Ik moet zo nodig een doorgedraaide Tasmaanse duivel achter een opgevoerde renkoekoek zien aanklonteren | column Pim Siegers

Als collega’s of vrienden het vragen varieer ik meestal tussen een van de meesterwerken van Tarantino. Als ik een kenner tegenover me verdenk, mompel ik iets pretentieus als 12 Angry Men of Amélie . Maar het eerlijke antwoord op mijn favoriete film allertijden durf ik nooit te geven. Tot vandaag.

Het antwoord is Space Jam. Michael Jordan wordt door een golfputje de planeet ingezogen van Tweety, Bugs Bunny en de rest van de Looney Tunes voor een potje basketbal. Kon niet fout gaan. Ging het ook het niet.

Eindelijk is er een deel 2. Dus op naar de bioscoop van Hoogezand. Uiteraard alleen. De film is net niet schattig genoeg voor mijn peuterdochter en te kinderachtig voor de rest van mijn sociale omgeving.

Vermoedelijke meelijwekkende blikken van het meisje van de bios en moeder met twee tieners achter me. Het licht dooft de schaamte en slingert de projector aan voor de op één na beste film ooit.

Nog voor de pauze barst ik plots uit elkaar van heimwee. Naar mijn dochter van drie die nu net haar melk op heeft en straks haar eerste smeekbede zal starten voor nog een bedtijdverhaaltje. Eigenlijk de enige taak die ik thuis fatsoenlijk, en te weinig, uitvoer.

Ook vanavond laat ik het over aan mijn vrouw. Omdat ik zo nodig een doorgedraaide Tasmaanse duivel achter een opgevoerde renkoekoek moest zien aanklonteren. Ik mis in het biospluche haar hoogzwangere buik.

Aan het leven ontsnappen in een film is prachtig, aan een film ontsnappen voor het leven is meer dan dat.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Columns
menu