Column Herman Sandman: Qua tijd

Portret Herman Sandman

Portret Herman Sandman Foto: Marcel Jurian de Jong

Als de dokter voor de tweede keer de wachtkamerdeur opent, kijkt ze me aan en vraagt of ik een afspraak heb. Ja, alleen niet met haar. Duim omhoog, deur weer dicht.

De vraag is begrijpelijk, want ik zit er al even. In principe normaal, in coronatijd niet. Er is bijna niemand. Logisch. Op de banken, waar normaal wel tien man op kunnen, is nog plek voor vijf.

De andere mensen in de wachtkamer zijn vrouwen. Een naast mij, een tegenover mij. We hebben mondkapjes voor dus kijk ik lang naar hun ogen. Omdat het misschien dreigend overkomt zeg ik: ,,Moest even goed kijken of jullie bekenden waren. Maar nee.’’

Ze schudden het hoofd. Nee, ze kennen mij ook niet. We praten even over corona. De ene vrouw zegt dat het in de winkel soms misgaat. ,,Ik zie een stel oude mensen en denk: ik hou afstand. Maar bij de melk staat die man mij ineens in de nek te hijgen.’’

Nee, dat is niet oké, beamen wij. Dan wordt die vrouw opgeroepen, de dokter kijkt mij weer aan en ik zeg tegen de overgebleven dame: ,,Ik vind het wel goed gaan in de winkel, meestal.’’

Ze knikt. ,,Meesten houden zich aan de regels.’’

Als zij ook weg is, loop ik naar de assistent. Een half uur wachten is toch wel wat lang.

Of ik misschien de tijd verkeerd heb?

,,Nee, qua tijd zit je goed’’, klinkt het droog, ,,je bent alleen een week te vroeg.’’

Weer thuis loop ik bij jongste zoon binnen: Als hij vraagt hoe het ging, zeg ik: ,,Was een week te vroeg.’’

,,Oké. Loser . En nu dan?’’

,,Gewoon, volgende week dus.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Columns
menu