Maak kennis met de columnisten van het nieuwe online magazine MEER. Tegenpolen Rosa Timmer en Wieberen Elverdink

Rosa en Wieberen. Foto: Marleen Annema

Hij een dorpsjongen, zij een stadskind. Hij, vader van drie, met een hang naar het vertrouwde, zij een durfal, die haar leven drastisch omgooide en nu gelukkig is met een vrouw. Columnisten Wieberen Elverdink (40) en Rosa Timmer (34) zou je gemakkelijk als tegenpolen kunnen zien. Tegelijk delen ze een pen vol melancholie en zelfspot. Vanaf 21 augustus zijn ze te lezen in het nieuwe magazine MEER.

Rosa: ,,Je noemt jezelf het tegenovergestelde van een avonturier.”

Wieberen: ,,Ik ben bang dat dat wel een beetje klopt. Ik bedoel: ik woon al 37 jaar in dezelfde straat, dat zegt wel wat. In mijn studententijd ben ik ook bij mijn ouders blijven wonen. Op mijn 24ste ging ik pas het huis uit, samenwonen met mijn vriendin, die nu mijn vrouw is. Ik vind dat écht prettig, huisje-boompje-beestje. Ik hou enorm van dat vertrouwde. Bij jou liep dat anders, hè?’’

Rosa: ,,Ik heb niet altijd het veilige pad bewandeld, nee. Eerst wel. Ik was getrouwd met een man, had een koophuis en een leuke baan, precies zoals iedereen van me verwachtte. Ik was ook echt gelukkig. Dan dacht ik: ik doe het precíes goed.’’

Maar?

,,Twee dagen na de bruiloft, in 2017, kreeg mijn vader een beroerte. Ik ging heel veel voor ‘m zorgen, met heel veel liefde. Het was heel intens en het zette ons leven op zijn kop.’’

,,Hij kan bijvoorbeeld niet meer goed praten. Over één zin kan hij lang doen, waardoor gesprekken anders zijn. Door de beroerte is zijn karakter ook veranderd, merk ik. Hij was altijd een wat gereserveerde man. Nu is hij gevoeliger. Snel vrolijk, makkelijk geïrriteerd. Het beheerste is eraf. Wat ik heel leuk vind: hij is altijd zó blij me te zien.’’

Rosa pakt haar mobieltje. Op het beginscherm staat een selfie met haar vader.

,,Kijk, dit is ‘m. We hebben heel veel selfies van ons tweeën gemaakt. Zo kon hij zichzelf zien en oefenen met het aanspannen van de spieren in zijn gezicht. Hij is een beetje ijdel.’’

,,Na een paar maanden kwam hij weer naar huis vanuit het revalidatieoord. Toen moest ik hem loslaten. Dat was heel gek. Ik had zoveel voor hem gezorgd, ineens viel dat weg. Ik dacht: wat moet ik nou? Ik ben toen ook erg gaan nadenken over mijn eigen leven. Wílde ik dat nog wel zo? Was ik nog gelukkig in de liefde? De conclusie was: nee. We zijn anderhalf jaar getrouwd geweest.’’

Wieberen: ,,Je bent in je columns heel open over je privéleven. In hoeverre heb jij je lezers destijds meegenomen in die worsteling?

Rosa: ,,Dat was moeilijk. Ik had altijd alles van die relatie in mijn columns gedeeld. Hoe we verkering kregen, gingen samenwonen. Tot aan de voorbereidingen van de bruiloft aan toe. Maar dit kon ik niet zomaar met mijn lezers delen. Eerst niet. Ik heb er eerst acht maanden omheen geschreven. Dan ging het over sporten, logeerhonden, uitgaan. Dat is niks voor mij: niet kunnen opschrijven wat er in je hart zit. Dan lukt het schrijven ook helemaal niet.’’

Wieberen: ,,Wat doe je dan?’’

