Zittingszaal 14: Hoe lang is een rechtsstaat?

In de rechtszaal komt een heleboel samen. Er zitten regelmatig wel vijftien, zestien mensen in de zittingszaal terwijl er maar eentje van hen de verdachte is. De andere veertien, vijftien zitten er beroepsmatig uren achtereen hun werk te doen. Zij zijn rechter, officier van justitie, griffier, advocaat, gerechtsbode, parketpolitie, ze zijn van de reclassering, ze zijn getuige-deskundige, tolk, verslaggever.

Zittingszaal 14, rechtbank Groningen.

Zittingszaal 14, rechtbank Groningen. Foto: DvhN

Vergeet nooit het slachtoffer, al dan niet met iemand van slachtofferhulp en steeds vaker ook met een eigen advocaat. Het zijn er nog meer dus.

Anders gezegd, er komt heel wat bij kijken voordat een rechtszaak een strafzaak kan heten. Het is eigenlijk helemaal niet zo raar dat zittingen zelden op tijd beginnen en dat het – en vaker dan iedereen lief is – niet altijd op rolletje loopt. Er is eigenlijk altijd wel wat gedoe.

De enige die daar niets aan kan doen, laat dat ook eens gezegd zijn, is de verdachte terwijl uitgerekend hij in dit bonte gezelschap de beklaagde is. Maar dit terzijde, want ik wil nog iets anders gezegd hebben.

Dat al die mensen in de rechtszaal samenkomen is het gevolg van de wijze waarop de strafrechtspraak is georganiseerd. Zij zitten daar, sommigen pas na een lange studie, omdat is afgesproken en vastgelegd dat het recht zo moet werken.

Het recht wil recht doen, door zorgvuldig kwaad te vergelden in een afgewogen vorm van straf of maatregel, door de samenleving duidelijk te maken wat wel en niet door de beugel kan en om de verdachte, nadat die dader is geworden, weer op het rechte pad te krijgen. We zijn geen onbeschaafde mensen meer.

Het moet er eerlijk aan toegaan in de rechtszaal, al was het maar om te voorkomen dat u als onschuldige de bak indraait of voor nop een taakstraf moet uitvoeren in kou en regen. Het is daarom dat een verdachte ongeacht de rotstreken die hij mogelijk heeft uitgevroten niet alleen plichten, maar ook een paar rechten heeft. Hij hoeft bijvoorbeeld geen lelijke dingen over zichzelf te vertellen en als hij geen geld heeft voor een advocaat, betalen wij die met z’n allen.

Ik grasduin soms door oude rechtbankverslagen die met een paar muisklikken eenvoudig te vinden zijn in de archieven van de krant. Zo las ik over de 37-jarige winkelier G.N. uit Appingedam die exact honderd jaar geleden, in 1920 dus, aan een klant die in ‘kennelijken staat van dronkenschap’ verkeerde een flesch brandewijn had verkocht. De beklaagde bekende doch ontkende te hebben geweten dat de klant lazarus was. Er was echter een getuige die verklaarde dat hij de winkelier had horen zeggen dat aan dronkenlappen meer valt te verdienen dan aan geheelonthouders.

De rechtbank in Groningen legde acht dagen gevangenisstraf op. In hoger beroep in Leeuwarden bracht advocaat mr. Vos in stelling dat beklaagde een onberispelijke winkelier was, geen kastelein die de staat van dronkenschap goed kan beoordelen. De gerechtshof sloeg aan het wikken en wegen en kwam uit op een voorwaardelijke gevangenisstraf.

Zoals we het toen deden, zo doen we het nu nog steeds. De verdachten van nu hebben het iets beter en dat geldt zonder meer voor de positie van slachtoffers, maar in de kern is er niet zo heel veel veranderd. Het bevalt kennelijk zoals we het doen.

De vraag is hoelang we dit volhouden? Hoelang blijven processen nog eerlijk? Hoelang gaat het er nog beschaafd aan toe in de rechtszalen? Hoelang nog kunnen lelijke verdachten en onschuldige slachtoffers rekenen op een faire behandeling van hun zaak? Hoelang beschermt het recht nog tegen de machtige overheid die er niet voor terugdeinst haar burgers te mangelen en te vermorzelen?

Hoe lang is de rechtsstaat?

Het zijn geen vragen die ik heb bedacht. Het zijn vragen die worden opgeworpen door Geert Corstens, voormalig president van de Hoge Raad. Dat is de hoogste rechtsprekende instantie van heel het land. Corstens was zogezegd ’s lands hoogste rechter.

In 2014 publiceerde hij het boek De rechtsstaat moet je leren. Het verhaalt over misschien wel het mooiste idee dat ooit is bedacht, de trias politica . Over dat niemand in een democratische rechtsstaat het laatste woord heeft. Dat je daarom moet luisteren naar wat anderen te zeggen hebben.

Op de laatste bladzijde (150) schrijft Geert Corstens dat de Nederlandse rechtsstaat tot de wereldtop behoort en dat hij daar trots op is. Vorige week verscheen een zevende, herziene druk van dit boek met een nieuwe titel, maar vooral met zeventig extra pagina’s. En die liegen er niet om.

We staan nog steeds aan de top, maar de trots heeft plaatsgemaakt voor zorg. We zijn flink bezig de rechtsstaat een loer te draaien en daarmee onszelf naar de knoppen te helpen. De rechtspraak is structureel overbelast en kan daardoor niet de kwaliteit leveren die hoort bij een topland. We glijden af. Om dit probleem te slechten zijn volgens Corstens achthonderd nieuwe rechters nodig (voor het idee: er zijn nu ongeveer 2500 rechters).

Komen die nieuwen er niet dan lopen de achterstanden verder op en valt een pijler onder de rechtsstaat in duigen: het grondrecht dat bepaalt dat iedereen, dus ook zij die kwetsbaar zijn, toegang heeft tot de rechter.

Corstens stelt ook dat de politie het werk dat er ligt niet meer aankan. Zorg, want het behoud van de rechtsstaat begint op straat, met het handhaven van de wet. Ook: de financiering van de sociale advocatuur is onder de maat en tast de rechtsstaat aan.

Vergeet de tolken niet.

Er is volgens de oude rechter bij bestuurders van nu een gebrek aan kennis en belangstelling van en voor de rechtsstaat. We lijken het vanzelfsprekend te vinden dat het hier wel snor zit. Dat is niet zo. Een land dat de rechtspraak verwaarloost ondergraaft zichzelf. De voormalige president concludeert: er is in Nederland veel werk aan de winkel.

Ik kan blijven schrijven over strafzaken, dat die nooit op tijd beginnen en over al die bijzondere en merkwaardige verdachten, over het kwalijke dat verdachten en slachtoffers jaren moeten wachten voordat recht wordt gedaan. Ik dacht, het is in dat verband goed om even te melden wat Geert Corstens hierover te zeggen heeft.

Het moet, schrijft hij nog, in de rechtsstaat maar eens afgelopen zijn met het managementdenken. Er moet weer worden geluisterd naar de mensen die de rechtsstaat dagelijks in de praktijk vormgeven.

Dat zijn dus die vijftien, zestien mensen die met die ene verdachte in de zalen van het strafrecht zitten.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
Rechtbank
menu