen. „Vergelijk het met een marathonloper”, zegt Koning. „Na pakweg 35 kilometer komt het er op aan voor de lopers, die dan moe worden, en vaak minder snel gaan. Zo moet je het met duiven ook zien.”

Henderikus Koning, telg uit een gezin van veertien kinderen, kwam als 12-jarig jongetje in contact met de duivensport, toen hij ome Klaas Kroese ging helpen met de verzorging van de dieren. Het duurde vervolgens niet lang tot hij met het ‘duivensportvirus’ werd besmet en hij zijn eerste hokje van sinaasappelkistjes in elkaar flanste.

Lid worden van de plaatselijke duivensportvereniging WPV mocht niet, daarvoor was hij te jong. In plaats daarvan werd vader Meindert lid. Pa Koning, van beroep ‘stokloper’ (landmeter) bij de Nederlandse Heidemij Maatschappij, had echter niets met duiven. Dit dus in tegenstelling tot zoon Henderikus, die al op jonge leeftijd opzienbarende resultaten boekte met zijn gevleugelde vrienden.

Duiven niet bestand tegen charmes van grote liefde

Toen de hormonen begonnen op te spelen, bleken de duiven niet bestand tegen de charmes van zijn grote liefde Martje, waarmee hij ook in het huwelijksbootje trad. Bij Henderikus kwam de duivensport een tijdje op de tweede plaats, terwijl maar liefst zes van de veertien kinderen, plus twee aangetrouwden, juist kozen voor de duivensport.

Plaats- en clubgenoot Eppe Bodde junior, ook een gerenommeerd duivenmelker: „De Winschoter Postduiven Vereniging telde op haar hoogtepunt zo’n zeventig leden, nu zijn het er nog maar twaalf.” Dit is overigens een landelijke trend. De noordelijke Afdeling 10 - Nederland telt 11 afdelingen, opererend onder de vlag van de Nederlandse Postduiven Organisatie, telt nu nog ruim 1300 leden, terwijl enkele tientallen jaren geleden vele duizenden duivenmelkers lid waren.

Duivensport is een dure sport

Dit heeft er onder mee mee te maken dat de duivensport een dure sport is. Denk bijvoorbeeld aan de hokken, de duivenklok, inclusief software (kosten: een paar honderd euro), duivenmanden en niet te vergeten het voer. Daarnaast moeten jonge duiven worden getraind en moet er een paar keer per week op en neer naar het duivenlokaal worden gereden.

„Je kunt het zo duur maken als je wilt”, relativeert Koning. „Oudere duivenmelkers zijn vaak wel bereid jongeren te helpen. Verder kun je het zo duur maken als je wilt. Ik weet nog van vroeger dat ik een jeugdlid heb geholpen met wat duiven en dergelijke, en dat even later diens vader een koppeltje kocht voor 300 euro. Dat was indertijd een hoop geld. Ik had toen zoiets van: waarom doe je dat toch?”

Duivensport heeft wat ‘stoffig’ imago

Een ander ‘probleem’ is, zo stelt Bodde, dat de duivensport een beetje stoffig imago heeft. „Het is niet aantrekkelijk voor jongeren om lid van een postduivenvereniging te zijn. Nieuwkomers hebben vaak een vader of oom die ook al duiven heeft, uit zichzelf worden ze geen lid.”

„En je bent er een hoop tijd aan kwijt”, vult Koning aan. „Als je voor de prijzen wilt gaan moet je je 365 dagen per jaar inzetten voor de sport. Dat heb ik mijn hele leven gedaan.”

Weekendjes weg of een weekje met vakantie zitten er vaak niet in. „Klopt”, besluit Koning. „Mijn vrouw en ik zijn ooit eens een keer met vakantie geweest. Een zwager heeft toen de duiven verzorgd. Toen we terugkwamen waren de duiven moddervet. Ik dacht meteen: Dit is één keer, maar nooit weer. Niets ten nadele van mijn zwager hoor, hij heeft ontzettend zijn best gedaan, maar ik heb wel een paar weken nodig gehad om de duiven weer in topconditie te brengen.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Oldambt
menu