Rosa: ,,Dan eet ik me vol. Havermout. Crackers. Salmiaklolly’s. Daar word ik rustig van. Soms zit ik vrijdags nog wel eens acht uur naar een leeg scherm te staren als ik mijn column moet schrijven, maar ik hou me vast aan de wetenschap dat het in al die jaren altijd nog gelukt is.

Wat doe jij als het schrijven tegenzit?’’

Wieberen: ,,Op de fiets, en vlug een beetje. Een paar straten door, het dorp uit, maakt niet uit welke kant op. Wind in het gezicht, langs eikensingels, sloten, schapenland en bos. Zo nu en dan zwaai ik wel naar mensen, maar ik zit dan best opgesloten in mijn gedachten. Ideeën opdoen. Zin krijgen om te schrijven. Eerder keer ik niet om.’’

Rosa: ,,Jouw columns gaan veel over je eigen omgeving. Maar je noemt nooit waar je woont. Waarom niet?’’

Wieberen: ,,Mijn columns gaan over het dorpsleven, of eigenlijk over het leven zelf. Dan doet het er niet toe in welk dorp dat is. ‘Ons dorp’, zoals ik het in mijn columns noem, staat symbool voor zoveel andere dorpen. Het gaat mij erom dat lezers er altijd wel iets in herkennen. Elke woonplaats kent zonderlinge types, of juist onopvallende figuren met mooie verhalen, waar je zomaar een monumentje voor kunt oprichten. In elk dorp gebeuren alledaagse, kleine dingen; vrolijk, verdrietig en alles daartussenin. Als je ze maar ziet. Het leven is niet altijd groots en meeslepend, maar daarom niet minder de moeite van het vertellen waard. ‘’

Rosa: ,,Je bent ook niet bang om je gevoelige kant te laten zien in je columns, ik moet regelmatig even slikken als ik ze lees.’’

Uit de column ‘Populieren’ van Wieberen Elverdink (Leeuwarder Courant):

Tien meter voor mij dansen de oudste twee op de pedalen van hun eigen fietsen. Ze zingen. De jongste zit achterop – net als ik 32 jaar geleden bij míjn vader. Is het mijn verbeelding, of klemt hij ter hoogte van de grote populieren zijn handjes iets steviger rond mijn middel? Weer deze plek. Weer kippenvel. Niet om het razen van het gebladerte, zoals ik destijds had. Maar omdat ik voel hoe vroeger en nu heel even in elkaar overvloeien.


Wieberen: ,,Ik voel me thuis in verhalen waar melancholie in zit. Ik denk in mijn columns graag terug aan vroeger en verbind dat met het nu. Bijvoorbeeld als het gaat over mijn opgroeiende kinderen (12, 11 en 8), of over mijn dementerende opa. Die columns liggen heel dicht bij mezelf, inderdaad. Maar zoiets moet niet elke week, hoor. Dan wordt het te zwaar. Soms is het heerlijk om dan weer iets luchtigs te schrijven, waarin ik mezelf bijvoorbeeld weer als sul neerzet.’’

Uit de column ‘Onderhandelen’ van Wieberen Elverdink (Leeuwarder Courant):

,,Zeg maar: voor 1000 euro minder doen we het’’, fluisterde mijn vrouw samenzweerderig. Daar kwam de keukenverkoper terug met de koffie. Ik voelde mijn hoofd gloeien en schraapte mijn keel. „Voor 500 euro minder doen we het”, stamelde ik lafjes.

Wieberen: ,,Drie jaar geleden kreeg ik mijn column in de Leeuwarder Courant min of meer bij verrassing. Maar jij hebt er destijds echt naartoe gewerkt, toch?’’

Rosa: ,,Ja. In 2007 kreeg ik een column in de UK, de krant van de Rijksuniversiteit Groningen. Daarvoor had ik wel meegedaan aan columnwedstrijden. Ik wilde als kind al columnist worden. Liefst voor Dagblad van het Noorden, de krant die we thuis in Stad lazen.’’

