Column Rosa Timmer: Houten papegaaienverzameling

Rosa Timmer. Foto Marcel Jurian de Jong.

Rosa Timmer. Foto Marcel Jurian de Jong.

In de berging staan ze. In de slaapkamer ook. Negen verhuisdozen met spullen die niet zijn gebruikt sinds ik zestien jaar geleden uit mijn ouderlijk huis vertrok. Met schriftjes, knuffels en schoolrapporten. Denk ik, want ik heb ze nog nooit uitgepakt. Ze zijn telkens in de doos meeverhuisd, vorig jaar zelfs vier keer.

Dat ik vorig jaar zo vaak verhuisde, is de reden dat ik het een beetje benauwd krijg als het onderwerp met mijn vriendin op samenwonen komt. We zijn immers al vier maanden bij elkaar, dus het wordt hoog tijd. Zo werkt dat in lesbi-land.
Maar nee, ze bedoelt niet dat ik bij haar moet komen wonen. Ik slaak een zucht van opluchting. ,,Ik woon toch al maanden bij jou, ik kan toch net zo goed mijn huur opzeggen?’’ zegt ze.

Daar heeft ze een punt. Het begon met haar kleren, toen kwamen de planten die in haar huis zouden verdorsten en sinds haar PlayStation hier staat is het ondenkbaar dat ze ooit naar haar eigen huis teruggaat.

Ik krijg het weer benauwd. Niet om haar aanwezigheid, maar om de rest van haar spullen. Haar huis dient nu als mooie opslag voor haar lades vol sleutelhangers, vijfendertig pannen, houten papegaaienverzameling en de zestien kuub kleren die haar te groot zijn maar die ze niet wegdoet.

Er moet iets gebeuren. Ik moet ruimte voor haar maken. Ooit woonde ik samen met iemand die precies één vierkante meter in de studeerkamer voor mij had vrijgemaakt. Daar mochten mijn kleren, make-up, drie boekenkasten, fiets en Opel Astra staan. De rest van het huis was van hem. Over zijn spuuglelijke zwarte lederen sta-op-stoel met beensteunen was ook al niet te onderhandelen.

Na een paar maanden besefte ik dat ik niet met een man wilde zijn die een stoel boven mij verkoos, laat staan een sta-op-stoel. Dus vertrok ik.

’s Nachts schrik ik wakker van het idee dat mijn vriendin zich ook zo onwelkom voelt, alleen maar omdat ik vasthoud aan ongeopende dozen.

,,Kom maar tegen mij aan liggen’’, zegt ze zonder een oog open te doen.

En ik weet het ineens heel zeker. Hier mag niets tussen komen.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Columns
menu