Overnachten tussen de monniken in het klooster op Schiermonnikoog. 'Hier voel ik een diepe rust'

Eindelijk is het klooster op Schiermonnikoog open voor gasten. Maar slaapt het ook een beetje?

Broeder Vincentius en broeder Paulus

Broeder Vincentius en broeder Paulus Foto: Ilja Zonneveld

Alsof hier altijd een klooster gestaan heeft. Dat gevoel bekruipt je bij de eerste tred door de bescheiden tuin. Een Jezusbeeld heet bezoekers welkom en een voorbijganger schikt zich naar de vredige rust.

Toch heeft de tijd niet stilgestaan in het landhuis uit 1757, bekend als voormalig hotel Rijsbergen. Er is gewoon kloosterwifi, betaling gaat per Tikkie en gasten kunnen zich melden bij de digitale deurbel.

In de opening verschijnt broeder Vincentius. Gewoonlijk heet een monnik de gast kort welkom, waarna ieder zijns weegs gaat. Maar voor een journalist maakt hij graag een uitzondering. ,,Er moet nog wel wat gebeuren”, zegt de broeder terwijl hij zich zetelt in een kamer met kale muren en een lege boekenkast. Dit wordt straks het gastenvertrek.

Klooster nog niet helemaal af

Niet alleen is het klooster nog niet helemaal af. Ook zorgen de coronaregels voor een andere ervaring. Een gewoon bezoekje is nog niet toegestaan en wie wel overnacht, mag nog niet meezingen. Elke vraag laat de broeder zich welgevallen. Of een monnik wel eens heavy metal luistert? Dat mag, maar snel zal het niet gebeuren. Zelf tokkelt de broeder liever op zijn klassieke gitaar.

Of een monnik wel eens patatdag heeft? Zeker, maar wel zonder kroket, want aan vlees doen cisterciënzers niet. Mexicaans eten ze trouwens wel veel. De broeder uit Mexico kan goed koken. Wat hij verwacht van zijn gasten? ,,Ik heb geen verwachting’’, zegt Vincentius. Iedereen is welkom, van jong tot oud en van heiden tot welke gezindte dan ook. Diensten bijwonen is vrijwillig.

Of hij dan echt niks hoopt? Even is het stil. Dan: ,,Ik hoop van ieder mens dat er iets gaat leven dat naar God trekt. Dat je ziet dat iemand is geraakt door een gesprek, door een gezang of door de Bijbel.” De monniken struinen graag langs het strand of door de duinen, vertelt hij, al gaat de monnikspij meestal uit. ,,Anders staan de toeristen al klaar met hun iPhoontjes. ‘Kijk, daar loopt een monnik!’”

Geen betere plek dan Schier

Ach, hij kan er wel om lachen. Het ruisen van de zee, de stilte in de duinen en het fladderen van de vogels: de broeder kan zich geen betere plek wensen dan Schier. ,,Hier voel ik een diepe rust.” Zelf werd Vincentius groot op een boerderij in de Noordoostpolder. Hij ging naar de landbouwschool en leek voorbestemd tot het boerenbestaan. ,,Maar op een gegeven moment zinde het mij niet.”

In het tekenen vond hij zijn toevlucht. Hij zonderde zich af met potlood en penseel en op zijn doek verschenen paarden, koeien ,,of andere dingen die mij raakten in de natuur’’. Iedereen kan in eenzaamheid het monnik-zijn ervaren, denkt Vincentius. ,,Het tekenen nodigde mij uit om de Bijbel te lezen. Ik voelde mij een monnik worden.”

Opgegeven heeft hij het schilderen na zijn intreding tot het monnikenbestaan niet. Zo is het enige schilderwerk in het klooster, een icoon in Russisch-orthodoxe stijl, van zijn hand. De Orde der Cisterciënzers houdt van soberheid, zoveel is duidelijk. Een speelse kwinkslag is alleen te vinden in het gespikkelde, zandkleurige tapijt. Het is een verwijzing naar de stranden van Schier.

Net als het tapijt ademt ook Kamer 4 een keurige, moderne hotelsfeer. Al het gewone is aanwezig: een relaxstoel, een klein bureautje, een waterkoker en een kledingkast met hangers. Toch zijn er ook verschillen met een alledaags hotel. De Bijbel is niet weggestopt in een nachtkastlade, maar ligt pontificaal op tafel naast een kleine, houten crucifix.

Stilte is geboden

Stilte is bovendien geboden, zeker tussen 20.00 en 08.00 uur. Om dat te verzekeren biedt het klooster alleen eenpersoonskamers. Die hebben dan wel weer elk een eigen keuken en badkamer. De stilte is verder wederzijds. Het gezang in de kapel dringt niet door tot de hotelkamer. Ook een gong om de diensten aan te kondigen blijft uit.

Wel zijn er muggen. Heel veel muggen, zelfs met raam dicht. Het is een van de onvolkomenheden van een gloednieuw gastenverblijf. De monniken nemen de klacht ter harte en overwegen een hor. Linnengoed is aanwezig, maar het bed dient zelf te worden opgemaakt en afgehaald. Eigen verantwoordelijkheid geldt ook voor het ontbijt, al voorziet de ochtenddienst uiteraard in een hostie.

Diensten zijn er gedurende de hele dag, gewoonlijk 7 en op zondag 8. De nachtwake van kwart over vier ‘s nachts is bij de monniken favoriet, maar tot nu toe hebben weinig gasten daarvoor de wekker gezet. Voor de belijdende doorsneelogé begint de dag met de lauden en eucharistie van kwart over 7. Er hangt een lichte geur van wierook en door de kapel weerklinkt een zuiver eenstemmig gezang.

[…] Eer_ aan God in den ho – ge, en vre – de op aar – de aan de men – sen die Hij lief-heeft. Wij lo – ven U. Wij prij – zen en aan – bid – den U.

Voor de cultuurchristen die slechts verlangt naar de romantiek van de traditie is het misschien een teleurstelling dat kroonluchters of naar kalk geurende kloostermuren hier ontbreken. Maar voor de echt godsdienstige bezoeker is dat geen beletsel. Niets mag afleiden in deze witte, ledverlichte ruimte met pvc-vloer. Alles voor de innerlijke focus.

Gebed en zegen

Na gebed en zegen scheiden opnieuw de wegen van gast en monnik. Een halfopen wand belichaamt deze scheiding, al staat het altijd vrij om een gesprek aan te vragen, benadrukt broeder Paulus. Vragen gaan vaak over problemen met werk of relaties. Of het niet gek is om die neer te leggen bij een monnik? ,,Door de afstand kan ik misschien juist beter aanvoelen wat er in mensen omgaat.”

Gasten voelen zich geborgen binnen de kloostermuren, merkt Paulus. ,,Zij gaan ervan uit dat wij hier een wijsheid opdoen die moeilijker is te verkrijgen in de maatschappij.” Hoewel diensten in eerste plaats voor de kloosterlingen zijn, is de monnik blij dat ze sinds enkele maanden niet meer alleen zijn. ,, Het geeft warmte. Met gasten erbij is er meer lucht en leven.”

Aanvankelijk wilde hij in 2015 helemaal niet mee vanuit Diepenveen naar een huis op Schier. Inmiddels wil hij niet meer terug. Zeker niet nu ze sinds 2019 in voormalig hotel Rijsbergen zitten.

,,Schiermonnikoog is eigenlijk een kloosterleven op zich, je wordt hier omringd door water. Elke dag ben ik aan zee en luister ik naar de vogels. Voor mij spreekt God daar ook in.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Wadden
menu