Samen met

Broers Harrie (71) en Hilco (69) Strockmeijer voor de vierde keer met een truck vol hulpgoederen naar Albanië

De 69-jarige Hilco en zijn twee jaar oudere broer Harrie (rechts) Strockmeijer. Foto: Rie Strikken

Voor de vierde keer sinds 2008 gingen de broers Harrie (71) en Hilco (69) Strockmeijer met een truck vol hulpgoederen naar Albanië voor de Stichting Hoop Voor Albanië.
Lees meer over
Kanaalstreek
Streekblad

Hilco, woonachtig in Valthermond: “Mensen die de finale van de Conference League in het moderne voetbalstadion van Tirana hebben gezien en de gelikte plaatjes van de stad, vragen ons of hulp nog wel nodig is. Ja dus. Albanië was lang het armste land van Europa. De hoofdstad mag dan verwesterd zijn, nog geen tien kilometer daar buiten, op het platteland, is vervoer met paard en wagen of per zwaarbepakte ezel nog normaal. In de bergen en in de dorpen waar we door rijden zien wij grote armoede.”

Gasthuis

Nadat de truck in Tirana geleegd is hebben de goedgemutste broers een nacht in het gasthuis van de stichting gelogeerd. Dat wordt beheerd door een Nederlands echtpaar.

Nooit hebben ze de behoefte gevoeld om een vakantie vast te knopen aan de tocht van dik 2000 kilometer. Harrie, woonachtig in Onstwedde: “Om alleen maar de armoede van die mensen te bekijken, daar is toch niks aan. Bovendien zijn de mensen ontzettend gastvrij. Als je bij ze komt, dan moet je mee-eten. Ik voel me bezwaard als wij dan in één keer opeten voor een bedrag waar zij een week lang van kunnen leven.”

Souvenirs hebben ze ook nooit meegenomen. De enige herinnering is een rood driehoekig vaantje, de vlag van Albanië, met zwart opschrift ‘Albanië’.

Ze beleven wel van alles onderweg. Hilco: “In Italië kwamen wij aan de praat met een Amerikaan van 75. Die reed heel Europa door. Op een vouwfietsje! Elke dag 200 kilometer! De overtocht van Bari naar Durrës, over de Adriatische Zee, is ook mooi.”

De stichting heeft één truck en twee trailers die, door vrijwilligers uit heel Nederland bestuurd, tweewekelijks goederen naar Albanië brengen. Op de terugweg nemen ze vracht weer mee, zo worden de kosten gedrukt. Hilco: “wat echt nodig is zijn bijvoorbeeld kleren. En dan bedoel ik goede kleren, die mensen weg doen. Ik zeg altijd: kleren, die je zelf ook nog aan zou kunnen doen, rommel, daar hebben we niks aan. Wat wel nodig is, dat zijn goede matrassen, dekens, schoolmeubels, schoolspullen en ziekenhuisspul.

Geen bedankje

„We hoeven geen bedankje. Wij vinden het hartstikke leuk om te doen. We mogen graag auto rijden, we vinden het gezellig met ons tweeën. De truck is twee jaar oud, we slapen er prima in. De matrassen zijn beter dan hotelbedden. En als je dat ook nog kunt combineren met een goed doel, dan is dat toch mooi? En we vinden het belangrijk om daar ter plekke hulp te bieden. Het is beter dat de mensen hun land niet ontvluchten, maar daar blijven. We kunnen ze een beetje aan de gang brengen. Als het ze beter gaat, dan kunnen de inwoners uiteindelijk zelf hun land verder opbouwen.”

Harrie: “Onze droom is om ooit nog eens met twee vrachtwagens te gaan en om onze vrouwen dan ook mee te nemen. Daar hadden ze zich vorig jaar al op verheugd. Maar ja, toen kwam corona er tussen. En dit jaar kregen we het logistiek niet voor mekaar. En nu we weer thuis zijn hebben we onze vrouwen beloofd dat we voorlopig even thuis blijven.”

Donaties zijn welkom op IBAN NL 52 RABO 0353070777 ten name van Stichting Hoop Voor Albanië.

Dit artikel is het product van een samenwerking tussen de redacties van Dagblad van het Noorden en Kanaalstreek

Nieuws

menu