Frédérique - of waarom we toch zo boos worden als iemand niet in een hokje past | column Rosa Timmer

Een kind met een gebroken neus, gezwollen ogen en een trieste uitdrukking vangt mijn blik. Het is Frédérique (14) uit Amstelveen. In elkaar geslagen omdat de tiener geen antwoord gaf op de vraag of die een jongen of een meisje was.

Rosa Timmer

Rosa Timmer Foto: Marleen Annema

Wat is dat toch? Waarom worden we boos als iemand niet in hokjes past?

Lang niet zo heftig als Frédérique, merk ik het in het klein. Bij mij gaat het vaak om de vraag of ik biseksueel ben, omdat ik nu een vriendin heb maar getrouwd was met een man. Ik voel me geen ‘bi’ en dat wordt niet gepruimd. ,,Het is een fase’’, hoor ik ook vaker dan mij lief is.

Nu verkeer ik in de gelukkige omstandigheid dat ik me niet bedreigd voel. Was ik in Polen of Rusland geboren, dan was het een heel ander verhaal.

Maar te denken dat het gevaar ver weg is, is onterecht. In Amstelveen kun je dus zomaar vreselijk de lul zijn als je niet zeker weet of je een jongen of een meisje bent. Ook in Groningen werd een lesbisch stel in elkaar geslagen.

Wetenschappers vermoeden dat een diepe angst niet mannelijk of ‘stoer’ genoeg te zijn de oorzaak van dit soort geweld is. Het idee dat alles veilig in hokjes moet, omdat het anders je weleens over jezelf zou kunnen gaan.

Maar als je een kind als Frédérique of ieder ander in elkaar slaat omdat je je bedreigd voelt, hoef je je over het algemeen helemaal geen zorgen te maken over je eigen stoerheid. Daar is namelijk nooit sprake van geweest.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Columns
menu