Wieberen: ,,Die meisjesdroom kwam een paar jaar later uit.’’

Rosa: ,,Klopt. Ik was al een paar keer afgewezen, toen ik bij hoofdredacteur Evert van Dijk op kantoor moest komen. Hij pakte een krant en wees naar een lege plek op de pagina, waar mijn naam boven stond. ‘Hier kom jij te staan’, zei hij. Erg overwhelming. Ineens kreeg ik er zowat honderdduizend lezers bij. Ik was doodsbenauwd.’’

Wieberen: ,,Toch ben je er in de loop der jaren erg knap in geslaagd om een grote lezersschare voor jou en je columns te winnen. Je bent, zeker in Groningen, een beetje een publieke figuur geworden. Dus was de opwinding op de sociale media ook groot toen je begin vorig jaar in de krant uit de kast kwam.’’

Uit de column Lelies van Rosa Timmer (Dagblad van het Noorden):

,,Als mijn date aanbelt en met een rood boeket binnen komt lopen, zegt ze dat de lelies nog moeten uitkomen. Ik weet niets van bloemen, maar knik hevig. Het zal wel. Ik kijk alleen maar naar wie ze komt brengen.’‘

,,Klopt. Ik werd verliefd op een vrouw. Echt full blown. Als drugs. En dat op mijn 32ste. Ik wist niet wat me overkwam. Vier weken voor die column had ik het mijn ouders verteld. De column ging over een date. Pas halverwege maakte ik duidelijk dat het om een ‘zij’ ging. Een beetje terloops, eigenlijk.’’

Wieberen: ,,Hoe waren de reacties?’’

Rosa: ,,Veel mensen vonden het dapper, maar zo zie ik het niet. Eigenlijk is het een slecht teken dat het als ‘dapper’ wordt opgevat. Dat zou het helemaal niet moeten zijn. Het zou normaal gevonden moeten worden. Dat wil ik ook uitdragen in mijn columns. Dat er allerlei soorten liefdes zijn. En dat dat iets is om te vieren, zeg maar. Ik heb een vriendin en een puppy, Habib; eerlijk gezegd voel ik me nu prettiger dan ooit.’’

Uit de column: ‘Moslimhuis’ van Rosa Timmer (in Dagblad van het Noorden):

Ik merk dat ik als kersverse lesbi zenuwachtiger ben om ouders van mijn verkering te ontmoeten dan toen ik met mannen ging. Ouders van een dochter zijn vaak bezorgder dan ouders van een zoon als het om relaties gaat. Dat weet ik van mijn eigen ouders ook.

Gewapend met een fles wijn om de ontmoeting soepeler te maken, gaan we naar binnen. Bijna nog voor ik me voorstel, geef ik haar vader de fles aan. Hij kijkt geërgerd. ,,Jij neemt wijn mee naar een moslimhuis?’’ Het valt stil in de woonkamer. Ik voel rode vlekken in mijn nek opkomen. Fuck, haar vader komt uit Syrië. Met een openlijk lesbische dochter lijken ze dan progressief, maar misschien gaat alcohol te ver? Dan begint hij te lachen. ,,Dankjewel schat.’’ Hij maakt hem meteen open.

,,Een tijdje geleden hoorde ik van een vrouw die mijn column had gelezen en zei: ‘Als Rosa het durft om uit de kast te komen, dan durf ik het ook. Ze was in de 70! Zo lief en bijzonder. Soms twijfel ik wel eens of lezers mij ‘te veel’ vinden. ‘Eelsk’ zouden we in Groningen zeggen, iets in de trant van theatraal. Het klopt ook, ik bén gevoelig en dat verandert ook niet. Maar als ik dan zoiets hoor van een vrouw die daardoor de moed opvat om uit de kast te komen, dan denk ik: Theatraal of niet, ik kan wat betekenen.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Leven
Opinie
Instagram
menu