Grommende bomenhapper maakt korte metten met duizend zieke fijnsparren in Asserbos

Een kolos van een zaagmachine trekt deze weken door het Asserbos. Zo’n duizend fijnsparren met een oranje stip belanden in de kaken van de zogeheten harvester. ,,Dit is moeilijk.”

De bomenhapper maakt korte metten met zieke fijnsparren in het Asserbos.

De bomenhapper maakt korte metten met zieke fijnsparren in het Asserbos.

Het gros van de fijnsparren in het Asserbos is ziek. Aangetast door de letterzetter, een minuscuul beestje dat flinke schade kan aanrichten. Met zijn kaken kan dit kevertje hele percelen bos naar de bliksem helpen.

Om te voorkomen dat honderden fijnsparren langzaam doodgaan, wordt sinds vorige week ieder ziek exemplaar geveld. Boswachter Joop Hellinga omschrijft de bomenkap in het stadsbos als ‘een stille ramp’ die zich voltrekt. Hij werkt voor Het Drentse Landschap, de stichting die sinds eind 2018 het Asserbos beheert onder verantwoordelijkheid van de gemeente. ,, Dit is allemaal het gevolg van een droge zomer. Sparren zijn dan kwetsbaar. Als het volgend jaar weer zo droog is, vrees ik dat nog veel meer sparren het veld moeten ruimen.”

Hongerige machine

Dat rooien gebeurt met gereedschap om bang van te worden. De harvester van Annehiel Rondhoutverwerking uit Hoogersmilde is een hongerige bomenhapper die volgens Hellinga drie bomen per minuut kan verorberen. Iedere fijnspar met een oranje ring is veroordeeld tot een terechtstelling, die dit zagende gevaarte voltrekt.

Maar er zijn ook bomen met een blauwe of groene ring. ,,Blauw betekent afblijven”, zegt Hellinga. „Bomen met groene verf zijn ziek, maar die staan in de nabijheid van een nest of een vleermuiskast. Deze bomen moeten met de hand worden gezaagd.”

Open wond

Hellinga, met een verrekijker om z’n nek, staat op de roestkleurige bladervloer ter hoogte van het bospad de Goorlaan. Hier zijn de gevolgen van de bomenkap al goed zichtbaar. Overal bij de enkels afgezaagde fijnsparren, een open wond in het Asserbos. In het midden nog één enkele grove den. ,,Een triest beeld, niet?”, zegt Hellinga. Hij wacht het antwoord niet eens af. ,,Een triest beeld.”

Kale plekken als deze zullen er meer komen in het bos. Niet fraai voor het aanzicht, hoewel een toevallige passant Helling meegeeft ‘de ontstane ruimte in het bos’ mooi te vinden. Hellinga denkt dat nieuwe aanplant de open wonden in het Asserbos opvult, wat de diversiteit van het bos moet versterken.

‘Plantertje dood’

,,Dan denk ik aan het gezegde: boompje groot, plantertje dood”, reageert voorzitter Gerrit Eerland, van de Vrienden van het Asserbos. Deze vereniging beschermt de cultuurhistorische waarde van het bos. ,,Wij gaan niet meer meemaken dat de nieuwe aanwas net zo hoog is als de andere bomen.”

Tegelijkertijd beseft Eerland, die spreekt van ‘heel goed contact’ met Het Drentse Landschap, dat de grootschalige bomenkap een noodzakelijke klus is. ,,Dit is helaas de tol die we moeten betalen voor het achterstallige onderhoud van de gemeente. Het is niet zo dat Assen de letterzetter hier heeft uitgezet, maar het beestje heeft wel zijn kans gegrepen omdat de fijnsparren verzwakt waren.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu