Roeken trekken naar dorpskommen Westerkwartier. Flinke schommelingen in populatie afgelopen dertig jaar

Aanwonende Peter Pelsma onder de roekennesten hoog in de bomen van de Watersmulderweg in Tolbert. Archieffoto Koos Bijlsma

In de afgelopen twee jaar vertoont het aantal roekenparen in de gemeente Westerkwartier dat broedt, een licht stijgende tendens. Uit tellingen van de buitendienst van de gemeente blijkt dat het aantal broedparen is gestegen van 867 naar 908.
Lees meer over
Westerkwartier

Dat staat in een notitie die de gemeente recentelijk uitbracht. Dit naar aanleiding van een toenemend aantal klachten over roekenoverlast. Om een beeld te krijgen van de ontwikkeling van het aantal roeken, zijn waarnemingen nodig over een langere periode. Die waarnemingen zijn verricht door R. Oosterhuis die al sinds 1987 tellingen verricht in het Zuidelijk Westerkwartier.

Flinke schommelingen

Daaruit blijkt dat de roekenpopulatie in de afgelopen dertig jaar flinke schommelingen vertoont. Eerst een gestage afname van circa 350 broedparen in 1987 naar minder dan 200 broedparen in 2003. Daarna weer een toename tot zo’n broedparen in 2021. Het totale aantal broedparen in het Zuidelijke Westerkwartier is in de afgelopen 30 jaar gehalveerd. Over de provincie als geheel is sprake van een stijgende tendens (verdubbeling van het aantal roekenparen in vier jaar tijd). Die ontwikkeling is nog niet vastgesteld in het Westerkwartier.

In Marum zitten nog enkele nesten in een klein bosje in de dorpskom

Bij de aanvang van de waarnemingen broedden er grote aantallen roeken in de landgoedbossen van Nienoord in Leek en Coendersborg in Nuis. Inmiddels resteert van deze locaties alleen een bescheiden kolonie bij de haven op Nienoord en zijn de meeste broedparen te vinden in de dorpskommen van Leek en Tolbert. In Marum ontwikkelde zich vanaf 1999 een kolonie tot 180 broedparen. Inmiddels is deze locatie vrijwel verlaten. In Marum zitten nog enkele nesten in een klein bosje in de dorpskom.

De oorzaken hiervoor zijn volgens waarnemer Oosterhuis lastig te achterhalen. De muziek op Nienoord podium (festival Flinke Pink dat in het vroege voorjaar van 2016 plaatsvond) noemt hij als mogelijke oorzaak dat de roeken hier zijn vertrokken.

Meeste broedparen te vinden in dorpskommen Leek/Tolbert

De meeste broedparen (43 procent) zijn nu te vinden in de dorpskommen van Leek/Tolbert. 27 Procent van de broedparen is actief in het oosten van de gemeente: in de driehoek Aduard/Garnwerd/Ezinge. 19 Procent van de bewoonde nesten is geteld in Grijpskerk.

Roeken nestelen in het Westerkwartier vooral in de es en de zomereik. De essentaksterfte is mogelijk de oorzaak geweest dat roeken op zoek gingen naar andere locaties. Veel mensen denken dat de beukenkap op Nienoord in 2011 heeft geleid tot het vertrek van roeken. De notitie meldt dat roeken zich nooit nestelden in de laanbeuken ter plaatse.

Klachten gaan met name over geluidsoverlast en vogelpoep

In het broedseizoen komen wekelijks tien tot dertig klachten binnen bij de gemeente over roeken. In april tot juni 2021 werd vanuit 191 adressen geklaagd. De klachten gingen met name over geluidoverlast en vogelpoep. Inwoners klaagden erover dat zij hun was niet meer buiten konden hangen. Vanuit Leek/Tolbert kwamen de meeste klachten uit de Auwemalaan, Oldebertweg en Pierkesreed en omgeving. Vanuit Grijpskerk waren de klachten vooral afkomstig van bewoners van de Sportlaan en Burmanniastraat. Aan de westkant van het sportpark in Grijpskerk zijn 45 nesten geteld.

Mogelijk dat Westerkwartier een roekenbeheersplan gaat opstellen, waarna pogingen worden ondernomen om de roeken te verplaatsen naar plekken waar zij minder overlast veroorzaken. Nog dit najaar treedt de gemeente hieromtrent in overleg met de provincie.

Als ingelogde PREMIUM lezer kun je op dit artikel reageren. Hierbij hebben we een aantal huisregels voor opgesteld welke je hier kunt lezen.

Reageren

Nieuws

Meest gelezen

menu