Johan Remkes was 'not amused' na HJ Schoo-lezing Sigrid Kaag: 'Sfeer was wel even kil'

Johan Remkes Foto: Robin Utrecht

De HJ Schoo-lezing waarin D66-leider Sigrid Kaag tijdens de moeizame formatie sneren uitdeelde naar VVD-premier Mark Rutte, zorgde voor grote onvrede bij de toen net aangetreden informateur Johan Remkes. Het zorgde ook voor een ’kille’ sfeer bij de toch al krampachtige gesprekken.

Dat vertelt Remkes zondagmiddag bij Buitenhof , waar hij samen met mede-informateur Wouter Koolmees terugblikt op de maandenlange durende formatie. Remkes begon in september, toen de verhoudingen op een dieptepunt waren beland, met blokkades tussen de partijen over en weer. De onderhandelingen werden vervolgens nog moeilijker toen Kaag Rutte in haar lezing neerzette als een visieloze ritselaar.

Informateur

„Not amused”, was Remkes’ gevoel na die lezing, een paar dagen voor zijn start als informateur. „Ik heb het met heel gemengde gevoelens aangehoord. Dit was wel een heel valse start.” Dat bleek volgens de VVD’er ook aan de onderhandelingstafel: „De sfeer was in het begin wel even kil.”

Daar kwam een paar weken later nog de ’drankroddel’ overheen, waarbij vanuit D66 werd gesuggereerd dat Remkes een paar borrels te veel op had tijdens de formatiegesprekken. „Ik wil er geen woorden meer vuil aan maken”, zegt een zichtbaar geraakte Remkes zondag daarover. Ook D66’er Koolmees vond het geroddel ’heel onverstandig’: „En het is heel verstandig dat er excuses zijn aangeboden.” Uiteindelijk is de sfeer aan de onderhandelingstafel volgens Remkes wel ’heel sterk verbeterd’.

Bergkamp

De Groninger liet ook nog zijn licht schijnen over de confrontaties in de Tweede Kamer van afgelopen week, en de publieke kritiek die daarbij kwam op het gebrek aan orde door de Kamervoorzitter Vera Bergkamp. „De Kamer moet kijken naar de eigen spelregels”, houdt Remkes de Kamerleden een spiegel voor. Hij vindt dat de voorzitter bij het handhaven van de orde in het openbaar gesteund moet worden. „En als de Kamerleden vinden dat ze het niet goed doet, moet dat in de beslotenheid van het presidium (het dagelijks bestuur van de Kamer, red.) besproken worden.”

Nieuws

menu