Zeegras krijgt weer voet aan de grond op het Wad. Hoe wetenschappers dit belangrijke plantje op de Grienderwaard weer aan de praat kregen

Er groeit weer zeegras in de Waddenzee. Met vallen, opstaan en een beetje toeval hebben wetenschappers dit belangrijke plantje op de Grienderwaard weer aan de praat gekregen.

De excursiegangers op de Grienderwaard, waar naar schatting 200.000 zeegrasplanten groeien.

De excursiegangers op de Grienderwaard, waar naar schatting 200.000 zeegrasplanten groeien. Foto Marcel van Kammen

Verwacht geen wuivende grasvlakte. Bij laag water liggen de zeegraspollen plat in het laatste beetje zeewater op de Grienderwaard. Dat is een droogvallende vlakte ten noordoosten van Griend, buiten het zicht van de bewoonde wereld. Het zeegrasloof wijst in de richting waarin het zeewater eerder is afgestroomd.

,,Probeer maar liever niet op de planten te stappen’’, zegt de Finse onderzoeker Max Gräfnings van de Rijksuniversiteit Groningen, die vorig jaar dit proefvak van 20 bij 20 meter zelf heeft ingezaaid. Dat de eenjarige planten van toen zichzelf zo gul hebben uitgezaaid dat het vak dit jaar weer vol staat, mag een succes worden genoemd. Dat er ook buiten het afgebakende blok volop zeegras is opgeschoten, is ronduit veelbelovend. Het laat zien dat de planten op eigen kracht hun areaal uitbreiden. De zaadscheuten zijn alweer gevuld met zaad.

Als je voorzichtig tussen de pollen door stapt, schieten er minigarnaaltjes weg. Ook roeipootkreeftjes, grondeltjes en wadslakjes vinden in het zeegras een schuilplaats. ,,Vooral die slakken doen het goed. En dan moet je je afvragen: zitten ze hier omdat er zeegras staat of zaten ze er al en is hun overlevingskans nu veel groter?’’, werpt Gräfnings op.

Biobouwer

Al dat leven illustreert het belang van het zeegras, dat te boek staat als ‘biobouwer’. ,,It is in plant dy’t de omjouwing nei syn hân set. Troch de golfslach en de streaming te dimpen soarget er derfoar dat fêste dieltsjes delslane. Dat makket it wetter helder, wêrtroch hy sels wer better groeit’’, legt RUG-kustecoloog professor Tjisse van der Heide uit.

Zeegrasvelden fungeren als kraamkamer voor zeediertjes, dragen bij aan de kustbescherming, slaan koolstof op en fungeren ook als habitat voor smienten, zwanen en rotganzen. Dat die laatste in het najaar het zeegras oppeuzelen, kan geen kwaad. Het zaad is dan al verspreid en de planten zullen toch afsterven.

Zeegras is geen gras, maar is verwant aan fonteinkruid. Er bestaan twee soorten: klein en groot zeegras, waarbij die laatste merkwaardig genoeg voorkomt in een variant die onder water leeft en eentje die liever droogvalt. De onderwatervariant is meerjarig en verspreidt zich via uitlopers. De droogvallers steken al hun energie in bloei en zaadvorming, omdat ze aan het wateroppervlak de winter toch niet overleven. Klein zeegras zit daar tussenin. Het is meerjarig, valt droog en werkt met uitlopers.

Winnende formule

Binnen het project ‘Sleutelen aan Zeegrasherstel’ zoeken onderzoekers en specialisten sinds 2013 naar de winnende formule voor een zichzelf in stand houdende populatie droogvallend zeegras. Natuurmonumenten voert de regie en werkt samen met RUG en Radboud Universiteit en de bedrijven The Fieldwork Company en Waterproof bv. Woensdag organiseerden ze een excursie voor betrokkenen en pers, om te laten zien dat er serieuze vooruitgang is geboekt.

Op de Grienderwaard is het areaal met zeegras de afgelopen jaren exponentieel gegroeid, van 30 hectare in 2018 naar 100 (2019), 164 (2020) tot 276 hectare nu. Dat komt omgerekend neer op 200.000 planten, schat RUG-wetenschapper Laura Govers. Tjisse van der Heide vindt het nog te vroeg om te juichen. . ,,Mar dit is wol in wichtige earste stap nei herstel op serieuze skaal. We prate no net mear oer fjouwerkante meters, mar oer hûnderten hektares.’’

Matrassen

Wat er nu groeit komt nog niet in de buurt bij de situatie van een eeuw geleden, toen grote delen van de Waddenzee vol stonden met zeegras, vooral ook de ondergedoken variant. Het was de tijd waarin kustbewoners met zeisen naar zee trokken om het met schuiten vol te oogsten. Met gedroogd zeegras kon je matrassen vullen, daken bedekken en zelfs dijken opwerpen.

