Ook na corona gedwongen op zolder werken | Column Irene van der Berg

Irene van den Berg is journalist en columnist, gespecialiseerd in financiële psychologie. Zij analyseert ons economisch gedrag.

Irene van den Berg

Irene van den Berg

Pre-corona werd de thuiswerker vaak met argwaan door zijn baas bekeken. Haalde hij niet stiekem de kinderen van school onder werktijd? En bleef de vaatwasser wel onaangeroerd tussen negen en vijf? Dat wantrouwen bleek tijdens de coronacrisis misplaatst: de meeste werknemers ploeterden de afgelopen anderhalf jaar hard door op zolder- en slaapkamers. En dat bevalt werkgevers wel: als (stank voor) dank voor hun grote inzet de afgelopen tijd, moeten veel werknemers straks permanent een paar dagen per week thuis werken.

Veel grote bedrijven gaan bezuinigen op kantoorruimte en reiskostenvergoedingen, zo bleek onlangs uit een enquête van de Volkskrant . Waarom zouden ze geld steken in een fijne werkplek als het personeel thuis net zo productief is? Veel werknemers mogen dan ook niet meer permanent naar kantoor terugkeren. De helft van de door de krant ondervraagde werkgevers is van plan te bezuinigen op kantoorruimte, zo bleek. NS, Booking.com, ASR en Nationale Nederlanden hebben dat zelfs al gedaan.

Sommige werknemers ontvluchten het liefst de kantoortuin. Voor hen is het fijn dat ze vaker thuis kunnen werken. Maar mensen die wél graag op kantoor werken de toegang ontzeggen, is een slecht plan. Dan hebben werknemers nog steeds niet de vrijheid om te werken op de plek die voor hen het prettigst is. Bovendien dringen werkgevers op een ongezonde manier het privéleven binnen van hun werknemers en, eerlijk gezegd, ook dat van hun gezinnen.

De mensen aan de top, die deze bezuinigingen bedenken, hebben waarschijnlijk hun eigen kantoor dat ze onbeperkt kunnen blijven gebruiken. En met een beetje geluk wonen ze ook nog in een groot huis met ruimte voor een fijne werkplek, waar je je kunt afsluiten voor huisgenoten. Maar niet iedereen heeft dat.

De speelplek van mijn dochtertje is bijvoorbeeld op zolder, naast de logeerkamer die nu al anderhalf jaar noodgedwongen dienst doet als kantoor voor mijn man. Voorheen kon ze daar na school fijn met haar vriendinnen spelen. Maar sinds mijn man thuis werkt, is het niet echt handig als ze boven met de meiden de laatste nummers van K3 door een microfoon jengelt. En dan hebben wij natuurlijk een luxe probleem; met een flatje drie hoog achter en vier kinderen valt er veel minder te organiseren.

Volgens mij was de deal: de werknemer doet zijn werk, en in ruil daarvoor krijgt hij een salaris en een plek om zijn arbeid uit te voeren. Maar door de coronacrisis zijn werkgevers via de achterdeur de huizen van hun werknemers binnen gekomen. En ze zijn, zo blijkt nu, niet bereid hun territorium nog op te geven. De rest van het gezin heeft ook laten zien te kunnen inschikken, en mag dat blijven doen.

Ik vraag me af of deze bezuinigingstruc een lang leven is beschoren. Want de werknemer heeft door het toenemende personeelstekort weer wat te kiezen. Zoals een bedrijf dat wel een fijne werkplek biedt. Het zou mij niets verbazen als bedrijven die hun kantoren afstoten, vervolgens ook een deel van hun mensen kwijt raken.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Columns
menu