Column Herman Sandman: Chocomelk

Portret Herman Sandman

Portret Herman Sandman Foto: Marcel Jurian de Jong

We praten anderhalf uur door de telefoon, de vriend en ik. Het gaat nergens over en het is een van de dingen die een mens, als die vrij blijft van ziekte of inkomstenderving, het meest mist in coronatijd: een gesprek over niks.

Ik kan goed alleen zijn met mijn gedachten, maar op zeker moment moet je toetsen of het een beetje hout snijdt wat je allemaal denkt, al weet je dat na zo’n gesprek natuurlijk nog niet.

Het ging geloof ik over muziek toen de vriend plots tegen iemand anders begon te praten. Zijn dochter. Die wilde chocomelk en dat vond hij niet goed. Ze dronken al zoveel chocomelk.

,,Ja!’’, reageerde ik, ,,hier net zo. Liters gaan er door. Ik zei nog tegen oudste zoon, je wordt zelf nog een chocomelk en...’’

Schijnt een dingetje te zijn, bevestigt de vriend. Als er lege schappen in de supermarkt zijn, dan is dat bij de chocomelk.

We praten verder tot een nieuwe stem zich nadrukkelijk aandient. De zoon van de vriend. Die gaat los op een slagroombus die op de zijkant op het aanrecht ligt. Blijkbaar is er ook geknoeid. Hoe dat toch weer kan?

,,Tja’’, hoor ik de vriend zeggen, ,,zo gaat dat. Soms ligt er inderdaad een slagroombus op de zijkant op het aanrecht. Dat weten wij ook allemaal niet. Het gebeurt.’’

We pakken het gesprek weer op, tot een enthousiast geblaf tussenbeide komt.

,,Wat wil die hond wel?’’, vraag ik.

,,Da’s Arie’’, zegt de vriend, ,,die heeft de slagroom opgeslobberd en Arie denkt: méér.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Columns
menu