Met het sluiten van de Afsluitdijk in 1932 en het oplaaien van een wierziekte, verdween het zeegras bijna volledig. Ondergedoken zeegras komt, op een enkele verdwaalde plant na, niet meer voor in de gehele Waddenzee. De droogvallende soort is op het Duitse en Deense Wad nog wel present.

Het nieuwe succes moest van ver komen. Projectleider Quirin Smeele van Natuurmonumenten zegt dat hij in 2017 op het punt stond de stekker uit het project te trekken. De 200.000 euro die er jaarlijks in werd gestoken, met name door het Waddenfonds, leverde vooral teleurstellingen op. De oude zaaimethode, waarbij jutezakken met Duitse zaadscheuten aan een steen en een drijver werden uitgezet op vermeend kansrijke plekken, werkte niet. Experimenten met nieuwe zaaimethoden voor de kust bij Uithuizen brachten ook geen blijvend resultaat.

Grote vakken

Het is dat Laura Govers, die betrokken was bij het herstel- en onderzoekswerk op Griend, oostelijk van dat eiland bij toeval stuitte op de snavelruppia, een plantje dat bij uitstek gedijt in een zeegrasomgeving. Ze haalde de zeegrasonderzoekers erbij, waarna werd besloten de proeven nog een kans te geven op deze vlakte. Het water is rustig in de luwte van het eiland en stroomt bij eb relatief langzaam af.

De proeven van de afgelopen jaren hebben duidelijk gemaakt onder welke omstandigheden zeegras het beste van de grond komt. Grote vakken, waar in een hoge dichtheid wordt gezaaid, werken het beste. Kleinere blokken lopen snel vol met zand, waardoor de planten droogvallen. In vakken van 400 vierkant meter gebeurt dat alleen langs de randen, zodat in het midden juist meer water blijft staan waarin de planten forser uitgroeien.

Het zaad wordt in de wadbodem geïnjecteerd met een kitspuit, waarin een mix van slijk en zaadjes is gestopt. Dit Duitse zaad wordt in de nazomer geoogst, waarna het overwintert in een koeltrailer. Daarin kan het worden behandeld tegen de ziekte fytoftora. Op het Wad kan geen kopersulfaat worden ingezet. Het zaaien in maart is een bijzonder koud en arbeidsintensief klusje, zeker wanneer zoals dit voorjaar een proefvak van een volle hectare wordt afgewerkt.

Er lopen volop onderzoeken om tijd- en terreinwinst te boeken. Jannes Heusinkveld sleutelt aan een duwkarretje met tientallen kitspuitdoppen om veel sneller te kunnen zaaien. In Groningen draait een proefkwekerij voor eigen zeegraszaad. En er staan nieuwe plantproeven op stapel op plekken waar nog plukken droogvallend zeegras groeien: bij Rottumerplaat en op zandplaat Hond en Paap in de Eems. Er lopen ook proeven met klein en ondergedoken zeegras.

‘Achtertuin’

Volgend jaar eindigt het project ‘Sleutelen aan Zeegrasherstel’. Natuurmonumenten draagt het over aan Rijkswaterstaat, de hoofdbeheerder van de Waddenzee. ,,Daar hoort het ook thuis. Ik had nu vaak het gevoel dat we aan het zaaien waren in de achtertuin van Rijkswaterstaat’’, zegt Quirin Smeele.

Nu er een werkbare methode beschikbaar is, kan Rijkswaterstaat werken aan expansie van het zeegrasareaal. Daartoe is de beheerder ook verplicht. Volgens de strenge richtlijnen van de Kaderrichtlijn Water zou er in 2027 10.000 hectare aan groot en klein zeegras in de Waddenzee moeten liggen.

Over hoe Rijkswaterstaat dat wil aanpakken, kan marien waterkwaliteitsadviseur Raven Cammenga, die ook present was tijdens de excursie, niet zeggen. Omdat zo’n miljoenenproject volgens Europese spelregels moet worden aanbesteed, is onzeker of de huidige zeegrascoalitie zijn werk kan voortzetten.

Kustecoloog Tjisse van der Heide is daar nog niet gerust op. ,,Rinst it gefaar dat men aanst sûnder fisy oan de gong giet en mar wat docht. Dit freget om in lange adem. Yn Amearika rint in suksesfol projekt yn Chesapeake Bay, mar dat hat tsientallen jierren ûnderweis west. Wy krije it hjir no krekt wat yn de fingers.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Wadden
menu