Het is halverwege de tweede week dat ik in de rivier dobber, om mij heen kijk en denk: beter wordt het niet | column Herman Sandman

Portret Herman Sandman

Portret Herman Sandman Foto: Marcel Jurian de Jong

Het is halverwege de tweede week dat ik op een luchtband in de rivier dobber, naar de bergen kijk, naar het bamboebos, de cicades hoor ‘zingen’, andere ouders zie die in het water drijven alsof ze zijn neergeschoten en denk: beter wordt het niet.

Maar de wasmachine draait alweer een week continue en mijn vrouw vindt het een prima idee als ik vanavond ga strijken.

We twijfelden lang over vakantie in Zuid-Frankrijk, maar het was goed om even weg te zijn. Ondanks de autopech, de wc’s zonder bril, het vele stof en de zorg om de dure slipper van jongste die een week op het dak van het toiletgebouw lag en die we pas terugkregen toen iemand daar bezig was met de wi-fi.

,, Yes, can you gooien dat back to me? The slipper, yes. From my son. He kickte him on the roof. He is een oen. Merci monsieur. ’’

De dagen gingen op aan marktjes, vissen, zwemmen, eten, luieren, klaverjassen en lezen. Het meeste onder het genot van een wijntje. Zoals een teamgenoot het subtiel formuleerde: ,,Je krijgt je gerak wel, ja. Al ben je niet de hele tijd dronken.’’

En ik aanvulde: ,,...maar ook niet nuchter.’’

Het was zondagochtend, kort na de training. We zaten langs het veld, iemand had bier mee en de gesprekken gingen net als voor de vakantie over van alles en niks. Meestal over niks. Een aantal begon net als ik vandaag weer met werken. En met de rest van ons leven. Want we kunnen wel wat willen, maar van eeuwig in de rivier dobberen wordt een mens ook niet gelukkig.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Columns
menu